Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2208

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-07-2015
Datum publicatie
15-07-2015
Zaaknummer
201408059/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 april 2014 heeft het college aan [vergunninghoudster] krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) vergunning verleend voor het in werking hebben van een vleesvarkenshouderij en het bouwen van een nieuwe stal aan de [locatie] te [plaats].

Wetsverwijzingen
Natuurbeschermingswet 1998
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/637

Uitspraak

201408059/1/R2.

Datum uitspraak: 15 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., gevestigd te Nijmegen,

appellante,

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 april 2014 heeft het college aan [vergunninghoudster] krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) vergunning verleend voor het in werking hebben van een vleesvarkenshouderij en het bouwen van een nieuwe stal aan de [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 15 augustus 2014 heeft het college beslist op het door Mob hiertegen gemaakte bezwaar.

Tegen dit besluit heeft Mob beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 juni 2015, waar Mob, vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp, en het college, vertegenwoordigd door mr. J. Kippersluis en A.M. Rensen, beiden werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ter zitting heeft Mob de beroepsgrond over het niet toepassen van de coördinatieregeling als bedoeld in artikel 19ka van de Nbw 1998 en de beroepsgrond over het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij ingetrokken.

2. Bij het primaire besluit is een vergunning verleend voor het in werking hebben van een vleesvarkenshouderij. Het betreft volgens het college een vergunning voor een bedrijfssituatie die ten opzichte van de relevante referentiesituatie leidt tot een toename van depositie in Natura 2000-gebieden. Het college heeft de vergunning verleend omdat met toepassing van externe saldering de toename van depositie geheel wordt weggenomen. Het college stelt zich op het standpunt dat het op grond van een passende beoordeling waarin de depositietoename vanwege de gewenste bedrijfssituatie en de depositieafname door saldering zijn berekend, de zekerheid heeft verkregen dat de vergunde bedrijfssituatie de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zal aantasten.

3. Mob richt zich tegen het toepassen van zogenoemde externe saldering. Zij voert daartoe, samengevat weergegeven, aan dat het kopen van emissierechten niet als maatregel kan worden meegenomen in de passende beoordeling die ten grondslag ligt aan de aanvraag en het besluit, omdat de rechten niet zijn overgedragen. De wettelijke basis voor een overdracht ontbreekt en een wijziging van de tenaamstelling van de toestemming voldoet niet, volgens Mob.

4. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 8 april 2015, in zaak nrs. 201402208/1/R2 en andere, kan het college externe saldering als maatregel betrekken bij de passende beoordeling. Nu Mob geen andere argumenten aanvoert dan reeds besproken in voornoemde uitspraak, ziet de Afdeling geen aanleiding om ten aanzien daarvan tot een ander oordeel te komen. Het betoog faalt.

Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en mr. R. Uylenburg en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Verbeek

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2015

388.