Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4768

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-12-2014
Datum publicatie
31-12-2014
Zaaknummer
201405452/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2014:4020, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 juli 2013 heeft de minister een aanvraag van [appellant] om inschrijving in het register voor be√ędigde tolken en vertalers, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201405452/1/A3.

Datum uitspraak: 31 december 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 mei 2014 in zaak nr. 14/275 in het geding tussen:

[appellant]

en

de raad voor rechtsbijstand (lees: de minister van Veiligheid en Justitie).

Procesverloop

Bij besluit van 29 juli 2013 heeft de minister een aanvraag van [appellant] om inschrijving in het register voor be√ędigde tolken en vertalers, afgewezen.

Bij besluit van 6 december 2013 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 14 mei 2014 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 december 2014, waar [appellant], bijgestaan door mr. D. Coskun, advocaat te Arnhem, en de minister, vertegenwoordigd door mr. D.E.S. Tomeij, werkzaam bij de raad voor rechtsbijstand, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Hetgeen [appellant] als gronden in zijn hogerberoepschrift aanvoert, is een letterlijke herhaling van de gronden die hij in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank heeft deze beroepsgronden gemotiveerd weerlegd, waarbij zij tot het oordeel is gekomen dat het besluit van 6 december 2013 in rechte stand kan houden. [appellant] heeft in zijn hogerberoepschrift niet uiteengezet, dat en waarom het desbetreffende oordeel onjuist is. Gelet hierop kan het aangevoerde niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

2. [appellant] heeft ter zitting bij de Afdeling betoogd dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan zijn betoog dat hij wegens zijn jarenlange ervaring als tolk en vertaler moet worden ingeschreven in het register. Dit betoog faalt. De rechtbank heeft immers gemotiveerd overwogen dat de ervaring van [appellant] onvoldoende is voor inschrijving. [appellant] heeft niet uiteengezet dat en waarom de desbetreffende overwegingen onjuist zijn.

Het eveneens ter zitting door [appellant] gedane beroep op het vertrouwensbeginsel is voor het eerst in hoger beroep aangevoerd. Aangezien het hoger beroep is gericht tegen de aangevallen uitspraak en er geen reden is waarom deze grond niet reeds bij de rechtbank kon worden aangevoerd en hij dit uit een oogpunt van een zorgvuldig en doelmatig gebruik van rechtsmiddelen had behoren te doen, dient het desbetreffende betoog buiten beschouwing te blijven.

3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, griffier.

w.g. Kranenburg w.g. De Vries

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 31 december 2014

582-816.