Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:574

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-02-2014
Datum publicatie
19-02-2014
Zaaknummer
201311360/1/R6 en 201311360/2/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 oktober 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Overmaat - Fokkerweg" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201311360/1/R6 en 201311360/2/R6.

Datum uitspraak: 12 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[appellante], wonend te Enschede,

en

de raad van de gemeente Enschede,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 14 oktober 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Overmaat - Fokkerweg" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. [appellante] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 januari 2014, waar [appellante] en de raad, vertegenwoordigd door ing. R. Harmsen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente, handelend onder de naam Area Development Twente (hierna: ADT), vertegenwoordigd door mr. H. Feitsma, werkzaam bij ADT, als partij gehoord.

Partijen hebben ter zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Overwegingen

1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2. Het plan voorziet in woningbouwontwikkeling op het perceel aan de Overmaat 11 en op een perceel aan de Fokkerweg te Enschede. Op de locatie aan de Overmaat zijn de gronden mede bestemd voor kantoren, dienstverlening en maatschappelijke doeleinden.

3. Het beroep van [appellante] richt zich tegen het plandeel met de bestemming "Wonen" voor het perceel aan de Overmaat 11. [appellante] betoogt dat de raad bij de vaststelling van het plan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de op de ontsluitingsweg de Overmaat gelegen erfdienstbaarheid ten behoeve van de omliggende percelen. [appellante] voert aan dat de eigenaren van de percelen aan de Overmaat, waaronder ADT, allen een achtste deel van de ontsluitingsweg Overmaat in eigendom hebben. Het plan voorziet in een toename van activiteiten op het perceel aan de Overmaat 11 en daarmee eveneens tot een toename van verkeersbewegingen op de Overmaat. [appellante] betoogt dat dit een niet toegestane verzwaring van de erfdienstbaarheid betekent.

3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de beroepsgrond buiten beschouwing dient te blijven, nu [appellante] deze niet in haar zienswijze over het ontwerpplan naar voren heeft gebracht. De raad stelt zich voorts op het standpunt dat de erfdienstbaarheid niet evident aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat, nu een andere ontsluitingsweg over de gronden met de bestemming "Bos" kan worden aangelegd.

3.2. Het plangebied ligt op de hoek van de Overmaat en de Vargershuizenweg en bestaat uit een plandeel met de bestemming "Wonen" en onder meer de aanduidingen "dienstverlening", "kantoor", "maatschappelijk" en "maximaal aantal wooneenheden = 3" en een plandeel met de bestemming "Bos".

3.3. Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a, b en c, van de planregels zijn de voor "Bos" aangewezen gronden bestemd voor de houtproductie en voor de bescherming, instandhouding en verbetering van de landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en natuurlijke waarden, met daaraan ondergeschikt: extensieve recreatie, nutsvoorzieningen en ontsluitingswegen en -paden.

Ingevolge artikel 7, lid 7.1, zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

1. het wonen, waarbij één woning per bouwperceel is toegestaan, tenzij er sprake is van een woonhuis, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf;

2. ter plaatse van de aanduiding "dienstverlening" is dienstverlening toegestaan;

3. ter plaatste van de aanduiding "kantoor" zijn kantoren toegestaan;

4. Ter plaatse van de aanduiding "maatschappelijk" is een maatschappelijke voorziening toegestaan, die is genoemd in categorie 1 uit de hoofdgroep maatschappelijk van de bij deze regels behorende Lijst van Bedrijfstypen.

Ingevolge lid 7.2.1, onder d, mag ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal wooneenheden" het aangegeven aantal woningen niet worden overschreden.

3.4. De raad heeft niet onderkend dat binnen de door de wet en de goede procesorde begrensde mogelijkheden, geen rechtsregel eraan in de weg staat dat bij de beoordeling van het beroep gronden worden betrokken die na het nemen van het bestreden besluit zijn aangevoerd en niet als zodanig in de uniforme openbare voorbereidingsprocedure met betrekking tot het desbetreffende besluitonderdeel naar voren zijn gebracht. [appellante] heeft zich in haar zienswijze gericht tegen het plandeel met de bestemming "Wonen" voor het perceel aan de Overmaat 11. Anders dan de raad betoogt, bestaat derhalve geen aanleiding de door [appellante] aangevoerde beroepsgrond over de ontsluitingsweg in relatie tot de erfdienstbaarheid buiten beschouwing te laten.

3.5. Zoals volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 15 mei 2013 in zaak nr. 201208016/2/R1) staat in het kader van een bestemmingsplanprocedure ter beoordeling of een plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening en niet in strijd is met het recht. Daarbij is in beginsel de aanwezigheid van zakelijke rechten niet doorslaggevend. Dit is slechts anders indien evident is dat deze aanwezigheid aan de verwezenlijking van het plan binnen de planperiode in de weg staat en tevens vaststaat dat niet binnen de planperiode tot opheffing van het zakelijk recht zal worden overgegaan.

3.6. Vast staat dat thans op het perceel aan de Overtoom 11 een klein kantoorgebouw staat waar vijf tot tien personen werken. Vast staat voorts dat het plan op dit perceel voorziet in maximaal drie woningen en in kantoorgebouwen en gebouwen ten behoeve van dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen. [appellante] betoogt terecht dat dit een toename van activiteiten op het perceel aan de Overmaat 11 betekent. [appellante] betoogt voorts terecht dat dit zal kunnen leiden tot een toename van verkeersbewegingen richting het perceel aan de Overmaat 11. Het betoog van [appellante] dat de op de Overmaat liggende erfdienstbaarheid hieraan in de weg staat, slaagt niet. Zoals de raad terecht betoogt, maakt het plan het ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder c, van de planregels mogelijk dat een tweede ontsluitingsweg wordt aangelegd op het plandeel met de bestemming "Bos", waardoor het plangebied kan worden ontsloten via de Vargershuizenweg. Dat de erfdienstbaarheid aan een toename van verkeersbewegingen op de Overmaat als gevolg van het plan in de weg zou staan, wat hier verder ook van zij, betekent derhalve niet zonder meer dat het plangebied niet kan worden ontsloten en het plan niet uitvoerbaar zou zijn. De omstandigheid dat volgens [appellante] niet kan worden voorkomen dat het verkeer richting het perceel aan de Overmaat 11 gebruik blijft maken van de Overmaat, betreft een handhavingsaspect en kan in deze procedure niet aan de orde komen.

3.7. Het beroep is ongegrond.

4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Schaaf

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2014

523.