Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:630

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
26-02-2014
Zaaknummer
201303650/3/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Bij brief van 14 februari 2014, ingekomen bij de Raad van State op 14 februari 2014, hebben [verzoekster] en anderen verzocht om wraking van mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen (hierna: de staatsraad) als de voorzitter van de meervoudige kamer belast, met de behandeling van zaak nr. 201303650/1/R3.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BA 2014/67

Uitspraak

201303650/3/R3.

Datum beslissing: 19 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van:

[verzoekster], gevestigd te [plaats], en anderen,

om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.

Procesverloop

Bij brief van 14 februari 2014, ingekomen bij de Raad van State op 14 februari 2014, hebben [verzoekster] en anderen verzocht om wraking van mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen (hierna: de staatsraad) als de voorzitter van de meervoudige kamer belast, met de behandeling van zaak nr. 201303650/1/R3.

De staatsraad heeft niet in de wraking berust.

De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 17 februari 2014 ter openbare zitting behandeld, waar [verzoekster] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], zijn gehoord. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

Beslissing

Bij mondelinge beslissing van 17 februari 2014 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen.

Overweging

Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.

1. Ingevolge artikel 8:15 van de Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Ingevolge artikel 8:16, eerste lid, dient het verzoek te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden.

2. Het verzoek berust op de volgende klachten. In de eerste plaats stellen [verzoekster] en anderen dat de staatsraad het verzoek om uitstel van de behandeling ter zitting van zaak nr. 201303650/1/R3 ongemotiveerd heeft afgewezen. Ten tweede heeft de staatsraad tijdens de zitting op 8 januari 2014 waar zij een wrakingsverzoek hebben ingediend tegen een van de toenmalige leden van de meervoudige kamer die was belast met de behandeling van zaak nr. 201303650/1/R3, volgens [verzoekster] en anderen op onjuiste wijze op dat verzoek gereageerd. Ten derde heeft de staatsraad in het verleden een functie vervuld binnen de politieke partij "Christen Democratisch Appel" (hierna: het CDA) en nu bij voormelde zaak lokale bestuurders van het CDA zijn betrokken kan de staatsraad in die zaak niet onbevooroordeeld beslissen, aldus [verzoekster] en anderen.

3. De ratio van de regeling van wraking is gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke partijdigheid en de schijn van partijdigheid. De grond voor wraking dient te zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de staatsraad die de zaak behandelt. Daarbij geldt dat de desbetreffende staatsraad uit hoofde van zijn of haar aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat degene die om wraking verzoekt aannemelijk moet maken dat er bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen.

4. De afwijzende beslissing van de staatsraad op het verzoek van [verzoekster] en anderen om uitstel van de behandeling van zaak nr. 201303650/1/R3 op de zitting van 17 februari 2014, betreft een processuele beslissing, die behoort tot de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de staatsraad, in haar hoedanigheid van voorzitter van de zittingskamer.

Een dergelijke processuele beslissing staat als zodanig in een wrakingsprocedure niet ter beoordeling en kan slechts leiden tot inwilliging van het wrakingsverzoek, indien deze beslissing op zich dan wel in samenhang met andere beslissingen bezien, een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat daaruit blijkt van vooringenomenheid van de staatsraad die de beslissing heeft genomen. Daarvan is in dit geval niet gebleken.

5. [verzoekster] en anderen hebben hun verzoek tot wraking eerst op 14 februari 2014 ingediend. Het verzoek - voor zover gestoeld op de gang van zaken op de eerdere zitting van 8 januari 2014 - is niet gedaan zodra die omstandigheden hun redelijkerwijs bekend waren. Het verzoek voldoet in zoverre niet aan het gestelde in artikel 8:16, eerste lid, van de Awb, met welke bepaling wordt beoogd te voorkomen dat door indiening van een verzoek om wraking de goede voortgang van de procedure onredelijk wordt vertraagd.

6. De enkele omstandigheid dat de staatsraad lid is van het CDA en tot 2003 lid was van de beroep- en geschillencommissie van die partij biedt geen aanknopingspunt voor de objectief gerechtvaardigde vrees, dat de staatsraad wegens de door verzoekers gestelde betrokkenheid van lokale CDA-bestuurders bij zaak nr. 201303650/1/R3 het door verzoekers in die zaak ingestelde beroep, niet met de vereiste onpartijdigheid zal beoordelen.

Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. A.W.M. Bijloos, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Vreugdenhil, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. Vreugdenhil

voorzitter ambtenaar van staat

571.