Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2614

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-08-2015
Datum publicatie
12-08-2015
Zaaknummer
201505616/2/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 augustus 2014 heeft de RDW de aanvraag voor inschrijving en tenaamstelling in het kentekenregister van een voertuig waarin de combinatie […] is aangebracht afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201505616/2/A1.

Datum uitspraak: 6 augustus 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

de directie van de Dienst Wegverkeer (hierna: de RDW),

verzoekster,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 juni 2015 in zaken nrs. 14/8092, 14/9525 en 15/842 in het geding tussen:

[wederpartij A] en [wederpartij B], wonend te [woonplaats] onderscheidenlijk [woonplaats],

en

de RDW.

Procesverloop

Bij besluit van 27 augustus 2014 heeft de RDW de aanvraag voor inschrijving en tenaamstelling in het kentekenregister van een voertuig waarin de combinatie […] is aangebracht afgewezen.

Bij besluit van 22 december 2014 heeft de RDW het door [wederpartij A] en [wederpartij B] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 25 juni 2015 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [wederpartij A] en [wederpartij B] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 22 december 2014 vernietigd, het besluit van 27 augustus 2014 herroepen, bepaalt dat de RDW een Nederlands kentekenbewijs dient te verstrekken en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak heeft de RDW hoger beroep ingesteld.

De RDW heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 juli 2015, waar de RDW, vertegenwoordigd door mr. C.B.J. Maenhout, werkzaam bij de directie, en [wederpartij A] en [wederpartij B], bijgestaan door [gemachtigde], zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de RDW in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep geen uitvoering hoeft te geven aan de aangevallen uitspraak.

3. De RDW heeft betoogd dat de rechtbank heeft miskend dat het Belgisch kentekenbewijs niet kan worden gebruikt ter identificatie van het voertuig en geen inzicht geeft of het voertuig aan de Nederlandse toelatingseisen voldoet en dat daarom geen uitvoering kan worden gegeven aan de opdracht van de rechtbank een Nederlands kentekenbewijs te verstrekken. In de uitspraak heeft de rechtbank bepaald dat de RDW een Nederlands kentekenbewijs dient te verstrekken, nu Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen van toepassing is en het voertuig is te identificeren aan de hand van het Belgisch kentekenbewijs, dat een kentekenbewijs is in de zin van die Richtlijn. Niet op voorhand kan worden gezegd dat de beslissing van de rechtbank geen stand zal houden. Gelet hierop en nu voorts niet is gebleken van zodanige omstandigheden van de zijde van de RDW die nopen tot het treffen van een voorziening in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep, mede nu voor het voertuig een voor België geldend kentekenbewijs is verleend, geeft de afweging van de betrokken belangen aanleiding om het verzoek af te wijzen. Het door de RDW in opdracht van de rechtbank te nemen besluit zal op de voet van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht bij de behandeling van het hoger beroep worden betrokken.

4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Montagne

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2015

374.