Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2280

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-07-2015
Datum publicatie
22-07-2015
Zaaknummer
201405799/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2014:2897, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 juli 2013 heeft het college BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] gelast om binnen vier weken de door de brandweer geconstateerde overtredingen met betrekking tot de brandveiligheid van het pand op het perceel Badweg 117 te Schiermonnikoog (hierna: het perceel) te beëindigen en beëindigd te houden, bij gebreke waarvan zij dwangsommen verbeuren.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Gemeentewet
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/696
Omgevingsvergunning in de praktijk 2015/7036
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201405799/1/A1.

Datum uitspraak: 22 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Bernstorff aan Zee B.V., Bernstorff aan Zee Exploitatie B.V. (hierna: BaZ B.V. en BaZ Exploitatie B.V.) en [appellant], gevestigd dan wel wonend te Schiermonnikoog,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de rechtbank) van 6 juni 2014 in zaken nrs. 14/1940 en 14/1941 in het geding tussen:

de besloten vennootschap Bernstorff aan Zee Beheer B.V. (hierna: BaZ Beheer B.V.), BaZ Exploitatie B.V. en [appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog.

Procesverloop

Bij besluit van 23 juli 2013 heeft het college BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] gelast om binnen vier weken de door de brandweer geconstateerde overtredingen met betrekking tot de brandveiligheid van het pand op het perceel Badweg 117 te Schiermonnikoog (hierna: het perceel) te beëindigen en beëindigd te houden, bij gebreke waarvan zij dwangsommen verbeuren.

Bij besluit van 23 mei 2014 heeft het college het door BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] gemaakte bezwaar wederom gegrond verklaard en een nieuwe last onder bestuursdwang opgelegd in die zin dat het college hen heeft aangeschreven om binnen twee weken een gecertificeerde brandmeldinstallatie en een gecertificeerde ontruimingsinstallatie aanwezig te hebben in het pand dan wel het logiesgebruik van het pand te staken, bij gebreke waarvan het college zal overgaan tot het toepassen van bestuursdwang, inhoudende dat het logiesgedeelte van het pand zal worden gesloten. Verder heeft het college besloten dat de kosten ter effectuering van de bestuursdwang op hen zullen worden verhaald.

Bij uitspraak van 6 juni 2014 heeft de rechtbank het door BaZ Beheer B.V. (abusievelijk door de rechtbank aangeduid als BaZ B.V.), BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben BaZ B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 21 augustus 2014 heeft het college de kosten van de toepassing van bestuursdwang op € 21.453,85 gesteld en besloten deze kosten geheel op BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] te verhalen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [belanghebbende A] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

BaZ Beheer B.V., BaZ B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant], en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 februari 2015, waar BaZ Beheer B.V., BaZ B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant], vertegenwoordigd door [appellant], bijgestaan door mr. Th. F. Roest, advocaat te Haarlem, en het college, vertegenwoordigd door mr. R.C.J. van den Berg, werkzaam bij de gemeente, en H. Meerema, werkzaam bij de brandweer, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting [belanghebbende B] en anderen, vertegenwoordigd door mr. D.M de Bruin, verschenen.

Overwegingen

De aangevallen uitspraak

1. Bij besluit van 23 mei 2014 heeft het college BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] aangeschreven een gecertificeerde brandmeldinstallatie en een gecertificeerde ontruimingsinstallatie aanwezig te hebben in het pand dan wel het logiesgebruik van het pand te staken. Aan deze nieuwe last is onder meer ten grondslag gelegd dat zij hebben gehandeld in strijd met artikel 1b, derde lid, van de Woningwet in samenhang gelezen met de brandveiligheidsvoorschriften voor bestaande bouwwerken als bedoeld in het Bouwbesluit 2012.

2. Ingevolge artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of administratief beroep heeft ingesteld.

Ingevolge artikel 6:24 is deze bepaling in hoger beroep van overeenkomstige toepassing.

2.1. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die meebrengen dat aan het achterwege blijven van beroep door BaZ B.V. bij de rechtbank kan worden voorbijgegaan. Dit leidt ertoe dat voor BaZ B.V. ingevolge artikel 6:13 gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb geen hoger beroep open staat. Dat de rechtbank BaZ Beheer B.V. abusievelijk heeft aangeduid als BaZ B.V. geeft geen grond voor een ander oordeel. Het hoger beroep van BaZ B.V. is niet-ontvankelijk.

3. BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet bevoegd was de last op te leggen, nu uit de brandveiligheidsvoorschriften van het Bouwbesluit 2012 niet volgt dat een brandmeldinstallatie en een ontruimingsalarminstallatie zijn vereist voor het pand. Zij voeren daartoe aan dat de oppervlakte van twee afzonderlijke logiesfuncties, bestaande uit vier onderscheidenlijk negen logiesverblijven op de eerste verdieping onderscheidenlijk de begane grond, in het pand niet bij elkaar dienen te worden opgeteld. De twee logiesfuncties hebben volgens hen afzonderlijke vluchtroutes en er is altijd 24-uurs bewaking in het pand. Het college heeft op verkeerde wijze toepassing gegeven aan bijlage I bij het Bouwbesluit 2012 voor zover het betreft de logiesfunctie boven de 1,5 m en heeft niet onderkend dat de voorschriften voor bestaande bouw moeten worden toegepast, aldus BaZ Exploitatie B.V. en [appellant]. Diverse experts hebben verklaard dat het pand aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 voldoet. Voorts wijzen zij op een artikel in het blad "Bed & Breakfast", waarin is vermeld dat van gemeentelijke zijde veelal hogere eisen aan de brandveiligheid van bouwwerken worden gesteld dan uit het Bouwbesluit 2012 volgen.

3.1. Ingevolge artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 wordt voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften verstaan onder een gebruiksfunctie: gedeelten van een of meer bouwwerken die dezelfde gebruiksbestemming hebben en die tezamen een gebruikseenheid vormen.

Ingevolge het bepaalde in het tweede lid wordt voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften voorts verstaan onder een logiesfunctie: gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen.

Ingevolge het bepaalde in het derde lid wordt voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften voorts verstaan onder een logiesfunctie met 24-uurs bewaking: logiesfunctie waarbij 24 uur per dag een functionaris aanwezig is in het logiesgebouw, op het eigen perceel of op een loopafstand van ten hoogste 100 m vanaf de toegang van het logiesgebouw, mits die functionaris in geval van een calamiteit wordt gealarmeerd door de bij de logiesfunctie behorende ontruimingsinstallatie.

Ingevolge artikel 6.20, eerste lid, heeft een gebruiksfunctie een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven in bijlage I bij dit besluit, indien:

a. de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw voor zover die gebruiksfuncties op eenzelfde vluchtroute zijn aangewezen groter is dan de in deze bijlage aangegeven grenswaarde;

b. de hoogste vloer van een verblijfsruimte van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger is gelegen dan op de in deze bijlage aangegeven grenswaarde, of

c. deze bijlage dit aanwijst zonder dat sprake is van een grenswaarde als hierboven bedoeld.

Ingevolge artikel 6.23, eerste lid, heeft een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, eerste lid, tweede en vijfde lid een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575.

Ingevolge bijlage I, onderdeel 7 (logiesfunctie), onder b, is een brandmeldinstallatie vereist bij een logiesfunctie in een logiesgebouw met 24-uursbewaking als de gebruiksoppervlakte groter is dan 250 m2;

Ingevolge het bepaalde onder c is een brandmeldinstallatie vereist bij een logiesfunctie in een logiesgebouw zonder 24-uursbewaking als de hoogste vloer van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger is dan 1,5 m.

3.2. BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] kunnen niet worden gevolgd in hun betoog dat ten onrechte niet de voorschriften voor bestaande bouw uit het Bouwbesluit 2012 zijn toegepast. Afdelingen 6.5 en 6.6 van het Bouwbesluit 2012 zijn zowel van toepassing voor nieuwbouw als bestaande bouw, zoals volgt uit de aanduiding van die afdelingen.

Uit artikel 6.20, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 in samenhang gelezen met onderdeel 7, onder b en c, van bijlage I behorend bij het Bouwbesluit 2012 volgt dat een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 is vereist bij een logiesfunctie in een logiesgebouw met 24-uursbewaking als de gebruiksoppervlakte groter is dan 250 m2. Is geen 24-uursbewaking aanwezig en is de hoogste vloer van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger dan 1,5 m dan is eveneens een brandmeldinstallatie verplicht, ongeacht de grootte van de gebruiksoppervlakte.

Een deel van het pand is aan te merken als een logiesgebouw met 2 logiesfuncties. Vast staat dat geen brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 en geen ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575 in het pand aanwezig zijn. Voorts staat vast dat de vloer van de vier logiesverblijven op de eerste verdieping hoger zijn dan 1,5 m. Beoordeeld dient te worden of sprake is van een logiesfunctie met 24-uurs bewaking als bedoeld in het Bouwbesluit 2012.

Ter zitting hebben BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] toegelicht dat [appellant] of een andere functionaris in het pand aanwezig is zolang er hotelgasten zijn. De functionaris verblijft volgens hen of in een hotelkamer of in de bovengelegen woning. De Afdeling is van oordeel dat met enkel de aanwezigheid in het pand van een functionaris niet wordt voldaan aan het vereiste van een logiesfunctie met 24-uursbewaking als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2012. Uit de definitie volgt dat die functionaris in geval van een calamiteit wordt gealarmeerd door de bij de logiesfunctie behorende ontruimingsinstallatie. Vast staat dat in het pand geen ontruimingsinstallatie aanwezig is. De in het pand aanwezige functionaris kan, nu hij niet wordt gealarmeerd door een ontruimingsinstallatie, in een geval van brand of andere noodsituaties geen snelle en ordelijke ontruiming van het pand bewerkstelligen. Steun voor deze uitleg wordt gevonden in de Nota van Toelichting bij het besluit van 22 december 2011, houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffende correcties en enkele vereenvoudigingen van het Bouwbesluit 2012, (Stb. 2011, 676, p. 29). Hierin is vermeld dat aan artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 het begrip "logiesfunctie met 24-uurs bewaking" is toegevoegd, waarbij onder 24-uurs bewaking wordt verstaan dat constant een medewerker (functionaris) aanwezig is die zich bij brand in het gebouw snel een beeld van de situatie kan vormen, de brandweer kan alarmeren en de ontruiming van het gebouw in gang kan zetten. De omstandigheid dat in het pand, naar gesteld, voorzieningen conform NEN 2555 aanwezig zijn, maakt het oordeel niet anders. NEN 2555 geeft eisen voor niet-ioniserende rookmelders met een vaste gevoeligheid die in woonfuncties worden toegepast met als doel de daar aanwezige personen door een ingebouwde akoestische signaalgever te waarschuwen voor rookontwikkeling ten gevolge van een brand. Naast de ontruimingsalarminstallaties stelt het Bouwbesluit 2012 in artikel 6.21 ook rookmelders bij logiesfuncties in logiesgebouwen verplicht. Slechts indien een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20 aanwezig is, geldt deze verplichting onder omstandigheden niet.

Reeds nu een bij de logiesfuncties behorende ontruimingsinstallatie ontbreekt, is geen sprake van een logiesfunctie met 24-uursbewaking. Dat betekent dat nu de vloer van de vier logiesverblijven op de eerste verdieping hoger is dan 1,5 m een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 is vereist. Voorts vloeit uit artikel 6.23, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 voort, dat nu een brandmeldinstallatie is vereist, ook een alarmontruimingsinstallatie is vereist. Hetgeen BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] voor het overige hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking meer nu dat niet ertoe kan leiden dat geen brandmeldinstallatie is vereist, in het bijzonder het betoog dat de oppervlakte van de twee afzonderlijke logiesfuncties in het pand niet bij elkaar dienen te worden opgeteld. De rechtbank heeft terecht, zij het op andere gronden, overwogen dat het college bevoegd was om handhavend op te treden nu de vereiste installaties in het pand ontbraken.

Het betoog faalt.

4. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

5. BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden door handhavend op te treden. Zij wijzen daartoe op appartementencomplex Graaf Bernstorff, waar volgens hen geen 24-uursbewaking aanwezig is en evenmin een brandmeldinstallatie en een ontruimingsinstallatie.

5.1. In het door hen aangevoerde, wat daar ook van zij, heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college van handhavend optreden heeft moeten afzien. Gelet op het grote belang dat is gemoeid met brandpreventie kan het gelijkheidsbeginsel er niet toe leiden dat het college ter zake van de hier aan de orde zijnde brandveiligheidsvoorschriften niet handhavend mocht optreden.

Het betoog faalt.

6. Voorts betogen zij dat de rechtbank heeft miskend dat wethouder W. Meerdink van Schiermonnikoog op 11 juni 2014 aan [appellant] heeft medegedeeld dat een sluiting van het pand kan worden voorkomen als voor 13 juni 2014 de vereiste brandmeldinstallatie en ontruimingsinstallatie in het pand zijn aangelegd.

6.1. De mededeling van 11 juni 2014, wat daar ook van zij, kan niet tot het oordeel leiden dat het college bij besluit van 23 mei 2014 het vertrouwensbeginsel heeft geschonden, nu deze mededeling pas is gedaan na het nemen van dat besluit.

Het betoog faalt.

7. Het hoger beroep van BaZ Exploitatie B.V en [appellant] is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Het beroep tegen het besluit van 13 juni 2014

8. Op 13 juni 2014 heeft het college bestuursdwang toegepast door middel van het sluiten van het logiesgedeelte van het pand en het verplaatsen van de gasten naar een ander hotel. Bij besluit van 21 augustus 2014 heeft het college de kosten van deze bestuursdwang op € 21.453,85 gesteld en besloten deze kosten op BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] te verhalen. In het besluit is vermeld dat vanaf 10 juni 2014 259 arbeidsuren zijn besteed door de medewerkers van de gemeentelijke afdelingen grondzaken en publiekszaken aan de voorbereiding en toepassing van bestuursdwang. Naast deze kosten aan arbeidsuren is door de gemeente voor de logiesgasten van het pand een alternatief logies gereserveerd bij vakantieboerderij De Kooiplaats, waarvoor € 735,85 in rekening is gebracht.

9. Ingevolge artikel 5:31c, eerste lid, van de Awb heeft het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de last onder bestuursdwang mede betrekking op een beschikking die strekt tot toepassing van bestuursdwang of op een beschikking tot vaststelling van de kosten van de bestuursdwang, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.

Het bezwaarschrift van BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] gericht tegen deze kostenbeschikking wordt gelet op artikel 5:31c, eerste lid, van de Awb behandeld in dit geding.

10. BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] betogen dat het college ten onrechte de kosten van de toepassing van bestuursdwang op hen heeft verhaald. Zij voeren daartoe aan dat geen onderbouwing is gegeven van de uurtarieven en geen verantwoording van de ingezette personen en de verrichte werkzaamheden in relatie tot de opgegeven uren. Volgens hen is de hoeveelheid ingezette mankracht disproportioneel. Ook maken zij bezwaar tegen de kosten van het alternatieve logies. Zij voeren aan dat zij zelf hebben zorggedragen voor ander onderdak van de gasten vanaf 13 juni 2014.

10.1. Ingevolge artikel 5:25, eerste lid, van de Awb geschiedt de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.

Ingevolge het derde lid behoren tot de kosten van bestuursdwang de kosten van voorbereiding van bestuursdwang, voor zover deze zijn gemaakt na het verstrijken van de termijn waarbinnen de last had moeten worden uitgevoerd.

10.2. Ter zitting heeft het college toegelicht dat de in rekening gebrachte werkzaamheden naast het verzegelen van het logiesgedeelte van het pand bestonden uit het maken van een draaiboek, het reserveren en regelen van transport voor de gasten naar de vakantieboerderij en het communiceren met (toekomstige) gasten van het pand over de gevolgen van de toepassing van bestuursdwang voor hun verblijf op Schiermonnikoog. Voorts heeft het ter zitting een urenoverzicht van de verhaalde arbeidskosten van gemeenteambtenaren en een factuur van de vakantieboerderij overgelegd. Het college heeft toegelicht dat [appellant] niet bereid leek vervangend verblijf voor zijn gasten te regelen en dat het college daarom een reservering bij een vakantieboerderij heeft geplaatst.

Ingevolge artikel 5:23, derde lid, van de Awb mogen de kosten van de voorbereiding van de bestuursdwang slechts in rekening worden gebracht na het verstrijken van de begunstigingstermijn, welke termijn in dit geval op 6 juni 2014 is verstreken. Het door het college ter zitting overgelegde urenoverzicht bevat werkzaamheden van gemeenteambtenaren vanaf 9 juni 2014, welke werkzaamheden derhalve zijn van na het verstrijken van de begunstigingstermijn en in zoverre in beginsel kunnen worden verhaald.

BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] betogen tevergeefs dat het college de kosten voor het reserveren van een alternatief logiesverblijf ad € 735,85 niet als voorbereidingskosten op hen heeft kunnen verhalen. Zij hebben hun stelling dat zij bij het begin van de toepassing van bestuursdwang bereid waren een alternatief logiesverblijf voor de gasten te regelen niet gestaafd. Het college heeft gelet op de gevolgen van het verzegelen van het logiesgedeelte van het pand voor de gasten een alternatieve opvang kunnen regelen. Dat uiteindelijk geen gebruik van die opvang is gemaakt, betekent niet dat de reserveringskosten niet kunnen worden verhaald. Voorts wordt overwogen dat het in beginsel is toegestaan om de kosten van het maken van een draaiboek, het regelen van transport naar de alternatieve locatie en communicatiewerkzaamheden als voorbereidingskosten te verhalen. Het college heeft echter onvoldoende inzichtelijk gemaakt waaruit de gemaakte kosten van € 20.718,00 die volgens het besluit besteed zijn aan de voorbereiding en uitvoering van bestuursdwang bestaan. De in het besluit van 21 augustus 2014 gegeven motivering dat de medewerkers van de afdeling Grondzaken 151 uren en de medewerkers van de afdeling Publiekszaken 108 uren met een uurtarief van onderscheidenlijk € 90,00 en € 66,00 aan de voorbereiding en uitvoering van bestuursdwang hebben besteed, is daartoe niet toereikend. Ook de ter zitting overgelegde urenstaat bevat geen nadere specificering van de werkzaamheden in verband met de toepassing bestuursdwang in relatie tot de gemaakte uren. Gelet op het ontbreken van deze specificatie in samenhang bezien met het hoge bedrag aan voorbereidingskosten is het besluit genomen in strijd met artikel 3:46 van de Awb.

Het betoog slaagt.

11. Het beroep van BaZ Beheer B.V., BaZ Exploitatie B.V. en [appellant] tegen het besluit van het college van 21 augustus 2014 is gegrond. Dit besluit komt wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb voor vernietiging in aanmerking.

12. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep, voor zover ingesteld door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bernstorff aan Zee B.V. niet-ontvankelijk;

II. bevestigt de aangevallen uitspraak;

III. verklaart het beroep van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Bernstorff aan Zee Beheer B.V., Bernstorff aan Zee Exploitatie B.V. en [appellant] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog van 21 augustus 2014 gegrond;

IV. vernietigt het hiervoor onder III vermelde besluit;

V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog tot vergoeding van bij de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Bernstorff aan Zee Beheer B.V., Bernstorff aan Zee Exploitatie B.V. en [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 980,00 (zegge: negenhonderdtachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, griffier.

w.g. Troostwijk w.g. Van Driel

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2015

414-761.