Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:71

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-01-2014
Datum publicatie
15-01-2014
Zaaknummer
201306166/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Hoebenakker 2013" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2014/1058
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201306166/1/R1.

Datum uitspraak: 15 januari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Nederweert,

en

de raad van de gemeente Nederweert,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Hoebenakker 2013" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 december 2013, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door drs. H.P.W. Havens, werkzaam bij Achmea Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door E. van der Linden en C.W.A.J. Damoiseaux, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan strekt tot een algehele herziening van het bestemmingsplan "Hoebenakker" dat op 19 april 2011 is vastgesteld.

3. [appellant] betoogt dat aan het plandeel voor het perceel [locatie 1] dat grenst aan het perceel [locatie 2], ten onrechte de aanduiding "twee-aaneen" is toegekend.

3.1. De raad erkent dat deze aanduiding - anders dan in de nota van zienswijzen was aangekondigd - abusievelijk niet is verwijderd van de verbeelding.

3.2. Derhalve moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat betreft dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

4. [appellant] betoogt voorts dat evenals in het vorige bestemmingsplan "Hoebenakker" op het perceel [locatie 1] een bebouwingsvrije zone van ongeveer 3 m tot de grens van zijn perceel [locatie 2] dient te worden aangehouden. Volgens [appellant] is het uit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst dat met het voorliggende plan tot aan de perceelgrens bijgebouwen zijn toegestaan.

4.1. Volgens de raad bestaat er uit stedenbouwkundig oogpunt geen aanleiding om een bebouwingsvrije zone van 3 m tot de grens van het perceel [locatie 2] aan te houden. Daarbij heeft hij in aanmerking genomen dat ook in het vorige bestemmingsplan "Hoebenakker" voor het perceel [locatie 1] geen bebouwingsvrije zone als door [appellant] bedoeld was opgenomen. Voorts stelt de raad dat ook het geldende, bij besluit van 30 januari 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Woongebieden Nederweert" waarin het aangrenzende perceel [locatie 2] is gelegen, niet voorziet in een bebouwingsvrije zone bij de grens van het perceel. Verder acht de raad van belang dat de planregels voldoende vrijheid bieden om bijgebouwen te realiseren.

4.2. Ingevolge artikel 6, lid 6.2.3, van de planregels gelden voor gronden met de bestemming "Wonen" de volgende regels voor bijgebouwen:

a. bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en het vlak met de aanduiding "bijgebouwen", met dien verstande dat bijgebouwen binnen het bouwvlak minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn worden opgericht en met uitzondering van een carport die 0,5 m voor de voorgevelrooilijn dan wel 0,5 m achter de voorgevelrooilijn mag worden opgericht;

b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt bij hoeksituaties de genoemde afstand van 3 m niet voor de zijde niet zijnde de hoofdoriëntatie van het hoofdgebouw;

c. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen bij een hoofdgebouw mag niet meer dan 75 m² bedragen, met dien verstande dat de gronden gelegen achter de achtergevelrooilijn en het verlengde daarvan voor maximaal 40% bebouwd mogen worden;

[…]

h. bijgebouwen dienen in de zijdelingse perceelgrens te worden opgericht, dan wel ten minste 1 m daaruit.

4.3. Ingevolge artikel 6, lid 6.2.4, van de planregels van het vorige bestemmingsplan "Hoebenakker" dienden bijbehorende bouwwerken in de perceelgrens te worden gebouwd, dan wel minimaal 1 m daaruit.

Ingevolge lid 1.14 was een bijbehorend bouwwerk een uitbreiding van het hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk, met een dak.

4.4. De Afdeling overweegt dat uit artikel 6, lid 6.2.4, van de planregels voor bijbehorende bouwwerken van het vorige bestemmingsplan "Hoebenakker" in samenhang met de daarbij behorende verbeelding volgt dat op het perceel [locatie 1] geen bebouwingsvrije zone bij de grens met het perceel [locatie 2] in aanmerking hoefde te worden genomen. Voor zover [appellant] zijn betoog heeft gebaseerd op printen van afbeeldingen van www.ruimtelijkeplannen.nl, daargelaten hetgeen daaruit volgt, overweegt de Afdeling dat de bij besluit van 19 april 2011 vastgestelde verbeelding van het vorige bestemmingsplan "Hoebenakker" bepalend is.

De Afdeling overweegt voorts dat artikel 3, lid 3.2, onder g, van het bestemmingsplan "Woongebieden Nederweert", waarin het perceel [locatie 2] van [appellant] is gelegen, het mogelijk maakt bijgebouwen in de zijdelingse perceelgrens te realiseren. Derhalve sluit de regeling in het ter beoordeling staande plan in zoverre aan bij de voorschriften die gelden voor het aangrenzende perceel [locatie 2]. Voorts is van belang dat de toegestane bouwmogelijkheden niet ongebruikelijk zijn voor een stedelijke omgeving. In hetgeen [appellant] aanvoert, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat uit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaar bestaat tegen de planregeling voor bijgebouwen bij de perceelsgrens.

5. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover het betreft de vaststelling van de aanduiding "twee-aaneen" voor het perceel [locatie 1] is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is op dit punt gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Het beroep is voor het overige ongegrond.

6. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

7. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Nederweert van 7 mei 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hoebenakker 2013" voor zover het betreft de aanduiding "twee-aaneen" voor het perceel [locatie 1];

III. draagt de raad van de gemeente Nederweert op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

IV. verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

V. veroordeelt de raad van de gemeente Nederweert tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.020,68 (zegge: duizendtwintig euro en achtenzestig cent), waarvan € 974,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Nederweert aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Melse

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2014

191.