Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2672

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-08-2015
Datum publicatie
19-08-2015
Zaaknummer
201503517/1/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Bij brief van 29 april 2015 heeft de vreemdeling de Afdeling verzocht de uitspraak van 23 april 2015 in zaak nr. 201401036/1/V2, waarbij het hoger beroep van de vreemdeling tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 januari 2014 niet-ontvankelijk is verklaard, te herzien. Deze brief en een afschrift van de uitspraak van 23 april 2015 zijn aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201503517/1/V2.

Datum uitspraak: 13 augustus 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna de Awb) op het verzoek van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 23 april 2015 in zaak nr. 201401036/1/V2.

Procesverloop

Bij brief van 29 april 2015 heeft de vreemdeling de Afdeling verzocht de uitspraak van 23 april 2015 in zaak nr. 201401036/1/V2, waarbij het hoger beroep van de vreemdeling tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 januari 2014 niet-ontvankelijk is verklaard, te herzien. Deze brief en een afschrift van de uitspraak van 23 april 2015 zijn aangehecht.

Overwegingen

1. Met de uitspraak van 23 april 2015 heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist. Een onherroepelijk geworden uitspraak kan worden herzien op grond van de in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb nader omschreven feiten en omstandigheden. Het bijzondere rechtsmiddel herziening dient er niet toe om het geschil waarover bij uitspraak is beslist, naar aanleiding van die uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen.

1.1. In zijn verzoek om herziening stelt de vreemdeling dat, als zijn eerdere aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 23 januari 2013 zou worden ingewilligd, de ingangsdatum van de hem intussen verleende asielvergunning zesentwintig maanden eerder zou geweest. De verwijzing door de Afdeling naar haar uitspraak van 10 juli 2012 in zaak nr. 201112787/1/V1, is dan ook niet juist, aldus de vreemdeling.

1.2. Dit betoog valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als hiervoor bedoeld.

2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Troostwijk w.g. Van Loon

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2015

238.