Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2034

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
01-07-2015
Zaaknummer
201403318/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 februari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/387

Uitspraak

201403318/2/R1.

Datum uitspraak: 1 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Agrowin B.V., gevestigd te Goor, gemeente Hof van Twente,

appellante,

en

de raad van de gemeente Hof van Twente,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Agrowin beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 november 2014, waar Agrowin, vertegenwoordigd door H. Houwers, bijgestaan door ing. T.F.A Luttikhold, werkzaam voor BMD Advies B.V., en de raad, vertegenwoordigd door A.B.H. Roebert-Ter Horst, werkzaam voor de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 24 december 2014, in zaak nr. 201403318/1/R1, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 18 februari 2014 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 24 maart 2015 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)" gewijzigd vastgesteld. Hiermee is het besluit van 18 februari 2014 vervangen.

Agrowin is in de gelegenheid gesteld haar zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. Van deze gelegenheid heeft zij geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in overweging 3.4 van de tussenuitspraak geoordeeld dat in het besluit van 18 februari 2014 de bedrijfsactiviteiten die Agrowin ontplooit op het perceel Haven 2 ten onrechte onder het overgangsrecht zijn gebracht, omdat niet de gerechtvaardigde verwachting bestaat dat het bestaande gebruik binnen de planperiode zal worden beëindigd.

2. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak is het beroep van Agrowin gegrond. Het besluit van 18 februari 2014 dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3.1, eerste lid, van de Wro, voor zover dat ziet op de vaststelling van de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 2" zoals toegekend aan het plandeel ter plaatse van het perceel Haven 2.

3. Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak het besluit met inachtneming van overweging 4 van de tussenuitspraak te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling, waarbij een passende bestemming aan het bestreden plandeel wordt toegekend waarmee Agrowin haar bedrijvigheid kan continueren.

4. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 24 maart 2015 het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)" gewijzigd vastgesteld. Daarbij heeft hij de bestemming "Bedrijventerrein" met de aanduidingen "bedrijf tot en met categorie 3.1" en "specifieke vorm van bedrijventerrein - groothandel chemische producten" aan het plandeel ter plaatse van het perceel Haven 2 toegekend.

5. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft een beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

6. Agrowin heeft naar aanleiding van het nieuwe besluit geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat Agrowin geen bezwaren heeft tegen het besluit van 24 maart 2015. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond.

7. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Hof van Twente van 18 februari 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)" gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Hof van Twente van 18 februari 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)", wat betreft de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 2" zoals toegekend aan het plandeel ter plaatse van het perceel Haven 2;

III. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Hof van Twente van 24 maart 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)" ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Hof van Twente tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Agrowin B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 980,00 (zegge: negenhonderdtachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Hof van Twente aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Agrowin B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 328,00 (zegge: driehonderdachtentwintig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, griffier.

w.g. Van Buuren w.g. Bosnjakovic

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2015

410.