Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2353

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-07-2015
Datum publicatie
22-07-2015
Zaaknummer
201504276/2/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 juli 2014 heeft het college het verzoek van Mijbupark om handhavend op te treden tegen het gebruik van de bungalows op het park Landal Dunimar op het perceel Ruigenhoekerweg 5 te Noordwijkerhout afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201504276/2/A1.

Datum uitspraak: 17 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Maatschappij tot Exploitatie van Bungalows en Recreatieoorden Mijbupark B.V., gevestigd te Noordwijkerhout (hierna: Mijbupark), om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) hangende de hoger beroepen van:

1. het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout,

2. de vereniging Vereniging van Eigenaren Duinresort Dunimar, gevestigd te Noordwijkerhout (hierna: de Vereniging),

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ontwikkelingsmaatschappij Dunimar B.V., gevestigd te Aalsmeer (hierna: de Ontwikkelingsmaatschappij Dunimar),

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 17 april 2015 in zaak nr. 15/258 in het geding tussen:

Mijbupark

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 17 juli 2014 heeft het college het verzoek van Mijbupark om handhavend op te treden tegen het gebruik van de bungalows op het park Landal Dunimar op het perceel Ruigenhoekerweg 5 te Noordwijkerhout afgewezen.

Bij besluit, verzonden op 5 december 2014, heeft het college het door Mijbupark daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 17 april 2015 heeft de rechtbank het door Mijbupark daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit, verzonden op 5 december 2014, vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.

Tegen deze uitspraak hebben het college, de Vereniging en Ontwikkelingsmaatschappij Dunimar hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 28 mei 2015 heeft het college opnieuw beslist op het bezwaar van Mijbupark en dit ongegrond verklaard.

Mijbupark heeft tegen dit besluit gronden aangevoerd en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 juli 2015, waar Mijbupark, vertegenwoordigd door J. Noorlander, bijgestaan door mr. D.G. Lasschuit, advocaat te Leiden, en het college, vertegenwoordigd door E. van Dijck en G. Imthorn, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Ter zitting zijn tevens gehoord de Vereniging, vertegenwoordigd door T.C. Ruijs en W.L.T. de Graaff, bijgestaan mr. F.P. van Galen, advocaat te Leiden, de Ontwikkelingsmaatschappij Dunimar, vertegenwoordigd door B. de Jong, en Landal GreenParks B.V. en Landal GreenParks Beheer en Projecten B.V. (hierna tezamen in enkelvoud: Landal GreenParks), beide vertegenwoordigd door mr. P.P. van Rijn.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Mijbupark exploiteert het bungalowpark 'Sollasi' gelegen op het perceel Duinschoten 12 te Noordwijkerhout. Dit bungalowpark ligt op een afstand van ongeveer 1.500 m van het perceel.

3. De rechtbank heeft overwogen dat het college bevoegd is handhavend op te treden tegen het gebruik van het perceel en dat geen gerechtvaardigde reden is om van handhavend optreden af te zien en het besluit, verzonden op 5 december 2014, vernietigd.

4. Het college heeft bij besluit van 28 mei 2015, opnieuw op het bezwaar van Mijbupark beslist. Het college heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat handhaving onevenredig is in verhouding met de daarmee te dienen belangen en het bezwaar van Mijbupark opnieuw ongegrond verklaard. Dit besluit wordt ingevolge de artikelen 6:18 en 6:19, gelezen in samenhang met artikel 6:24, van de Awb, geacht eveneens onderwerp te zijn van het geding.

Het verzoek om voorlopige voorziening heeft uitsluitend betrekking op dit besluit van 28 mei 2015.

5. Mijbupark heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat het college wordt opgedragen om binnen veertien dagen na de uitspraak van de voorzieningenrechter tot handhaving van de beheersverordening "Ruigenhoekerweg/Bungalowpark Dunimar" en het bestemmingsplan "Buitengebied 1981" over te gaan, zulks op verbeurte van een boete van € 10.000,00 per dag voor iedere dag dat het college niet aan de uitspraak voldoet.

Aan het verzoek heeft Mijbupark ten grondslag gelegd dat zij oneerlijke concurrentie ondervindt van Landal Dunimar en het daarom voor haar steeds moelijker wordt om voldoende recreanten voor haar bungalowpark aan te trekken. Aan het verzoek is voorts ten grondslag gelegd dat het college gehouden is de uitspraak van de rechtbank na te leven en handhavend op te treden.

5.1. Ter zitting is door de Vereniging onweersproken gesteld dat op het bungalowpark 'Sollasi' voornamelijk vierpersoonsbungalows te huur worden aangeboden en al deze bungalows in de maanden juli en augustus van dit jaar zijn verhuurd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat in zoverre dan ook geen spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. In dit verband wordt nog overwogen dat de voorzieningenrechter, gelet op het belang voor alle partijen om spoedig duidelijkheid te verkrijgen, zal bevorderen dat de bodemzaak binnen afzienbare tijd op zitting zal worden behandeld.

Nu voorts de aard van het verzoek en de belangen van Landal GreenParks en van de gasten die in de periode juli tot en met oktober van dit jaar een bungalow op het perceel hebben geboekt, zich verzetten tegen het treffen van de door Mijbupark gevraagde voorziening, ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek af te wijzen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.

w.g. Troostwijk

voorzieningenrechter

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2015

473.