Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2465

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-08-2015
Datum publicatie
05-08-2015
Zaaknummer
201410343/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij onderscheiden besluiten van 10 mei 2012 heeft het college verzoeken van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] om tegemoetkomingen in planschade afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201410343/1/A2.

Datum uitspraak: 5 augustus 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. [appellant sub 1],

2. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B],

wonend te Kerkwerve, gemeente Schouwen-Duiveland,

appellanten, (hierna: [appellant sub 1] en [appellant sub 2])

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 november 2014 in zaken nrs. 12/6062 en 12/6060 in het geding tussen:

[appellant sub 1] en [appellant sub 2]

en

het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 10 mei 2012 heeft het college verzoeken van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] om tegemoetkomingen in planschade afgewezen.

Bij besluit van 18 september 2012 heeft het college de door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 november 2014 heeft de rechtbank de door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2015, waar [appellant sub 1] en [appellant sub 2], vertegenwoordigd door mr. J. Boogaard en mr. N.P.M. Planthof, advocaten te Middelburg, het college, vertegenwoordigd door J.T. Wesdorp, werkzaam bij de gemeente, en [belanghebbende A] en [belanghebbende B] zijn verschenen.

Overwegingen

1. [belanghebbende A] en zijn vrouw [belanghebbende B] zijn eigenaar van [café-restaurant] in Kerkwerve. [belanghebbende A] heeft het café-restaurant willen uitbreiden en intensiveren door aan de overkant van de Boogerdweg aan de rechterzijde ([locatie 1]), dat grenst aan de percelen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] aan [locatie 2] en [locatie 3], een nieuw bedrijfsgebouw te realiseren. Dit bedrijfsgebouw moet voorzien in de opslag, verwerking en verkoop van vis. Het college heeft hieraan zijn medewerking verleend door een vrijstellingsbesluit te nemen en aan [belanghebbende A] een bouwvergunning te verlenen, in werking getreden op 28 juni 2010.

[appellant sub 1] en [appellant sub 2] stellen dat zij door het vrijstellingsbesluit planschade hebben geleden en zij hebben het college verzocht om hierin tegemoet te komen. Het college heeft, onder verwijzing naar de adviezen van Pesch overheidsadvies van 18 april 2012, deze verzoeken afgewezen en het standpunt ingenomen dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] geen planschade hebben geleden.

Pesch overheidsadvies

2. Bij zijn conclusie dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] geen planschade hebben geleden, heeft Pesch overheidsadvies in aanmerking genomen dat het bestemmingsplan Buitengebied toestaat dat op het perceel van [belanghebbende A] een schuur van 25 bij 30 meter of 45 bij 20 meter met goot- en nokhoogten van 6 en 12 meter wordt opgericht. Het vrijstellingsbesluit ziet op de realisatie van een bedrijfsgebouw van 270 vierkante meter met goot- en nokhoogten van 3,95 en 7,43 meter, zodat het bedrijfsgebouw van [belanghebbende A] een aanzienlijk kleinere oppervlakte en omvang heeft en beduidend lager is dan het bestemmingsplan Buitengebied toestaat. Het gebruik van dit plan strekt in ruimtelijk en planologisch opzicht bovendien verder dan het vrijstellingsbesluit. Het kan gericht zijn op een grondgebonden agrarisch bedrijf in de akker- en vollegrondstuinbouw, bollenteelt, fruitteelt, melkveehouderij, paardenfokkerij, sierteelt, boomkwekerij, vaste planten en aquacultuur. Een beperkte detailhandel van boerderij- en streekproducten is daarbij niet uitgesloten. Gezien het kleinschalige karakter van visverwerking en de melding volgens het Activiteitenbesluit bestaat dus geen aanleiding om te veronderstellen dat het planologisch gebruik nadeliger is dan dat het bestemmingsplan Buitengebied toestaat, aldus Pesch overheidsadvies.

Mogelijkheid vestiging melkveehouderij

3. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] verzetten zich tegen het oordeel van de rechtbank dat Pesch overheidsadvies de vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf aan [locatie 1] in de adviezen van 18 april 2012 terecht heeft betrokken bij de planvergelijking.

Dit oordeel heeft de rechtbank doen steunen op adviezen van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) van 10 september 2013 en 5 juni 2014.

3.1. De Afdeling onderschrijft het oordeel van de rechtbank.

3.2. Voor de vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf, in dit geval een melkveehouderij, op het perceel van [belanghebbende A] aan [locatie 1] was een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw-vergunning) vereist geweest. Exploitatie van een melkveehouderij zou tot een toename van stikstofdepositie hebben geleid op het maatgevende habitattype dat in het Natura 2000-gebied de Oosterschelde te vinden is, de overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden), gelegen aan de noordkant van Noord-Beveland, dat daarvan potentieel negatieve effecten had kunnen ondervinden.

3.3. De Afdeling acht het, gelet op de bevindingen van de StAB, niet uitgesloten dat ten behoeve van een Nbw-vergunning aan [locatie 1] saldering zou zijn toegepast, waardoor de stikstofdepositie op het maatgevende habitattype per saldo gelijk zou zijn gebleven en een Nbw-vergunning afgegeven had kunnen worden. In zijn adviezen heeft de StAB inzichtelijk gemaakt dat stikstofrechten hadden kunnen worden opgekocht bij andere stikstofuitstotende bronnen, zoals veehouderijen in Zierikzee, Wissenkerk en Kats, waarna de desbetreffende vergunningen van die veehouderijen geheel of gedeeltelijk hadden kunnen worden ingetrokken.

[appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben op de zitting daartegen ingebracht dat de StAB refereert aan nieuw gevestigde en grote bedrijven, het in economisch opzicht ondenkbaar is dat van die bedrijven stikstofrechten worden opgekocht en er juist een groot tekort is aan deze rechten. Dit betoog hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] echter niet onderbouwd met objectieve gegevens waaruit blijkt dat het opkopen van stikstofrechten vóór 28 juni 2010 in het geheel niet mogelijk was, zodat de Afdeling van oordeel is dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hiermee de bevindingen van de StAB niet hebben weerlegd. Dit geldt ook voor het betoog van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] dat de door de StAB genoemde veehouderijen buiten het gebied van de Oosterschelde zijn gelegen. De StAB heeft uiteengezet dat grote stikstofbronnen die op relatief grote afstand van het desbetreffende gebied liggen een geringe, maar relevante stikstofdepositie kunnen veroorzaken, waarbij gedacht kan worden aan afstanden tot meer dan 10 kilometer. Omdat de veehouderijen op een afstand van 1,5, 7 en 12 kilometer van het maatgevende habitattype zijn gelegen, is, naar het oordeel van de Afdeling, niet uitgesloten dat [belanghebbende A] of een derde van die veehouderijen een deel van de vergunde stikstofrechten had kunnen opkopen om aldus de stikstofdepositietoename van zijn bedrijf te salderen en vervolgens een melkveehouderij te gaan exploiteren op het perceel aan [locatie 1].

Aan hetgeen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] over de zogenoemde ADC-toets hebben aangevoerd, wordt niet toegekomen, omdat die toets slechts wordt aangelegd indien op grond van een passende beoordeling niet de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. Anders dan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] op de zitting hebben betoogd, mag saldering daarbij als maatregel worden betrokken in een passende beoordeling. Omdat, zoals volgt uit het hiervoor overwogene, saldering niet kan worden uitgesloten, had aan de ADC-criteria niet getoetst behoeven te worden.

3.4. De Afdeling komt tot de conclusie dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] de adviezen van de StAB niet hebben ontkracht. De rechtbank heeft deze adviezen dan ook terecht ten grondslag gelegd aan haar oordeel dat de realisatie van een melkveehouderij op het perceel van [belanghebbende A] aan [locatie 1] niet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uitgesloten moet worden geacht en door Pesch overheidsadvies dus terecht bij de planvergelijking is betrokken.

Visverwerking

4. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat Pesch overheidsadvies terecht heeft geconcludeerd dat het vrijstellingsbesluit betrekking heeft op kleinschalige visverwerking.

4.1. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat Pesch overheidsadvies terecht tot deze conclusie gekomen.

4.2. Uit het vrijstellingsbesluit en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing blijkt dat het bedrijfsgebouw van [belanghebbende A] een totale omvang heeft van 274 vierkante meter, waarvan 118 vierkante meter wordt gebruikt voor visverwerking, 48 vierkante meter voor de verkoop van vis en de overige ruimte voor opslag. Dat [belanghebbende A] zou hebben beoogd een groothandel op te richten, vindt, naar het oordeel van de Afdeling, geen basis in de ruimtelijke onderbouwing en is evenmin te herleiden tot het vrijstellingsbesluit. Dat [belanghebbende A], naar [appellant sub 1] en [appellant sub 2] op de zitting hebben opgemerkt, producten aan horecabedrijven levert, maakt op zichzelf, gezien de omvang van het bedrijf van [belanghebbende A], evenmin aannemelijk dat hij een groothandel in vis kan exploiteren. De op de zitting gemaakte vergelijking met Groothandel De Gruijter overtuigt de Afdeling ook niet, nu dat bedrijf, zoals [belanghebbende A] op de zitting heeft toegelicht, een aanzienlijk grotere bedrijfsruimte tot zijn beschikking heeft dan [belanghebbende A].

4.3. Omdat de rechtbank terecht van de kleinschaligheid van de viswerking op het perceel aan [locatie 1] is uitgegaan, zullen de verkeersbewegingen die bij een groothandel behoren alsmede het roken en drogen van vis op grote schaal, waar [appellant sub 1] en [appellant sub 2] op hebben gewezen, zich niet voordoen. Pesch overheidsadvies heeft de hieruit mogelijk voortvloeiende nadelen dan ook terecht niet betrokken bij de planvergelijking. Voor het overige is de conclusie van Pesch overheidsadvies dat de woongenot-, uitzicht- en privacybelemmeringen en de verkeers- en milieueffecten van het vergunde bedrijfsgebouw voor kleinschalige visverwerking in sommige opzichten minder groot, maar in ieder geval vergelijkbaar zijn met de nadelige gevolgen van de - onder het bestemmingsplan Buitengebied toegestane - vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf met beperkte detailhandel, in de adviezen inzichtelijk gemaakt. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben deze bevindingen niet weerlegd met een rapport van een door hen ingeschakelde deskundige, zodat het college de adviezen van Pesch overheidsadvies ook in zoverre terecht bij het nemen van het besluit van 18 september 2012 heeft betrokken.

Conclusie

5. De Afdeling is van oordeel dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] de bevindingen van Pesch Overheidsadvies en de StAB niet hebben weerlegd. Het college heeft hun verzoeken om tegemoetkomingen in planschade dan ook terecht afgewezen.

6. De hoger beroepen zijn ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, voorzitter, en mr. A. Hammerstein en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. de Heer, griffier.

w.g. Koeman

voorzitter

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2015

636.