Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2255

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-07-2015
Datum publicatie
15-07-2015
Zaaknummer
201406257/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 september 2013 heeft de raad geweigerd medewerking te verlenen aan de aanvraag tot een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied" ten behoeve van de realisatie van 21 grondgebonden woningen op het perceel Spekstraat 12 te Den Dungen (hierna: het perceel).

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/633

Uitspraak

201406257/1/A1.

Datum uitspraak: 15 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Vivat Fortuna B.V., gevestigd te Best,

appellante,

en

de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 september 2013 heeft de raad geweigerd medewerking te verlenen aan de aanvraag tot een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied" ten behoeve van de realisatie van 21 grondgebonden woningen op het perceel Spekstraat 12 te Den Dungen (hierna: het perceel).

Bij besluit van 15 mei 2014 heeft de raad het door Vivat Fortuna hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft Vivat Fortuna beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Vivat Fortuna heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 april 2015, waar Vivat Fortuna, vertegenwoordigd door Th.A.M. van de Loo en M.R. Groenendaal, bijgestaan door mr. E. Beele, advocaat te Tilburg, en de raad, vertegenwoordigd door ing. P.C.M. van Boxtel en mr. E.G. Grigorjan, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij het besluit omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan komt de raad beleidsvrijheid toe. De Afdeling toetst dit besluit terughoudend. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de raad in redelijkheid heeft kunnen afzien van de vaststelling van het plan en voorts of bij het nemen van dat besluit anderszins niet is gehandeld in strijd met het recht.

2. De gewenste gedeeltelijke herziening betreft het realiseren van 21 grondgebonden woningen op het perceel, waarop thans bedrijfsbebouwing aanwezig is.

3. Bij het bestreden besluit heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat de aangevraagde herziening in strijd is met het door hem gevoerde beleid, te weten de bij besluit van 16 december 2010 door de raad vastgestelde "Structuurvisie Buitengebied in ontwikkeling", de bij besluit van 13 oktober 2011 door de raad vastgestelde "Woonvisie 2011-2025" en de bij besluit van 12 april 2012 door de raad vastgestelde "Uitvoeringsnota Wonen voor het jaar 2012". Ter zitting is door de raad toegelicht dat het feit dat volgens hem strijd bestaat met de Woonvisie voor hem doorslaggevend is.

4. Vivat Fortuna betoogt dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de aangevraagde herziening in strijd is met het door hem gevoerde beleid. Daartoe voert zij aan dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de Woonvisie en de Uitvoeringsnota aan herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied" in de weg staan. De 21 woningen waarin de gewenste herziening voorziet leiden er zelf niet toe dat er teveel woningen worden gebouwd, maar de oorzaak van de overschrijding is dat de raad andere projecten voorrang geeft, aldus Vivat Fortuna. In dat kader verwijst zij naar het project "Grienselhof", waaraan de raad, wegens haar eigen grondpositie, volgens Vivat Fortuna voorrang geeft. Verder wijst zij op het project "Beekveld" waaraan wel medewerking is verleend. Gelet op de grondpositie van de raad stelt Vivat Fortuna zich tot slot op het standpunt dat de raad zich niet op de Woonvisie en de Uitvoeringsnota heeft mogen baseren, omdat dit beleid in strijd met het verbod van détournement de pouvoir is vastgesteld, nu die beleidstukken niet zijn gestoeld op planologische maar financiële afwegingen. Verder voert Vivat Fortuna aan dat de structuurvisie volgens haar niet aan de aangevraagde herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied" in de weg staat, nu die structuurvisie niet van toepassing is.

4.1. In paragraaf 5.14 van de Woonvisie staat onder andere dat in Den Dungen een relatief overschot aan woningen bestaat en dat het verstandig is om het woningbouwprogramma daarvoor te temporiseren. De Woonvisie is uitgewerkt in de Uitvoeringsnota. In tabel 4.1 van de Uitvoeringsnota staat dat de plancapaciteit in Den Dungen voorziet in 366 woningen en er 200 woningen nodig zijn. In de Uitvoeringsnota worden woningbouwplannen gecategoriseerd op status. In de categorie "groen" zijn plannen opgenomen die planologisch-juridisch en contractueel hard zijn. Voor plannen die in deze categorie zijn opgenomen zijn reeds bestemmingsplannen vastgesteld en onherroepelijk geworden. De categorie "oranje" betreft plannen waarvoor het college een principebesluit tot medewerking heeft genomen. De categorie "rood" betreft plannen met een zachte plancapaciteit, wat betekent dat nog geen afspraken zijn gemaakt. Uit tabel 4.2 volgt dat de projecten in de categorie "groen" in Den Dungen 331 woningen betreffen. De aangevraagde herziening is opgenomen in de categorie "oranje".

4.2. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de Woonvisie en de Uitvoeringsnota aan de aangevraagde planherziening in de weg staan. De aangevraagde herziening voorziet immers in een toename van 21 woningen, terwijl de plancapaciteit in Den Dungen voorziet in 366 woningen, terwijl er 200 woningen nodig zijn. De projecten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsnota in de categorie "groen" betreffen projecten waarvoor, anders dan in het geval van Vivat Fortuna, reeds een onherroepelijk bestemmingsplan is vastgesteld, wat betekent dat die woningen dus al gerealiseerd kunnen worden. De raad heeft in redelijkheid het onderscheid in projecten kunnen maken waarbij hij een prioritering heeft mogen aanbrengen ten aanzien van projecten waarvoor reeds een onherroepelijk bestemmingsplan is vastgesteld. Voor de bouw van 21 woningen op het perceel is nog geen onherroepelijk bestemmingsplan vastgesteld, zodat de raad het project niet in de categorie "groen" behoefde op te nemen. Voorts zijn er geen bijzondere omstandigheden aangevoerd waardoor het project wel in de categorie "groen" opgenomen had moeten worden. Anders dan Vivat Fortuna betoogt, is niet gebleken dat het project "Grienselhof", welk project negen woningen betreft, voorrang krijgt. Dit project is evenals de aangevraagde herziening opgenomen in de categorie "oranje". Verder is ter zitting niet gebleken dat het project "Grienselhof" wel doorgang vindt. Het project "Beekveld" is ook opgenomen in de categorie "oranje". Dit project ziet echter op woningen in de kern Berlicum. In de behoefte aan woningen in die kern is, anders dan in de kern Den Dungen, nog niet voorzien door projecten in de categorie "groen". De reden waarom bepaalde projecten wel en andere projecten niet in de categorie "groen" zijn opgenomen staat in de Uitvoeringsnota beschreven en heeft te maken met het feit dat voor die projecten reeds een onherroepelijk bestemmingsplan is vastgesteld.

Het betoog faalt.

4.3. Nu gelet op het voorgaande de raad de door Vivat Fortuna aangevraagde herziening van het bestemmingsplan reeds kon weigeren wegens strijd met zijn beleid als neergelegd in de Woonvisie en de Uitvoeringsnota, behoeft niet te worden toegekomen aan haar betoog dat de raad de aangevraagde herziening ten onrechte heeft getoetst aan zijn beleid als neergelegd in de structuurvisie.

5. Vivat Fortuna betoogt verder dat de raad het vertrouwensbeginsel heeft geschonden in het licht van hetgeen het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel (hierna: het college) met haar heeft afgesproken. Zij verwijst daartoe naar een brief van het college van 8 september 2008, waarin het college het principeverzoek van Vivat Fortuna beantwoordt.

5.1. Daargelaten dat het college de raad niet kan binden, is niet gebleken van gewekt vertrouwen jegens Vivat Fortuna. Uit de brief van 8 september 2008 volgt dat het college ten behoeve van het project een bestemmingsplanprocedure zal opstarten. Dit heeft het college gedaan. Of het opstarten van een dergelijke procedure ook daadwerkelijk tot het vaststellen van het beoogde bestemmingsplan leidt, hangt mede af van andere omstandigheden, waaronder in dit geval de later vastgestelde Woonvisie.

Het betoog faalt.

6. Het betoog van Vivat Fortuna dat de aangevraagde herziening van het bestemmingsplan, anders dan de raad stelt, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat de ruimtelijke structuur volgens haar fors zal verbeteren als de nu op het perceel aanwezige leegstaande en vervallen bedrijfsgebouwen zouden worden gesloopt en vervangen door goed ingepaste woningen waar vraag naar bestaat, slaagt niet. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aangevraagde herziening niet past binnen het door hem gevoerde beleid, zodat reeds om die reden niet wordt toegekomen aan de vraag of de aangevraagde herziening stedenbouwkundig beter inpasbaar is.

7. Gelet op het voorgaande heeft de raad de aanvraag in redelijkheid kunnen afwijzen. In hetgeen Vivat Fortuna heeft aangevoerd ziet de Afdeling ook geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit is genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. D.J.C. van den Broek en mr. B.P.M. van Ravels, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, griffier.

w.g. Slump w.g. Graaff-Haasnoot

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2015

270-776.