Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4716

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
24-12-2014
Zaaknummer
201403318/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 februari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2015/636

Uitspraak

201403318/1/R1.

Datum uitspraak: 24 december 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Agrowin B.V., gevestigd te Goor, gemeente Hof van Twente,

appellante,

en

de raad van de gemeente Hof van Twente,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Agrowin beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 november 2014, waar Agrowin, vertegenwoordigd door H. Houwers, bijgestaan door ing. T.F.A Luttikhold, werkzaam voor BMD Advies B.V., en de raad, vertegenwoordigd door A.B.H. Roebert-Ter Horst, werkzaam voor de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

3. Agrowin exploiteert een bedrijf dat zich bezighoudt met de opslag van en handel in zaden, gewasbeschermingsmiddelen en agrarische benodigdheden ter plaatse van het perceel Haven 2. Agrowin richt zich tegen de op het perceel Haven 2 toegestane bedrijfscategorie tot en met 2. Zij betoogt dat het bestaande legale gebruik ten onrechte niet als zodanig is bestemd en dat de raad ten onrechte er van is uitgegaan dat Agrowin de bedrijfsactiviteiten verplaatst naar het perceel Haven 8.

3.1. De raad stelt dat Agrowin in 2012 het perceel Haven 8 in eigendom heeft verworven en dat om het bedrijf de mogelijkheid te geven aldaar haar activiteiten te ontplooien, in het bestemmingsplan de aanduidingen "bedrijf tot en met categorie 3.2" en "specifieke vorm van bedrijventerrein groothandel chemische producten" verplaatst zijn van het perceel Haven 2 naar het perceel Haven 8. De raad stelt dat hij de activiteiten op het perceel Haven 2 onder het overgangsrecht heeft gebracht, omdat de raad het aannemelijk acht dat de bedrijfsactiviteiten op het perceel Haven 2 binnen de planperiode worden beëindigd.

3.2. Aan het perceel Haven 2 is de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 2" toegekend.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels zijn de voor "Bedrijventerrein" aangewezen gronden bestemd voor:

a. bedrijven en instellingen zoals vermeld in de categorieën 1 tot en met 3.2 van de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van bedrijven met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding:

1. "bedrijf tot en met categorie 2": bedrijven van categorie 1 en 2 zijn toegestaan;

c. in afwijking van het gestelde onder a is tevens een groothandel in chemische producten ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein groothandel chemische producten" toegestaan;

Ingevolge artikel 24, lid 24.2, onder a, mag het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, worden voortgezet.

Ingevolge lid 24.2, onder d, is het eerste lid niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

3.3. In bijlage 1 "Staat van bedrijven" staat dat een groothandel in chemische producten in bedrijfscategorie 3.2 valt.

3.4. Niet in geschil is dat Agrowin zich op het perceel Haven 2 bezighoudt met de opslag van en handel in zaden, gewasbeschermingsmiddelen en agrarische benodigdheden en dat dit gebruik onder het voorheen geldende bestemmingsplan was toegestaan. Voorts is niet in geschil dat de bedrijfsactiviteiten die Agrowin ontplooit op het perceel Haven 2 vallen onder de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein groothandel chemische producten". De Afdeling stelt vast dat een groothandel in chemische producten in bedrijfscategorie 3.2 valt en dat de activiteiten die ontplooid worden op het perceel Haven 2 ten behoeve van een groothandel in chemische producten ingevolge artikel 4, lid 4.1, onder a, sub 1, van de planregels en artikel 4, lid 4.1, onder c, in samenhang gelezen met artikel 24, lid 24.2, onder a, van de planregels onder het overgangsrecht zijn gebracht. Niet in geschil is dat de afstand van het bedrijf tot nabijgelegen woningen ter plaatse van het perceel Haven 2 kleiner is dan gebruikelijk is voor een bedrijf van bedrijfscategorie 3.2, maar het bedrijf is legaal aanwezig en daarom geldt het uitgangspunt dat deze als zodanig bestemd moet worden. Het onder het overgangsrecht brengen van gebruik kan onder omstandigheden aanvaardbaar zijn. Hiervoor is in gevallen als het voorliggende vereist dat de gerechtvaardigde verwachting bestaat dat het bestaande gebruik binnen de planperiode zal worden beëindigd. De raad heeft evenwel niet aannemelijk gemaakt dat Agrowin haar bedrijfsactiviteiten op het perceel Haven 2 zelf zal beëindigen en evenmin dat het gemeentebestuur tot aankoop van die gronden zal overgaan. Derhalve is niet aannemelijk dat het met het bestemmingsplan strijdige gebruik binnen de planperiode zal worden beëindigd. Gelet hierop heeft de raad ten onrechte het gebruik onder het overgangsrecht gebracht.

Het betoog slaagt.

4. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen het gebrek in het bestreden besluit binnen de hierna te noemen termijn te herstellen. De raad dient daartoe met inachtneming van hetgeen onder 3.4 is overwogen het besluit te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling, waarbij een passende bestemming aan het bestreden plandeel wordt toegekend waarmee Agrowin haar bedrijvigheid kan continueren. De raad dient het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken, zonder dat daarbij toepassing behoeft te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb.

5. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

draagt de raad van de gemeente Hof van Twente op om binnen zestien weken na de verzending van deze tussenuitspraak:

- met inachtneming van overweging 4 het besluit van 18 februari 2014 tot het vaststellen van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Haven (Goor)" te herzien en

- de Afdeling en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Agrowin B.V. de uitkomst mede te delen en de herziening van het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, griffier.

w.g. Van Buuren w.g. Bosnjakovic

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2014

410-812.