Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:678

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
26-02-2014
Zaaknummer
201307153/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Diezerpoort" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2014/1143

Uitspraak

201307153/1/R1.

Datum uitspraak: 26 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], beiden wonend te Zwolle,

en

de raad van de gemeente Zwolle,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Diezerpoort" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 januari 2014, waar [appellanten], en de raad, vertegenwoordigd door E.H. Horsman-van Gelder, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in de actualisering van het planologisch regime voor de wijk Diezerpoort.

3. [appellanten] verzetten zich tegen het mogelijk maken van een woning op het perceel Hogenkampsweg 17. Hiertoe voeren zij aan dat deze nieuwbouw leidt tot aantasting van hun uitzicht, vrijheid en rust. Op dit moment staat op het perceel een wijkgebouw dat op werkdagen na 16.30 uur en in het weekend niet wordt gebruikt. Deze situatie was voor [appellanten] mede reden de woning op het perceel [locatie A] te kopen.

Voorts heeft de raad in de zienswijzenota ten onrechte gesteld dat de afstand van de woning van [appellanten] tot de erfafscheiding vergelijkbaar is met andere woningen en de voorziene nieuwbouw. Hun woning staat echter op 2,5 m van de erfafscheiding, terwijl andere woningen op 4,5 m tot de erfafscheiding staan.

3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat vanwege gewijzigde inzichten het aantal wijkgebouwen binnen de gemeente wordt teruggebracht. Vanwege de vele klachten van omwonenden over het wijkgebouw op het perceel Hogenkampsweg 17 is ervoor gekozen om dit wijkgebouw te sluiten. Vanwege de ligging van het perceel in het stedelijk woongebied van Zwolle acht de raad woningbouw op het perceel passend. Verder stelt de raad dat de afstand van 7,6 m van de woning van [appellanten] tot het bouwvlak vergelijkbaar is met de afstanden tussen de bouwvlakken van de reeds bestaande woningen aan de Hogenkampsweg die variëren tussen de 7,5 en 10 m.

3.2. Aan het perceel Hogenkampsweg 17 is een bouwvlak en de bestemming "Wonen" toegekend. [appellanten] wonen in de woning op het naastgelegen perceel [locatie A].

Ingevolge artikel 25, lid 25.1, van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor:

a. eengezinshuizen al dan niet in combinatie met ruimte voor beroep of bedrijf aan huis;

b. bijbehorende bouwwerken;

met daaraan ondergeschikt:

c. garageboxen ten behoeve van woningen;

d. opritten, parkeervoorzieningen en paden;

met de daarbij behorende:

e. tuinen en erven;

f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak.

Ingevolge lid 25.5, aanhef en onder a, wordt tot een gebruik strijdig met deze bestemminig als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in ieder geval gerekend het gebruik van gebouwen op een perceel voor meer dan één woning.

3.3. Blijkens de kaart van het vorige bestemmingsplan "Diezerpoort" was aan het perceel Hogenkampsweg 17 de bestemming "Kwekerij" toegekend.

Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de voorschriften van dat plan waren de op de kaart voor "Kwekerij" aangewezen gronden bestemd voor gebouwen voor het bloemisterijbedrijf met het daarbij behorende erf, dienstwoning en andere bouwwerken.

Met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is een vrijstelling verleend voor het realiseren van het wijkgebouw op het perceel Hogenkampsweg 17.

3.4. Voor zover [appellanten] en de raad ervan uitgaan dat twee woningen op het perceel Hogenkampsweg 17 mogelijk worden gemaakt, overweegt de Afdeling dat het perceel Hogenkampsweg 17 ten tijde van de vaststelling van het plan één perceel was. Gelet op artikel 25, lid 25.5, aanhef en onder a, van de planregels is, zolang sprake is van één perceel, op het perceel Hogenkampsweg 17 slechts één woning toegestaan.

3.5. Voor zover [appellanten] betogen dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat de afstand van hun woning tot de perceelsgrens vergelijkbaar is met andere woningen, overweegt de Afdeling dat in de beantwoording van de zienswijzenota is ingegaan op de afstand van de woning van [appellanten] tot het bouwvlak op het perceel Hogenkampsweg 17. In de zienswijzenota staat niet dat de afstand van hun woning tot de perceelsgrens vergelijkbaar is met andere woningen. Het betoog mist derhalve feitelijke grondslag.

3.6. In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. De Afdeling overweegt dat de raad in redelijkheid een woning op het perceel Hogenkampsweg 17 mogelijk heeft kunnen maken. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de raad heeft gewezen op het Structuurplan Zwolle 2020. Hierin is aangegeven dat voor de wijk Diezerpoort ten doel is gesteld om deze wijk te revitaliseren door onder meer het toevoegen van woningen. Verder neemt de Afdeling in aanmerking dat de afstand van het bouwvlak van de voorziene woning tot de woning van [appellanten] vergelijkbaar is met de afstanden tussen andere woningen aan de Hogenkamspweg. [appellanten] hebben ter zitting aangevoerd dat hun woning op relatief korte afstand van de perceelsgrens met de voorziene woning is gelegen, waardoor een erfafscheiding ook op korte afstand van hun woning komt, terwijl zij nu nog vrij zicht hebben op het naastgelegen perceel. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad daar een zwaar gewicht aan had moeten toe te kennen. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. Vast staat dat het uitzicht, de rust en vrijheid van [appellanten] door de voorziene woning zal veranderen. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid een groter gewicht heeft kunnen toekennen aan de belangen van omwonenden die overlast hadden van het wijkgebouw en aan het belang om wegens de sluiting van het wijkgebouw een nieuwe invulling aan het perceel te geven dan aan het belang van [appellanten] bij het behoud van de huidige situatie.

3.7. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van [appellanten] betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dat hij heeft gedaan.

4. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Bošnjaković

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2014

410-763.