Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:568

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
19-02-2014
Zaaknummer
201306291/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juni 2013 heeft het college ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied, Ontbrekende schakel N316" hogere geluidgrenswaarden als bedoeld in artikel 83 en artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege de aanleg van een nieuwe weg voor de woning aan de Hartjensstraat 6 te Lengel en de woningen aan de Terborgseweg 5a en [locatie] te Zeddam in de gemeente Montferland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201306291/1/R6.

Datum uitspraak: 19 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 juni 2013 heeft het college ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied, Ontbrekende schakel N316" hogere geluidgrenswaarden als bedoeld in artikel 83 en artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege de aanleg van een nieuwe weg voor de woning aan de Hartjensstraat 6 te Lengel en de woningen aan de Terborgseweg 5a en [locatie] te Zeddam in de gemeente Montferland.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 november 2013, waar [appellant], en het college vertegenwoordigd door R.B.J.M. Rikmanspoel en ir. I.R.P. van Es, zijn verschenen.

Overwegingen

1. De hogere geluidgrenswaarden zijn vastgesteld in verband met de aanleg van een nieuwe weg tussen de Terborgseweg (N335) te Zeddam en de Meilandsedijk (N816) te Lengel in de gemeente Montferland. Deze verbindingsweg wordt in het bestemmingsplan "Buitengebied, Ontbrekende schakel N316" planologisch mogelijk gemaakt.

2. Bij het bestreden besluit heeft het college voor de woning van [appellant] aan de [locatie] te Zeddam een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (hierna: hogere waarde) van 51 dB vastgesteld. Aan het bestreden besluit ligt het akoestisch rapport "Akoestisch onderzoek bestemmingsplanwijziging De Ontbrekende schakel N316" van 16 oktober 2012 ten grondslag.

3. Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Wet geluidhinder, is, behoudens het in artikel 83 bepaalde, de voor de woningen binnen een zone ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de gevel, vanwege de weg, 48 dB.

Ingevolge artikel 83, eerste lid, voor zover thans van belang, kan in nieuwe situaties voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 82, eerste lid, een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor woningen in buitenstedelijk gebied 53 dB niet te boven mag gaan.

Ingevolge het derde lid, aanhef en onder b, kan bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot woningen die reeds aanwezig of in aanbouw zijn, voor zover het woningen in buitenstedelijk gebied betreft voor de toekomstige geluidsbelasting vanwege een weg die nog niet is geprojecteerd een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 58 dB niet te boven mag gaan.

Ingevolge artikel 110a, eerste lid, gelezen in samenhang met het zevende lid van dit artikel is, ingeval van de aanleg of reconstructie van een weg in beheer van een provincie, het college van gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de weg is gelegen bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.

Ingevolge het vijfde lid, voor zover thans van belang, vindt het eerste en tweede lid slechts toepassing indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege de weg van de gevel van de betrokken woningen tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de in dit lid bedoelde bevoegdheid enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.

4. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte geen maatregelen treft om de geluidbelasting op de gevel van zijn woning terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Hij voert aan geen vertrouwen te hebben in de geluidberekeningen. Daarnaast voert hij aan dat zijn woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast als gevolg van de voor zijn woning vastgestelde hogere waarde. Voorts voert hij in dit kader aan dat het college de gevolgen voor de luchtkwaliteit onvoldoende in zijn besluitvorming heeft betrokken.

4.1. Volgens het akoestisch rapport is bij de berekening van de geluidbelasting voor de huidige en de toekomstige situatie Standaardrekenmethode II als bedoeld in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 gehanteerd. [appellant] heeft de toepassing van deze methode niet betwist. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het college zich niet mocht baseren op de geluidberekeningen in het akoestisch rapport.

4.2. In hoofdstuk vijf van het akoestisch rapport wordt ingegaan op de mogelijk te treffen maatregelen om de geluidbelasting te reduceren. Hieruit volgt dat de drie woningen waarvoor bij het bestreden besluit hogere waarden zijn vastgesteld verspreid liggen. Hierdoor zullen volgens het akoestisch rapport meerdere stukken geluidreducerend wegdek aangelegd moeten worden om de geluidbelasting bij deze woningen te reduceren. De kosten daarvan zijn volgens het akoestisch rapport vele malen groter dan de kosten voor het treffen van geluidwerende maatregelen aan de woningen. Het college stelt op basis daarvan dat het toepassen van geluidreducerend asfalt financieel niet doelmatig is. In het akoestisch rapport is voorts gekeken naar het realiseren van een afscherming door middel van geluidswallen. Door de afstand van de woningen tot aan de nieuwe weg van minimaal 100 m, is de aanleg van een geluidswal van 67 m akoestisch niet effectief, aldus het akoestisch rapport. Het college stelt in de overwegingen bij het bestreden besluit dat een geluidswal pas effectief is als deze minimaal 400 m lang is. De kosten van een dergelijke geluidswal zijn volgens het college zesmaal zo hoog als de kosten van woningisolatie. Het toepassen van een geluidswal is volgens het college dan ook financieel niet doelmatig. Een lagere maximumsnelheid dan 80 km per uur acht het college vanuit verkeerskundig oogpunt niet wenselijk, omdat de nieuwe weg dan verandert van een gebiedsontsluitingsweg in een erftoegangsweg of een weg binnen de bebouwde kom, terwijl de weg volgens het college een 'structuurdrager' is.

4.3. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitgangspunten en uitkomsten van het onderzoek zoals neergelegd in het akoestisch rapport onjuist zijn. Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat het college voldoende onderzoek heeft verricht en voldoende heeft gemotiveerd dat de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege de nieuwe weg op de gevel van de woningen waarvoor bij het bestreden besluit hogere waarden zijn vastgesteld, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van verkeerskundige aard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het oordeel dat het college in zoverre geen toepassing heeft mogen geven aan zijn bevoegdheid om hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vast te stellen.

5. Ten aanzien van de overige door [appellant] naar voren gebrachte beroepsgronden, waaronder de beroepsgrond met betrekking tot de luchtkwaliteit, overweegt de Afdeling dat in deze procedure ter beoordeling staat of het college heeft mogen overgaan tot vaststelling van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege de voorziene verbindingsweg bij de woning aan de [locatie] te Zeddam. De overige bezwaren van [appellant] hebben betrekking op de planologische besluitvorming en kunnen in dit kader geen rol spelen. De bezwaren zijn besproken in de uitspraak van de Afdeling van heden in zaak nr. 201306287/1/R6.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Alderlieste, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Alderlieste

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2014

590.