Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2104

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-07-2015
Datum publicatie
08-07-2015
Zaaknummer
201500200/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 november 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Wish-Lekerstraat" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201500200/1/R3.

Datum uitspraak: 8 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Beek en Donk, gemeente Laarbeek,

en

de raad van de gemeente Laarbeek,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 6 november 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Wish-Lekerstraat" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juni 2015, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. A.J. Blankert, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in een planologische regeling voor het gebied ten oosten van de kern Beek en Donk en ten zuiden van de Lekerstraat. Het plan maakt het mogelijk het gebied te gebruiken als evenemententerrein.

3. [appellant], die woont aan de [locatie] in Beek en Donk, betoogt dat de bij het locatieonderzoek geformuleerde randvoorwaarden ten onrechte niet in het plan zijn verwerkt.

[appellant] betoogt voorts dat het plan, voor zover het betreft het gebruik als evenemententerrein, leidt tot rechtsonzekerheid. Hij stelt daartoe dat de planregels onaanvaardbaar breed toepasbaar zijn, zodat ook andere evenementen dan het Wish Outdoor-festival mogelijk zijn. Het toestaan andere evenementen dan het Wish Outdoor-festival is ten onrechte niet ruimtelijk onderbouwd, aldus [appellant].

3.1. De raad stelt dat voldoende is onderbouwd dat het plangebied de meest geschikte locatie voor het houden van evenementen is en dat de bij het locatieonderzoek geformuleerde randvoorwaarden bij de vaststelling van het plan in acht zijn genomen.

De raad stelt zich voorts op het standpunt dat het plan niet leidt tot een rechtsonzekere situatie. De raad wijst erop dat onder het vorige plan evenementen waren toegestaan na toepassing van een afwijkingsbevoegdheid en dat daarvoor steeds een omgevingsvergunning werd verleend. In het voorliggende plan is het toestaan van evenementen bij recht geregeld en begrensd. Hierbij zijn het aantal evenementen, de tijdsduur, het maximaal toegestane aantal bezoekers, de geluidbelasting en de tijdsperiode vastgelegd.

3.2. Over het betoog dat de in het locatieonderzoek opgenomen randvoorwaarden ten onrechte niet in het plan zijn verwerkt, overweegt de Afdeling als volgt. [appellant] heeft zich terzake van dit betoog in het beroepschrift beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] heeft in het beroepschrift geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

Het betoog faalt.

3.3. In het plan is aan de gronden met de vigerende bestemmingen "Agrarisch", "Bos", Groen-Landschapselement" en "Water" de functieaanduiding "evenemententerrein" toegevoegd.

Ingevolge artikel 1, lid 1.25, van de planregels wordt onder evenement verstaan:

een verplaatsbare georganiseerde gebeurtenis, zoals (pop)concerten, live optredens, houseparty, dj's, rap, dance-events en daaraan ondergeschikt andere bijeenkomsten tot ontspanning of vermaak, of een vertoning, voorstelling of herdenking en daarmee te vergelijken evenementen qua geluidsniveau, waarbij:

a. er maximaal 1 evenement per jaar is toegestaan;

b. het evenement niet langer duurt dan 72 uren;

c. voorafgaande aan het evenement maximaal 3 weken opgebouwd mag worden en aansluitend aan het evenement maximaal 2 weken afgebroken mag worden;

d. het bezoekersaantal per dag niet meer mag bedragen dan 30.000 personen;

e. de maximale geluidbelasting op de gevel niet meer mag bedragen dan is aangegeven in de 'Beleidsregels evenemententerrein Lekerstraat 2014';

f. gedurende het evenement er tevens een camping is toegestaan voor de gasten van het evenement;

g. ondergeschikte horeca is toegestaan;

h. het evenement (inclusief opbouw en afbouw) plaatsvindt in de periode juni/juli/augustus/september.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder e, zijn de als "Agrarisch" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein" mede bestemd voor een evenemententerrein, zoals beschreven in artikel 1, lid 1.25, met inachtneming van artikel 11, lid 11.2.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, aanhef en onder h, zijn de als "Bos" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein" mede bestemd voor een evenemententerrein, zoals beschreven in artikel 1, lid 1.25, met inachtneming van artikel 11, lid 11.2.

Ingevolge artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder h, zijn de als "Groen-Landschapselement" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein" mede bestemd voor een evenemententerrein, zoals beschreven in artikel 1, lid 1.25, met inachtneming van artikel 11, lid 11.2.

Ingevolge artikel 6, lid 6.1, aanhef en onder f, zijn de als "Water" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein" mede bestemd voor een evenemententerrein, zoals beschreven in artikel 1, lid 1.25, met inachtneming van artikel 11, lid 11.2.

Ingevolge artikel 11, lid 11.2, is het gebruik van het perceel conform het bepaalde in artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder e, artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder h, en artikel 6, lid 6.1, aanhef en onder f, alleen dan toegestaan indien:

a. minimaal voor de begrenzing van het publiekstoegankelijke deel van het festivalterrein 25 meter afstand van de bosranden, struwelen en houtwallen in en rondom de ingreeplocaties wordt gehouden om verstoring van hier broedende vogels te voorkomen;

b. de verlichting en geluidsboxen op de ingreeplocaties naar het festivalterrein toe zijn gericht en niet naar de omgeving.

3.4. Onder verwijzing naar haar uitspraak van 29 februari 2012, in zaak nr. 201002029/1/T1/R2, overweegt de Afdeling dat het op de weg van de planwetgever ligt om omtrent, onder meer, het toegestane aantal evenementen per jaar, de soorten en de maximale bezoekersaantallen voorschriften te stellen, voor zover dat uit een oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenemententerrein op een bepaalde locatie van belang is. Het gaat hier om de beoordeling en de afweging of een bestemming, die gedurende de planperiode evenementen op een bepaalde locatie toestaat, vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is.

3.5. De Afdeling stelt vast dat in het plan voor de gronden met de functieaanduiding "evenemententerrein" is vastgelegd dat ter plaatse maximaal één evenement per jaar is toegestaan, dat het evenement niet langer dan 72 uren mag duren en dat het bezoekersaantal per dag niet meer mag bedragen dan 30.000 personen. Over de maximale geluidbelasting op de gevel is opgenomen dat deze niet meer mag bedragen dan is aangegeven in de Beleidsregels evenemententerrein Lekerstraat 2014. Ter zitting is vastgesteld dat de geluidnormen in deze beleidsregels overeenkomen met de gemeten geluidwaarden vanwege het Outdoor Wish-festival, als opgenomen in bijlage 3 bij de plantoelichting. Voorts is in het plan vastgelegd dat voorafgaande aan het evenement maximaal 3 weken mag worden opgebouwd en aansluitend aan het evenement maximaal 2 weken mag worden afgebroken en dat het evenement, inclusief opbouw en afbouw, alleen mag plaatsvinden in de maanden juni tot en met september. Tevens is in het plan vastgelegd welke soorten evenementen ter plaatse zijn toegestaan. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het plan, voor zover het betreft het gebruik als evenemententerrein, leidt tot rechtsonzekerheid.

In de plantoelichting is ingegaan op ruimtelijke aspecten, zoals bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit, veiligheid, verkeer en flora en fauna, waarbij een jaarlijks driedaags evenement als uitgangspunt is genomen. De raad heeft de maximaal toegestane mogelijkheden van het plan onderzocht en gemotiveerd overwogen dat in de ruimtelijke aspecten geen belemmering is gezien voor het toestaan van een jaarlijks driedaags evenement. Gelet hierop, alsook in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de planregels, die een jaarlijks driedaags evenement mogelijk maken, ontoereikend zijn, in die zin dat de planregels onaanvaardbaar breed toepasbaar zijn. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het toestaan van andere evenementen dan het Wish Outdoor-festival niet ruimtelijk is onderbouwd.

Voor zover [appellant] betoogt dat in het plan ten onrechte niet is vastgelegd dat, behalve het Wish Outdoor-festival, geen andere evenementen zijn toegestaan, overweegt de Afdeling dat dit geen ruimtelijk aspect betreft dat voor de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van het plan van belang is. De Afdeling wijst erop dat uit het plan volgt dat er maximaal één evenement van maximaal drie dagen per jaar mag worden gehouden.

Het betoog faalt.

4. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.S.D. Ramrattansing, griffier.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Ramrattansing

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2015

408.