Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2032

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
01-07-2015
Zaaknummer
201308843/4/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Katwijkerbuurt" gewijzigd vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/385

Uitspraak

201308843/4/R4.

Datum uitspraak: 1 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Katwijkerbuurt" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[belanghebbende], handelend onder de naam [bedrijf], heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 juni 2014, waar onder meer [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. M. Dorrepaal en drs. A. Wamsteeker, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 27 augustus 2014, zaak nr. 201308843/1/R4, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van

13 juni 2013 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 27 november 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Katwijkerbuurt", zoals vastgesteld op 13 juni 2013, gewijzigd vastgesteld (hierna: het herstelbesluit).

[appellant] en anderen hebben een zienswijze over het herstelbesluit naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in 7.7 van de tussenuitspraak overwogen dat het besluit van 13 juni 2013 in strijd is met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), omdat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij de planologische aanvaardbaarheid ten aanzien van de omvang van de in het plan voorziene kas heeft beoordeeld en hoe daarbij de gevolgen hiervan voor het woon- en leefklimaat van [appellant] en anderen zijn betrokken.

Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending hiervan, met inachtneming van hetgeen is overwogen in 7.7 en 8, toereikend te motiveren, dat de in het plan opgenomen goothoogte en omvang van de voorziene kas op het perceel [locatie] ruimtelijk aanvaardbaar zijn, dan wel een andere planregeling vast te stellen voor het plandeel met de bestemming "Agrarisch - Weide" en de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - kas 1".

2. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad met het herstelbesluit artikel 5 van de planregels gewijzigd vastgesteld.

Artikel 5, lid 5.2, aanhef onder c, van de planregels is als volgt komen te luiden: op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1 mag uitsluitend worden gebouwd: een hobbykas ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - kas 1", waarvan de oppervlakte niet meer dan 2420 m² en de goothoogte niet meer dan 4,50 m en de bouwhoogte niet meer dan 5,50 m mag bedragen, welke hobbykas uitsluitend mag bestaan uit teeltruimten zonder kunstmatige warmte(-krachtkoppelings)installatie en/of ketelhuis en zonder assimilatieverlichting.

Lid 5.4 van de planregels is komen te luiden: een gebruik in strijd met de bestemming is in ieder geval het gebruik van gronden als bedoeld in lid 5.1 als paardenbak en voor glastuinbouw anders dan bedoeld in lid 5.2, aanhef en onder c en d.

3. Het herstelbesluit van 27 november 2014, waarbij de raad het besluit van 13 juni 2013 heeft gewijzigd, is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede onderwerp van dit geding.

4. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat de in het plan voorziene verplaatsing van de kas op het perceel [locatie] in het open weidelandschap, mede gezien de Gebiedsvisie Katwijkerbuurt, onaanvaardbaar is, overweegt de Afdeling dat dit betoog ziet op een aspect dat niet het onderwerp vormde van de door de Afdeling aan de raad gegeven opdracht en de wijze waarop de raad daaraan uitvoering heeft gegeven. Over de verplaatsing van de kas in relatie tot de Gebiedsvisie Katwijkerbuurt is in 7.5 van de tussenuitspraak een eindbeslissing gegeven. Behoudens zeer uitzonderlijke gevallen kan niet worden teruggekomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een zeer uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel moet worden uitgegaan.

5. [appellant] en anderen betogen dat het hobbymatige karakter van de in het plan voorziene kas onvoldoende wordt gewaarborgd in het plan. De huidige kas wordt volgens hen bedrijfsmatig gebruikt en deze is kleiner dan de in het plan voorziene kas. De raad heeft voorts in de besluitvorming ten onrechte het vorige bestemmingsplan betrokken waarin het perceel een glastuinbouwbestemming had, nu in dit transformatiegebied de kassen al geruime tijd zijn gesloopt en het gebied ter bescherming in voorbereidende besluiten is aangewezen als "Agrarisch-Weide".

[appellant] en anderen wijzen tot slot op een hobbymatige koikarperkwekerij die op last van de gemeente diende te worden gesloten. De kleinere omvang van de koikarperkwekerij was onvoldoende om het hobbymatige karakter aan te tonen, aldus [appellant] en anderen. Wat onder hobbymatig dient te worden verstaan is volgens hen dan ook onduidelijk.

5.1. De raad heeft aan het herstelbesluit de "Aanvullende beoordeling bestemmingsplan "Katwijkerbuurt" aangaande de hobbykas ter plaatse van het perceel [locatie]" van 11 november 2014 (hierna: de aanvullende beoordeling) ten grondslag gelegd. In deze aanvullende beoordeling wordt ingegaan op het waarborgen van het hobbymatige karakter van de voorziene kas en de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de opgenomen goothoogte en omvang hiervan.

In het besluit van 13 juni 2013 was een kas voorzien met een goothoogte van 6 m en geen maximering van de bouwhoogte. Met het gewijzigde artikel 5, lid 5.2, aanhef onder c, van de planregels wordt een kas voorzien met een goothoogte van 4,5 m en een bouwhoogte van niet meer dan 5,5 m. De oppervlakte van de kas mag niet meer dan 2420 m² bedragen. De voorziene kas is daarmee 1 m hoger en 220 m² groter dan de thans elders op het perceel aanwezige kas. De raad acht dit op basis van de aanvullende beoordeling aanvaardbaar, nu de kas op verzoek van de gemeente wordt verplaatst en de kas moet kunnen voldoen aan de eisen van de moderne tijd. Voorts maakt de verplaatsing van de kas deel uit van een bredere ruimtelijke afweging, namelijk het versterken van de entree van de Groenzone en daarmee het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse, aldus de raad.

Gezien de gewijzigde planregels is ter plaatse uitsluitend een hobbykas bestaande uit teeltruimten toegestaan en is het gebruik van de gronden voor glastuinbouw als strijdig gebruik aangemerkt. Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het hobbymatige karakter van de in het plan voorziene kas voldoende is gewaarborgd. Daarbij heeft de raad in redelijkheid kunnen betrekken dat de omvang van de kas zich niet leent voor een bedrijfsmatige exploitatie hiervan gezien de gebruikelijke omvang van bedrijfsmatige kassen in Pijnacker-Nootdorp. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling gelet op het voorgaande geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot de thans voorziene omvang van de kas. De raad heeft daarbij in redelijkheid een groter gewicht kunnen toekennen aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse door het versterken van de entree van de Groenzone dan aan het belang dat [appellant] en anderen hebben bij het behoud van de huidige omvang van de kas.

Het betoog faalt in zoverre.

5.2. Over de door [appellant] en anderen gemaakte vergelijking met een hobbymatige koikarperkwekerij wordt het volgende overwogen. In hetgeen [appellant] en anderen hieromtrent hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de genoemde situatie overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie, nu een koikarperkwekerij niet valt te vergelijken met een kas ten behoeve van teeltruimte.

Het betoog faalt.

6. [appellant] en anderen betogen dat het plan een onaanvaardbare aantasting van hun uitzicht tot gevolg heeft. Het doorzicht voor bewoners en recreanten naar het open weide landschap wordt met het realiseren van de kas volledig belemmerd, aldus [appellant] en anderen.

6.1. De raad stelt op basis van de aanvullende beoordeling dat het plan geen onaanvaardbare aantasting van het uitzicht van [appellant] en anderen tot gevolg heeft, nu de afstand tussen de voorziene kas en de woningen ongeveer 95 m bedraagt en voorts een strook beplanting met bomen aanwezig is tussen de tuinen van [appellant] en anderen en de voorziene kas.

Niet valt uit te sluiten dat het plan enige aantasting van het huidige uitzicht vanuit de woningen van [appellant] en anderen met zich kan brengen. In aanmerking genomen dat geen recht op een blijvend vrij uitzicht bestaat en evenmin aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad gezien voornoemde afstand tussen de voorziene kas en de woningen van [appellant] en anderen desalniettemin had moeten inzien dat het plan een ernstige aantasting van het uitzicht met zich brengt, ziet de Afdeling geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre niet zal leiden tot een onaanvaardbare verslechtering van het woon- en leefklimaat.

Het betoog faalt.

7. Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen is het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van 13 juni 2013 gegrond. Dat besluit dient te worden vernietigd voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch - Weide" en de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - kas 1" voor het perceel [locatie].

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van 27 november 2014, waarbij de raad het bestemmingsplan "Katwijkerbuurt", zoals vastgesteld op 13 juni 2013, gewijzigd heeft vastgesteld, ongegrond.

8. De raad dient ten aanzien van [appellant] en anderen op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp van 13 juni 2013 gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp van 13 juni 2013 voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch - Weide" en de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - kas 1" voor het perceel [locatie] te Pijnacker;

III. verklaart het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp van 27 november 2014 ongegrond;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Verhoeven, griffier.

w.g. Kranenburg w.g. Verhoeven

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2015

690.