Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2392

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-07-2015
Datum publicatie
29-07-2015
Zaaknummer
201309345/4/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk gebied noord en zuid" (hierna: het plan) gewijzigd vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/691

Uitspraak

201309345/4/R2.

Datum uitspraak: 29 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te IJsselstein,

en

de raad van de gemeente IJsselstein,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk gebied noord en zuid" (hierna: het plan) gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder andere [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 oktober 2014, waar [belanghebbende A] en de raad, vertegenwoordigd door N.E.C. Versteegh, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is [belanghebbende B] ter zitting als partij gehoord.

Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 14 januari 2015 in zaak nr. 201309345/1/R2; hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling in het beroep van [appellant] de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 4 juli 2013 te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een tweede onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling in rechtsoverweging 21.2 geoordeeld dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt of langs de Noord IJsseldijk en langs de Meerndijk tot aan de Nedereindseweg gas- en drukrioleringleidingen aanwezig zijn en nu dit niet is gebeurd, niet is komen vast te staan of de bepalingen van het Besluit externe veiligheid buisleidingen op deze mogelijk aanwezige buisleidingen van toepassing zijn. Het bestreden besluit is naar het oordeel van de Afdeling in de tussenuitspraak in zoverre onzorgvuldig vastgesteld.

De Afdeling heeft de raad in de tussenuitspraak onder rechtsoverweging 21.3 opgedragen om binnen 26 weken na verzending daarvan met inachtneming van rechtsoverweging 21.2 alsnog onderzoek te doen naar mogelijk aanwezige gas- en drukrioleringleidingen langs de Noord IJsseldijk en langs de Meerndijk tot aan de Nedereindseweg. Voorts is de raad in de tussenuitspraak opgedragen te bezien of het besluit in het licht van de uitkomsten van voornoemd onderzoek in stand kan blijven of dat het besluit gewijzigd moet worden vastgesteld.

2. De tussenuitspraak verplicht, gelet op artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb, het gebrek te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. De in de tussenuitspraak opgenomen hersteltermijn, die liep tot 15 juli 2015, is ongebruikt verstreken, zodat niet is voldaan aan de door de Afdeling in de tussenuitspraak gegeven opdracht. Het in de tussenuitspraak omschreven gebrek in het besluit van 4 juli 2013 is derhalve niet hersteld.

3. Gezien overweging 21.2 van de tussenuitspraak ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover daarin de mogelijk aanwezige gas- en drukrioleringleidingen langs de Noord IJsseldijk en langs de Meerndijk tot aan de Nedereindseweg niet zijn betrokken, is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

4. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Awb de raad op te dragen om binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak en met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak onder rechtsoverweging 21.2 en 21.3 is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Bij de voorbereiding van het nieuwe besluit behoeft geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb.

5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente IJsselstein van 4 juli 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk gebied noord en zuid", voor zover daarin de mogelijk aanwezige gas- en drukrioleringleidingen langs de Noord IJsseldijk en langs de Meerndijk tot aan de Nedereindseweg niet zijn betrokken";

III. draagt de raad van de gemeente IJsselstein op om binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak en met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak en in de uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 14 januari 2015 onder rechtsoverweging 21.2 en 21.3 is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

IV. gelast dat de raad van de gemeente IJsselstein aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.M. van Soest-Ahlers, griffier.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Van Soest-Ahlers

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2015

343-772.