Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:605

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-02-2014
Datum publicatie
26-02-2014
Zaaknummer
201211901/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 oktober 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Hof, Amerongen" (hierna: het plan) vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:2
Besluit ruimtelijke ordening
Besluit ruimtelijke ordening 1.2.3
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2014/1033

Uitspraak

201211901/2/R2.

Datum uitspraak: 26 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging Vereniging van eigenaren Oranjestein Drostestraat 2 t/m 6 en anderen, gevestigd onderscheidelijk wonend te Amerongen, gemeente Utrechtse Heuvelrug,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 oktober 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Hof, Amerongen" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de vereniging Vereniging van eigenaren Oranjestein Drostestraat 2 t/m 6 en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De vereniging Vereniging van eigenaren Oranjestein Drostestraat 2 t/m 6 en anderen en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 juni 2013, waar de vereniging Vereniging van eigenaren Oranjestein Drostestraat 2 t/m 6 en anderen (hierna tezamen en in enkelvoud: VvE Oranjestein), waarvan [gemachtigde] in persoon, bijgestaan door mr. A. Franken van Bloemendaal, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R.J. Lievaart, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 21 augustus 2013 in zaak nr. 201211901/1/R2 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zesentwintig weken na de verzending van deze tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder a en b, van de Algemene wet bestuursrecht heeft de Afdeling bepaald dat een tweede onderzoek ter zitting achterwege blijft en is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad zich in het bestreden besluit ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat in de ten behoeve van het plan uitgevoerde onderzoeken voldoende rekening is gehouden met de gevolgen van de ontwikkelingen die het plan daadwerkelijk mogelijk maakt. De raad had deze onderzoeken dan ook niet ten grondslag kunnen leggen aan het bestreden besluit. Het bestreden besluit was dan ook in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. De raad is vervolgens opgedragen om binnen zesentwintig weken na verzending van de tussenuitspraak het gebrek aan het besluit van 4 oktober 2012 tot vaststelling van het plan te herstellen, door alsnog onderzoek te verrichten naar de gevolgen van de ontwikkelingen die het plan daadwerkelijk mogelijk maakt en te motiveren of de gevolgen voor de omgeving ruimtelijk aanvaardbaar zijn, hetzij door het bestreden besluit te wijzigen waarbij valt te denken aan vaststelling van een andere planregeling die is begrensd conform het beoogde bouwplan en de uitgevoerde onderzoeken, onder aanvulling van deze onderzoeken. Daartoe wordt verwezen naar de overwegingen in de tussenuitspraak.

2. De raad heeft medegedeeld dat hij niet zal voldoen aan de door de Afdeling in de tussenuitspraak gegeven opdracht, omdat niet duidelijk is of en op welke manier de ontwikkelingen die in het plan mogelijk worden gemaakt doorgang zullen vinden. Gelet hierop is de in de tussenuitspraak opgenomen hersteltermijn ongebruikt verstreken en is niet voldaan aan de door de Afdeling gegeven opdracht. Daarmee is het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek aan het besluit van 4 oktober 2012 niet hersteld.

3. Het beroep van de VvE Oranjestein is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

4. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen hetgeen hierna in de beslissing nader is aangeduid binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

5. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug van 4 oktober tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hof, Amerongen";

III. draagt de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het vermelde onder II wordt verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug tot vergoeding van bij de vereniging VvE Oranjestein Drostestraat 2 t/m 6 en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.010,08 (zegge: duizendtien euro en acht cent), waarvan € 974,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

V. gelast dat de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug aan de vereniging VvE Oranjestein Drostestraat 2 t/m 6 en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.E.E. Konings, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Konings

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2014

458-779.