Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:556

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
19-02-2014
Zaaknummer
201305324/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Molenveld" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201305324/1/R3.

Datum uitspraak: 19 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Cleanergy B.V., gevestigd te Wanroij, gemeente Sint Anthonis,

appellante,

en

de raad van de gemeente Sint Anthonis,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Molenveld" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Cleanergy B.V. beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 februari 2014, waar Cleanergy B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door G.H.J. Kusters, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Met het plan wordt beoogd het voorheen geldende bestemmingsplan "Bedrijventerrein Molenveld" te actualiseren.

Cleanergy B.V. is gevestigd op het perceel Straatscheveld 2, ten zuiden van het plangebied.

3. Het beroep van Cleanergy B.V. richt zich tegen de begrenzing van het plangebied. Zij betoogt dat de raad in strijd met een goede ruimtelijke ordening haar perceel, waarop een mestvergistingsbedrijf is gevestigd, buiten het plangebied heeft gelaten. Hiertoe voert zij aan dat, nu Cleanergy B.V. energie levert aan bedrijven binnen het plangebied en haar perceel wordt ontsloten via het plangebied, er onlosmakelijke samenhang bestaat tussen haar perceel en het plangebied. Voorts betoogt Cleanergy B.V. dat in het plan ten onrechte geen verdere ontwikkelingen voor haar perceel zijn opgenomen.

3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de vastgestelde planbegrenzing strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. De raad stelt hiertoe dat het perceel van Cleanergy B.V. buiten het plangebied is gelaten, omdat het plan een actualisatie is van het voorheen geldende bestemmingsplan "Bedrijventerrein Molenveld". Bij het bepalen van de plangrens van het onderhavige plan is de plangrens van het voorheen geldende plan als uitgangspunt genomen. De raad stelt dat het perceel van Cleanergy B.V. niet binnen de plangrens van dat plan viel. De raad stelt voorts dat in het huidige plan, de zogenoemde eerste fase, de bestaande planologische situatie van het bedrijventerrein wordt vastgelegd. Voor de tweede fase, die betrekking heeft op de uitbreiding van het bedrijventerrein in zuidelijke richting, is een ander bestemmingsplan in voorbereiding. Het perceel van Cleanergy B.V. wordt in dat nieuwe plan opgenomen, aldus de raad.

3.2. De raad komt beleidsvrijheid toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze vrijheid strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

In hetgeen Cleanergy B.V. heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het betoog faalt.

4. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.S.D. Ramrattansing, ambtenaar van staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. Ramrattansing

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2014

408.