Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2483

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-08-2015
Datum publicatie
05-08-2015
Zaaknummer
201406421/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 mei 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "BovenBerkel I, 4e herziening bestemmingsplan Groenzone, Berkel-Pijnacker" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/848
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201406421/2/R4.

Datum uitspraak: 5 augustus 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Lansingerland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 mei 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "BovenBerkel I, 4e herziening bestemmingsplan Groenzone, Berkel-Pijnacker" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [appellant A] en [appellant B] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 januari 2015, waar onder meer [appellant A] en [appellant B], bijgestaan door mr. E.D.M. Knegt, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door drs. H. Koornneef, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 4 maart 2015 in zaak nr. 201406421/1/R4 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 28 mei 2014 te herstellen. De tussenuitspraak is aangehecht.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 28 mei 2015 het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld om de gebreken die in de tussenuitspraak zijn genoemd te herstellen.

[appellant A] en [appellant B] hebben, daartoe in de gelegenheid gesteld, een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop de gebreken zijn hersteld.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Tussenuitspraak

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 9.3 overwogen dat de raad ter zitting heeft erkend dat de maximale bouwhoogte van de woningen die met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid met de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied 1" (hierna: de wijzigingsbevoegdheid) kunnen worden gerealiseerd, anders dan hij heeft beoogd, niet in het plan is vastgelegd. De Afdeling heeft geoordeeld dat het bestreden besluit van 28 mei 2014 in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

2. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 9.4 overwogen dat de raad ter zitting heeft toegelicht dat hij met de vaststelling van artikel 14, lid 14.3, onder b, van de planregels behorende bij het besluit van 28 mei 2014 heeft beoogd te waarborgen dat de afstand tussen de met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voorziene woningen en de perceelsgrenzen van de nabij gesitueerde bestaande woningen minimaal 5 meter bedraagt. In de tussenuitspraak staat dat de raad ter zitting echter heeft erkend dat onduidelijk is wat in dit verband moet worden verstaan onder de in artikel 14, lid 14.3, onder b, van de planregels genoemde "zijdelingse perceelsgrens", nu de situering van de voorgevel van de met de wijzigingsbevoegdheid voorziene woningen niet in het plan is vastgelegd. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat het bestreden besluit van 28 mei 2014 in zoverre in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is vastgesteld.

3. Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen het besluit van 28 mei 2014 gegrond. Dat besluit dient te worden vernietigd voor zover het betreft de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied 1", wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en het rechtszekerheidsbeginsel.

Herstelbesluit

4. Bij besluit van 28 mei 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "BovenBerkel I, 4e herziening bestemmingsplan Groenzone, Berkel-Pijnacker" gewijzigd vastgesteld. De raad heeft het plan in zoverre gewijzigd door voor de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied 1" een gewijzigde planregeling vast te stellen.

5. Het besluit van 28 mei 2015, waarbij de raad het besluit van 28 mei 2014 heeft gewijzigd, is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede onderwerp van het geding. [appellant A] en [appellant B] hebben in hun zienswijze te kennen gegeven dat zij zich met dit besluit kunnen verenigen. Gelet hierop moet het van rechtswege ontstane beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen het besluit van 28 mei 2015 geacht worden te zijn ingetrokken.

Overige betogen

6. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak de betogen van [appellant A] en [appellant B] dat de met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voorziene woningen leiden tot een vermindering van hun uitzicht en privacy alsmede tot een waardevermindering van hun woningen nog niet beoordeeld vanwege de geconstateerde gebreken in het besluit van 28 mei 2014. Nu [appellant A] en [appellant B] te kennen hebben gegeven dat zij zich met de bij besluit van 28 mei 2015 vastgestelde gewijzigde planregeling voor de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied 1" kunnen verenigen, behoeven deze betogen geen bespreking meer.

Proceskosten

7. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen het besluit van de raad van de gemeente Lansingerland van 28 mei 2014 gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Lansingerland van 28 mei 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "BovenBerkel I, 4e herziening bestemmingsplan Groenzone, Berkel-Pijnacker", voor zover het betreft de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied 1".

III. veroordeelt de raad van de gemeente Lansingerland tot vergoeding van bij [appellant A] en [appellant B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.225,00 (zegge: twaalfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Lansingerland aan [appellant A] en [appellant B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 165,00 (zegge: honderdvijfenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzitter, en mr. J.C. Kranenburg en mr. E.A. Minderhoud, leden, in tegenwoordigheid van mr. K.M. van Leeuwen-Gerkema, griffier.

w.g. Van Sloten w.g. Van Leeuwen-Gerkema

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2015

472-810.