Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2151

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-07-2015
Datum publicatie
08-07-2015
Zaaknummer
201408394/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:5561, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 juni 2013 heeft het college besloten over te gaan tot invordering van een door [appellant] verbeurde dwangsom ter hoogte van € 10.000,00.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/484

Uitspraak

201408394/1/A1.

Datum uitspraak: 8 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

wijlen [appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbend te Putten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 2 september 2014 in zaak nr. 13/7545 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Putten.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juni 2013 heeft het college besloten over te gaan tot invordering van een door [appellant] verbeurde dwangsom ter hoogte van € 10.000,00.

Bij besluit van 14 oktober 2013 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 september 2014 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Overwegingen

1. De behandeling van de zaak ter zitting die was gepland op 22 april 2015, heeft niet plaatsgevonden. De gemachtigde van [appellant] heeft de Afdeling bij brief van 21 april 2015 laten weten dat [appellant] enkele dagen daarvoor is overleden. De erfgenamen van wijlen [appellant] hebben niet binnen de door de Afdeling aan hen gestelde termijn aangegeven dat zij het hoger beroep willen voortzetten. Gelet hierop bestaat er geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, griffier.

w.g. Hoekstra w.g. Fransen

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2015

407-619.