Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4756

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-12-2014
Datum publicatie
31-12-2014
Zaaknummer
201403498/1/A2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2014:1638, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

De Afdeling heeft [appellant], in het kader van zijn betoog in het hogerberoepschrift, bij brief van 22 oktober 2014 in de gelegenheid gesteld om alsnog met stukken aan te tonen of en, zo ja, welke kosten voor kinderopvang hij in 2009 heeft gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201403498/1/A2.

Datum uitspraak: 17 december 2014 AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats],

appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 maart 2014 in zaak nr. 13/3290 in het geding tussen: [appellant] en de Belastingdienst/Toeslagen. Openbare zitting gehouden op 17 december 2014 om 11:30 uur. Tegenwoordig:

Staatsraad mr. N. Verheij voorzitter

Griffier: mr. A.J. de Heer Verschenen:

De Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door drs. J.G.C. van de Werken, werkzaam bij deze dienst. Het hoger beroep richt zich tegen voormelde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 maart 2014. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling:

bevestigt de aangevallen uitspraak. Daartoe overweegt zij het volgende. De Afdeling heeft [appellant], in het kader van zijn betoog in het hogerberoepschrift, bij brief van 22 oktober 2014 in de gelegenheid gesteld om alsnog met stukken aan te tonen of en, zo ja, welke kosten voor kinderopvang hij in 2009 heeft gehad. [appellant] heeft bij brief van 21 november 2014 meegedeeld niet te beschikken over nadere stukken ter onderbouwing van deze kosten. Nu zich in het dossier evenmin stukken bevinden, zoals bewijzen van geldopnames of bankoverschrijvingen, waaruit blijkt dat [appellant], naar gesteld, de gastouder contant heeft betaald, heeft [appellant] niet aangetoond dat hij in het jaar 2009 alle kosten voor kinderopvang heeft voldaan. Het voorgaande brengt de Afdeling tot de conclusie dat het betoog faalt. w.g. Verheij w.g. De Heer

lid van de enkelvoudige kamer griffier 636.