Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:1743

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-06-2015
Datum publicatie
03-06-2015
Zaaknummer
201310952/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 september 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Ruimtelijke ontwikkeling gebied Schoolstraat-Oude Trambaan Thorn (herziening)" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:19
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer 2.17
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer 2.18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2015/97 met annotatie van F. Arents
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201310952/2/R1.

Datum uitspraak: 3 juni 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Thorn, gemeente Maasgouw,

en

de raad van de gemeente Maasgouw,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 september 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Ruimtelijke ontwikkeling gebied Schoolstraat-Oude Trambaan Thorn (herziening)" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 oktober 2014, waar onder meer [appellant], vertegenwoordigd door mr. J.M. Smits, werkzaam bij SRK rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door mr. E.J.T.H.M. Savelkoul, J.M.M. Vossen en C.G. Reumers-Hoeben, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 14 januari 2015 in zaak nr. 201310952/1/R1 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 26 september 2013 te herstellen. De tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 19 maart 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Ruimtelijke ontwikkeling gebied Schoolstraat-Oude Trambaan Thorn (herziening)" gewijzigd vastgesteld.

[appellant] heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, zijn zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop het gebrek is hersteld.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Het besluit van 26 september 2013

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 14 januari 2015 overwogen dat het besluit van 26 september 2013, voor zover het betreft artikel 8, lid 8.2, van de planregels, in strijd is met de rechtszekerheid en niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. De Afdeling heeft hiertoe overwogen dat de in deze planregel opgenomen norm, dat ten gevolge van de bestemmingen "Gemengd - 1" en "Gemengd - 2" de geluidsbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen in totaal niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde, door het geluid van het terras wordt overschreden en dus niet uitvoerbaar is. Volgens de Afdeling heeft de raad geen uitsluitsel kunnen geven over de vraag of het de bedoeling is geweest de norm van 50 dB(A) etmaalwaarde ook te doen laten gelden voor stemgeluid op het terras.

2. Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 26 september 2013 gegrond. Dat besluit dient te worden vernietigd voor zover het betreft artikel 8, lid 8.2, van de planregels.

Het besluit van 19 maart 2015

3. Bij besluit van 19 maart 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Ruimtelijke ontwikkeling gebied Schoolstraat-Oude Trambaan Thorn (herziening)" opnieuw vastgesteld, waarbij artikel 8, lid 8.2, van de planregels is gewijzigd. Ingevolge dit artikel, zoals dit thans luidt, mag ten gevolge van de bestemmingen "Gemengd - 1" en "Gemengd - 2" met uitzondering van de aanduiding 'terras' de geluidsbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen in totaal niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde.

3.1. Het besluit van 19 maart 2015 is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht mede onderwerp van het geding.

3.2. [appellant] betoogt dat de raad ten onrechte in artikel 8, lid 8.2, van de planregels een uitzondering heeft gemaakt voor het geluid afkomstig van het terras. [appellant] voert hiertoe aan dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de geluidsproductie van het terras kan worden gereguleerd met toepassing van de Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2012 (hierna APV). Volgens [appellant] is uitsluitend het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) van toepassing op de geluidsproductie van de voorziene Brede Maatschappelijke Voorziening. Hierin staat dat het stemgeluid afkomstig van het terras voor de geluidberekeningen en -metingen buiten beschouwing wordt gelaten. De raad had volgens [appellant] in het kader van een goede ruimtelijke ordening het stemgeluid afkomstig van het terras moeten betrekken bij de beoordeling of sprake is van een aanvaardbare geluidssituatie.

3.3. De raad heeft bij de totstandkoming van het plan door Oranjewoud een akoestisch onderzoek laten uitvoeren, waarvan de resultaten zijn vastgelegd in het rapport 'Akoestisch onderzoek BP Brede Maatschappelijke voorzieningen en woningen Schoolstraat/Oude Trambaan te Thorn' van 8 juli 2013 (hierna: het akoestisch rapport). In het akoestisch rapport staat dat voor de geluidsproductie van het terras een 'worst case'-scenario is onderzocht. Hierbij worden bij de dichtstbijzijnde woningen (overzijde Schoolstraat) langtijdgemiddelde geluidniveaus bepaald van 50 dB(A) in de dagperiode, 53 resp. 47 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Pieken vanwege schreeuwende/roepende personen kunnen tot 80 dB(A) aan de gevel van de woningen bedragen.

3.4. Vast staat dat het terras deel uitmaakt van de voorziene Brede Maatschappelijke Voorziening. Vast staat voorts dat dit een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) betreft. In artikel 2.20 van de APV staat dat het verboden is zonder een vergunning een voor publiek toegankelijk terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting te exploiteren of te doen exploiteren. Dit verbod geldt volgens dit artikel niet indien en voor zover de Wm van toepassing is.

3.5. [appellant] betoogt terecht dat nu de Wm op de Brede Maatschappelijke Voorziening van toepassing is, op grond van artikel 2.20 van de APV voor de exploitatie van het terras geen vergunning nodig is. De raad heeft zich reeds hierom ten onrechte op het standpunt gesteld dat de geluidsproductie van het terras kan worden gereguleerd met toepassing van de APV. Het betoog van [appellant] leidt evenwel niet tot het beoogde doel.

3.6. [appellant] heeft niet onderkend dat de raad de geluidsproductie van het terras wel degelijk heeft betrokken bij zijn beoordeling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Zoals volgt uit 3.3 is de geluidsproductie van het terras beoordeeld in het akoestisch rapport. In de plantoelichting staat dat met de in het akoestisch rapport bepaalde geluidsniveaus de richtwaarde van 45 en 40 dB(A) uit het Activiteitenbesluit in de avond en nachtperiode ter plaatse van de woningen aan de Schoolstraat worden overschreden, maar dat de raad zich niettemin op het standpunt stelt dat ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De raad heeft hiervoor van belang geacht dat de afstand tussen de woningen aan de Schoolstraat en het terras ongeveer 12 m bedraagt, zodat wordt voldaan aan de richtafstand van 10 m uit de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Voorts heeft de raad van belang geacht dat aan de straatzijde van de woningen aan de Schoolstraat geen buitenverblijfgebieden zijn gesitueerd en dat het binnengeluidniveau in de woningen voldoet aan het geluidniveau van 35 dB(A) (etmaalwaarde) uit het Activiteitenbesluit. Ten slotte heeft de raad van belang geacht dat het terras zich reeds vele jaren op deze locatie bevindt. [appellant] heeft deze afweging van de raad niet betwist. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de geluidsproductie van het terras aanvaardbaar is, zodat in zoverre sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De raad heeft gelet hierop in redelijkheid in artikel 8, lid 8.2, van de planregels een uitzondering kunnen maken voor het geluid afkomstig van het terras. Het betoog faalt.

3.7. Gelet op het voorgaande is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 19 maart 2015 ongegrond.

Proceskosten

4. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Maasgouw van 26 september 2013 gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Maasgouw van 26 september 2013, waarbij het bestemmingsplan "Ruimtelijke ontwikkeling gebied Schoolstraat-Oude Trambaan Thorn (herziening)" is vastgesteld, voor zover het betreft artikel 8, lid 8.2, van de planregels;

III. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Maasgouw van 19 maart 2015 ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Maasgouw tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.225,00 (zegge: twaalfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Maasgouw aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. M.A.A. Mondt-Schouten en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, griffier.

w.g. Polak w.g. Schaaf

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2015

523.