Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2113

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-07-2015
Datum publicatie
08-07-2015
Zaaknummer
201500304/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 december 2014 heeft het college het plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC's) in de wijk Uilebomen (wijk 13) te Den Haag.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet milieubeheer
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2015/705

Uitspraak

201500304/1/A4.

Datum uitspraak: 8 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

De Vereniging van Eigenaars Woningen in het appartementen gebouw OMNIA, Ammunitiehaven 25 t/m 109 (oneven nummers) te 's-Gravenhage (hierna: de VvE), gevestigd te Den Haag,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2014 heeft het college het plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC's) in de wijk Uilebomen (wijk 13) te Den Haag.

Tegen dit besluit heeft de VvE beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 juni 2015, waar de VvE, vertegenwoordigd door drs. E. Mafficioli del Castelletto, en het college, vertegenwoordigd door mr. R.W. Schrijver en ing. R. van Coevorden, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij het bestreden besluit heeft het college, door vaststelling van een plaatsingsplan, in de wijk Uilebomen concrete locaties aangewezen waar ORAC's worden geplaatst.

2. De VvE voert aan dat het plaatsingsplan ten onrechte niet voorziet in een ORAC op de hoek van het Bleekveld en de Ammunitiehaven bij de uitgang van de parkeergarage, ten behoeve van de bewoners van het appartementencomplex OMNIA.

Daartoe voert zij aan dat het college zich ten onrechte op het standpunt stelt dat het appartementencomplex over een inpandige voorziening voor de opslag van huisvuil beschikt. Volgens haar is bij de bouw van het appartementencomplex in 1994 geen rekening gehouden met het inpandig opslaan van huisvuil, maar is later door de gemeenschappelijke hal te verkleinen een inpandige opslag gecreƫerd waar aanvankelijk kliko's en later grotere containers zijn geplaatst. De VvE stelt dat zij echter van deze inpandige opslag af wil, omdat het ongedierte brengt in de het appartementencomplex, de ruimte te klein is, het voor oudere bewoners moeilijk is om hun huisvuil in de hoge containers te doen en wekelijks kosten moeten worden gemaakt voor het buiten zetten, schoonmaken en terugplaatsen van de containers.

2.1. De omstandigheid dat de VvE problemen ondervindt met de inpandige voorziening voor de opslag van huisvuil en daarom daarvan af wil, maakt niet dat het appartementencomplex niet over een inpandige voorziening voor de opslag van huisvuil beschikt. Nu de bewoners van het appartementencomplex gebruik kunnen maken van die voorziening, heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plaatsingsplan niet hoeft te voorzien in een ORAC ten behoeve van die bewoners.

Het betoog faalt.

3. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W. Sorgdrager, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Kors, griffier.

w.g. Sorgdrager w.g. Kors

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2015

687.