Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:641

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
26-02-2014
Zaaknummer
201304668/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 juni 2012 heeft het college het verzoek van [appellante] om haar geboortedatum in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de gba) te wijzigen, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201304668/1/A3.

Datum uitspraak: 26 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Vianen,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 april 2013 in zaak nr. 12/4778 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Vianen.

Procesverloop

Bij besluit van 21 juni 2012 heeft het college het verzoek van [appellante] om haar geboortedatum in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de gba) te wijzigen, afgewezen.

Bij besluit van 19 december 2012 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 april 2013 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 januari 2014, waar [appellante], bijgestaan door mr. A.P. van Stralen, advocaat te Utrecht, en het college, vertegenwoordigd door J.R.C. Schulten en H. Pereira Silva-Vaas, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 24 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de Wet gba), welke wet op 6 januari 2014 door de Wet basisregistratie personen is vervangen, doch op dit geding nog van toepassing is, geschiedt de inschrijving in een basisadministratie op grond van de geboorteakte, de aangifte van de betrokkene of ambtshalve.

Ingevolge artikel 34, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1˚, worden in de basisadministratie van de gemeente van inschrijving over de ingezetene gegevens over de burgerlijke staat opgenomen. In bijlage I staat vermeld dat onder gegevens over de burgerlijke staat onder meer de geboortedatum valt.

Ingevolge artikel 36, tweede lid, worden de gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:

a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;

b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;

c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een akte van bekendheid of beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;

e. een verklaring die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.

Ingevolge artikel 37, tweede lid, worden aan een geschrift, als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder c, d of e, geen gegevens ontleend, voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten.

Ingevolge artikel 82, eerste lid, voldoet het college van burgemeester en wethouders binnen vier weken kosteloos aan het verzoek van betrokkene hem betreffende gegevens in de basisadministratie te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

Ingevolge het tweede lid geeft het college van burgemeester en wethouders aan het verzoek uitvoering met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de eerste afdeling van hoofdstuk 2 (artikel 24 tot en met 54).

Ingevolge artikel 83, aanhef en onder f, wordt een beslissing van het college van burgemeester en wethouders om niet te voldoen aan een verzoek, als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 82, gelijkgesteld met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

2. [appellante] heeft het college verzocht om haar in de gba vermelde geboortedatum 14-08-1988 te wijzigen in 14-08-1978. Ter staving van haar verzoek heeft zij verscheidene documenten overgelegd, namelijk een afschrift van een Chinese identiteitskaart, een afschrift van een oud Chinees familieboekje, een zogenoemde hukou, een afschrift van een nieuwe hukou, een op 20 april 2011 opgemaakt en in het Chinees met de hand geschreven geboortecertificaat afkomstig van de Changle City Jinfeng Town Shoutai Villagers’ Community (hierna: de Community) voorzien van een notariële verklaring en legalisatie en een door de Ambassade van de Volksrepubliek China te Den Haag afgegeven Chinees paspoort.

Aan de gehandhaafde afwijzing heeft het college primair ten grondslag gelegd dat het onvoldoende bewezen acht dat de door [appellante] overgelegde documenten haarzelf betreffen. Het college heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de meeste door [appellante] overgelegde documenten niet voldoen aan zowel de oude als de nieuwe Circulaire legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen (hierna: de Circulaire).

3. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het paspoort, zeker in combinatie met de overige overgelegde documenten, onomstotelijk bewijst dat de thans in de gba opgenomen geboortedatum feitelijk onjuist is. Zij voert aan dat het paspoort een hoger brondocument is dan de eerder door haar afgelegde beëdigde verklaring waarop de thans in de gba opgenomen geboortedatum is gebaseerd. Het paspoort is door de Chinese autoriteiten afgegeven op grond van de overige brondocumenten, waaronder het geboortecertificaat, zodat ervan kan worden uitgegaan dat deze brondocumenten als echt en onvervalst zijn aangemerkt. De rechtbank heeft voorts miskend dat een hukou voldoende is om een geboortecertificaat te verkrijgen. Bovendien blijkt uit het Algemeen ambtsbericht China 2012 dat een paspoort alleen wordt afgegeven op vertoon van een hukou. [appellante] voert verder aan dat de Community zich onder meer bezig houdt met ‘public affairs’, waaronder ook burgerzaken kunnen worden verstaan. Onder verwijzing naar de oude Circulaire voert zij aan dat een geboortecertificaat ook door de lokale overheid kan worden uitgegeven, als de persoon niet is geboren in het ziekenhuis, zoals in dit geval. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is de Community bevoegd om een geboortecertificaat op te stellen. Voorts heeft de rechtbank volgens [appellante] miskend dat het originele geboortecertificaat is overgelegd, nu dat is gehecht aan de notariële akte, waarin het geboortecertificaat is beschreven en authentiek is verklaard. Ten slotte blijkt uit een in opdracht van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) verricht leeftijdsonderzoek dat zij ten tijde van haar asielaanvraag in 2005 minimaal 20 jaar was, zodat zij niet in 1988 geboren kan zijn, aldus [appellante].

3.1. De rechtbank heeft terecht onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 9 februari 2011 in zaak nr. 201007424/1/H3 overwogen dat voorop dient te worden gesteld dat de gegevens in de gba betrouwbaar en duidelijk moeten zijn. De gebruikers van de gegevens moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in beginsel juist zijn. Voor de gegevens omtrent de burgerlijke staat die niet aan de Nederlandse burgerlijke stand kunnen worden ontleend, bestaat een rangorde in de geschriften waaraan deze gegevens mogen worden ontleend. Aan een ‘lager’ document mogen gegevens worden ontleend wanneer op het moment van inschrijving in redelijkheid geen ‘hoger’ document kan worden overgelegd. Dit doet evenwel niet af aan de plicht van de burger om eventueel ook na de inschrijving alsnog zo sterk mogelijke documenten te leveren (Kamerstukken II 1988/89, 21 123, nr. 3, blz. 13, 44 en 45). Het bewijs dat eenmaal in de gba opgenomen gegevens feitelijk onjuist zijn, kan alleen maar worden geleverd door overlegging van de juiste brondocumenten. Voor het wijzigen van eenmaal in de gba geregistreerde gegevens zal gelet op het systeem van de Wet gba onomstotelijk moeten vaststaan dat deze feitelijk onjuist zijn.

Voorts heeft de rechtbank terecht onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling van 27 april 2005 in zaak nr. 200409386/1 en 20 juli 2005 in zaak nr. 200501437/1 overwogen dat uit de memorie van toelichting bij de Wet gba blijkt dat artikel 37, tweede lid, van deze wet er onder meer toe strekt te voorkomen dat gegevens betreffende de burgerlijke staat in de gba worden opgenomen, indien bij het tot stand komen van het brondocument naar regels van Nederlands internationaal privaatrecht elementaire processuele regels niet in acht zijn genomen. Daarbij is als een van de eisen waaraan een buitenlandse rechterlijke uitspraak moet voldoen, vermeld dat deze er blijk van moet geven op, naar objectieve maatstaven gemeten, betrouwbare gegevens te zijn gebaseerd (Kamerstukken II 1988/89, 21 123, nr. 3, blz. 45).

3.2. Volgens de ten tijde van belang als richtlijn gehanteerde Circulaire is in China vaak een combinatie van documenten nodig om voldoende zekerheid over geboorte te verkrijgen waarbij informatie uit het ene document noodzakelijk is om de waarde van het andere document te kunnen bepalen. Aangezien de Chinese overheid geen brondocumenten legaliseert voor gebruik in het buitenland, kan worden volstaan met een Chinese notariële akte waarin expliciet verwezen wordt naar de brondocumenten. Aan de hand van één of meer brondocumenten dient de eigenaar door een notaris een notarised certificate te laten opmaken. De notaris dient een certified copy van het (de) gebruikte brondocument(en) te maken, waarmee hij verklaart dat de echtheid van het brondocument is geverifieerd. De twee certificaten vullen elkaar dus aan, maar bieden onafhankelijk van elkaar onvoldoende zekerheid om in Nederland als volwaardig brondocument gebruikt te worden. Het brondocument voor het opmaken van een notarised certificate kan een bewijs van geboorte zijn. Sinds 1949 houden ziekenhuizen een geboorteregistratie bij en geven zij geboortebewijzen af. Kinderen die niet in het ziekenhuis zijn geboren, ontvangen hun certificaat van het Ministerie van Gezondheid. Het gebruik van een hukou als brondocument voor een notarieel certificaat is doorgaans onvoldoende, aangezien mutaties in de hukou niet automatisch door de overheid worden bijgewerkt, aldus de Circulaire.

3.3. De thans in de gba opgenomen geboortedatum is gebaseerd op een door [appellante] in 2006 bij de gemeente Middelburg afgelegde beëdigde verklaring, die overeenkomt met een door haar op 22 februari 2005 bij aankomst in Nederland bij de IND afgelegde verklaring. Uit een door de IND verricht documentenonderzoek naar de echtheid van de door [appellante] overgelegde documenten volgt dat de hukous zeer wel mogelijk echt zijn en dat de notariële verklaring met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid echt is. Tevens is evenwel geconcludeerd dat geen uitspraak kan worden gedaan over de opmaak en afgifte van de documenten, dat wat betreft de hukous kan worden getwijfeld aan de inhoudelijke juistheid daarvan en dat wat betreft de notariële verklaring niet kan worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de hukous tegenstrijdigheden bevatten en niet zijn voorzien van een certified copy. Voorts wordt in aanmerking genomen dat het in bezit zijn van twee hukous ongebruikelijk is en dat [appellante] daarvoor geen logische verklaring kan geven. Onder deze omstandigheden verzet de Nederlandse openbare orde zich tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in de hukous vermelde geboortedatum. Uit de door [appellante] overgelegde identiteitskaart kan evenmin worden afgeleid op welke betrouwbare en controleerbare gegevens de daarop vermelde geboortedatum is gebaseerd, zodat de Nederlandse openbare orde zich eveneens verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van deze geboortedatum. Aan het door [appellante] overgelegde document ter staving van haar betoog dat een hukou voldoende is om een geboortecertificaat te verkrijgen, kan niet de door haar gewenste betekenis worden gehecht, nu dit niet afkomstig is van een officiële overheidsinstantie. Verder volgt uit de door [appellante] ter zake overgelegde documenten dat de Community onder meer is belast met het beheer van ‘public affairs’. Anders dan [appellante] betoogt, volgt uit deze ruime algemene formulering niet dat de Community als lokale overheidsinstantie bevoegd is om geboortecertificaten op te stellen. Het betoog van [appellante] vindt ook geen steun in de Circulaire. De rechtbank heeft dan ook met juistheid overwogen dat het geboortecertificaat niet als brondocument in de zin van artikel 36, tweede lid, van de Wet gba kan worden aangemerkt. Aan de daaraan gehechte notariële akte komt daarom geen betekenis toe. Voorts is het door de Chinese autoriteiten afgegeven paspoort volgens [appellante] gebaseerd op de bovengenoemde door [appellante] overgelegde documenten waarvan is geoordeeld dat deze geen brondocument zijn of dat in verband met de Nederlandse openbare orde daaraan geen gegevens kunnen worden ontleend. Derhalve verzet de Nederlandse openbare orde zich eveneens tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in het paspoort vermelde geboortedatum.

Voor zover [appellante] betoogt dat uit het in opdracht van de IND verrichte leeftijdsonderzoek blijkt dat zij niet in 1988 geboren kan zijn, wordt overwogen dat dit geen brondocument is als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Wet gba. Overigens volgt uit het onderzoek slechts dat niet aannemelijk is dat de eerder door [appellante] opgegeven geboortedatum juist is en blijkt daaruit niet wat wel haar geboortedatum is. Daarbij is van belang dat het verschil tussen de indertijd door [appellante] opgegeven geboortedatum en de thans door haar gestelde geboortedatum 10 jaar beloopt.

Gezien het voorgaande, heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college het verzoek om wijziging van de geboortedatum in de gba ten onrechte heeft afgewezen.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, ambtenaar van staat.

w.g. Vlasblom w.g. De Vries

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2014

582-697.