Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4548

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-12-2014
Datum publicatie
17-12-2014
Zaaknummer
201400605/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2013:9811, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 maart 2013 heeft het waarnemend hoofd van de dienst Bestuursondersteuning van de regionale eenheid Rotterdam van het landelijk politiekorps geweigerd de foto van de overtreding voorafgaand aan en de foto van de overtreding volgend op de verkeersovertreding van [appellant sub 2] openbaar te maken dan wel aan hem te verstrekken en andere gegevens die betrekking hebben op de verkeersovertreding van [appellant sub 2] openbaar gemaakt.

Wetsverwijzingen
Wet politiegegevens
Wet politiegegevens 1
Wet openbaarheid van bestuur
Wet openbaarheid van bestuur 2
Wet bescherming persoonsgegevens
Wet bescherming persoonsgegevens 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2014/116
JBP 2015/12
Module Privacy en persoonsgegevens 2016/1133

Uitspraak

201400605/1/A3.

Datum uitspraak: 17 december 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. de korpschef van politie (de Afdeling leest: de politiechef van de regionale eenheid Rotterdam),

2. [appellant sub 2], wonend te Rotterdam,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2013 in zaak nr. 13/3447 in het geding tussen:

[appellant sub 2]

en

de politiechef.

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2013 heeft het waarnemend hoofd van de dienst Bestuursondersteuning van de regionale eenheid Rotterdam van het landelijk politiekorps geweigerd de foto van de overtreding voorafgaand aan en de foto van de overtreding volgend op de verkeersovertreding van [appellant sub 2] openbaar te maken dan wel aan hem te verstrekken en andere gegevens die betrekking hebben op de verkeersovertreding van [appellant sub 2] openbaar gemaakt.

Bij besluit van 24 april 2013 heeft de politiechef van de regionale eenheid Rotterdam het door [appellant sub 2] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 december 2013 heeft de rechtbank het door [appellant sub 2] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 20 maart 2013 herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit, hetgeen in dit geval inhoudt dat de politiechef de in geding zijnde foto's na het weglakken van de kentekens aan [appellant sub 2] dient te verstrekken. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de korpschef (de Afdeling leest: de politiechef) hoger beroep ingesteld. [appellant sub 2] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

[appellant sub 2] en de politiechef hebben een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 2] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juli 2014, waar de politiechef, vertegenwoordigd door mrs. J.C.M. Robbers en B.N. van Hoek, beiden werkzaam bij de politie, is verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) verstrekt een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat het daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.

Ingevolge artikel 1 van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

a. politiegegeven: elk persoonsgegeven dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt;

(…)

e. ter beschikking stellen van politiegegevens: het verstrekken van politiegegevens aan personen die overeenkomstig deze wet zijn geautoriseerd voor het verwerken van politiegegevens;

(…)

g. betrokkene: degene op wie een politiegegeven betrekking heeft;

(…)

m. persoonsgegeven: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp);

(…).

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Wbp wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.

2. Aan het in beroep bestreden besluit is ten grondslag gelegd dat niet alleen het kenteken, maar ook het merk, type en kleur van een voertuig een politiegegeven is en dat die gegevens daarom onder de Wbp vallen. Daarom is geweigerd de foto van de overtreding voorafgaand aan en de foto van de overtreding volgend op de verkeersovertreding van [appellant sub 2] openbaar te maken of aan hem te verstrekken.

Het hoger beroep van de politiechef

3. De politiechef betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat niet slechts het kenteken, maar de gehele foto een politiegegeven is en hij daarom terecht heeft geweigerd [appellant sub 2] de gevraagde foto’s te verstrekken. Voertuigkenmerken als merk, type en kleur kunnen in combinatie met de plek waar en het tijdstip waarop de overtreding is begaan, leiden tot identificatie van de bestuurder van het desbetreffende voertuig. Voertuigkenmerken worden daarom ook vermeld in opsporingsberichten.

Ter zitting van de Afdeling heeft de politiechef zijn betoog beperkt, in die zin dat de rechtbank volgens hem heeft miskend dat naast het kenteken ook het merk en type auto politiegegevens zijn.

3.1. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 5 december 2012 in zaak nr. 201107020/1/A3 bevat de Wpg een uitputtende regeling voor de verstrekking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van die wet. Voor zover gegevens als politiegegevens in de zin van die bepaling moeten worden aangemerkt, is er geen plaats voor toepassing van de Wob op een verzoek om verstrekking van die gegevens.

Zoals de Afdeling verder heeft overwogen in de uitspraak van 25 september 2013 in zaak nr. 201204033/1/A3 is bij de beoordeling of gegevens als politiegegevens dienen te worden aangemerkt onder meer bepalend of die gegevens een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon betreffen. Daarbij dient, met inachtneming van de specifieke context van plaats, tijd en aantal betrokken personen, te worden beoordeeld of die gegevens alleen of in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor een persoon dat deze daarmee kan worden geïdentificeerd. Bij deze beoordeling mogen alle middelen worden betrokken waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs door de verantwoordelijke dan wel enig ander persoon zijn in te zetten om die persoon te identificeren.

De politiechef betoogt terecht dat de rechtbank niet heeft onderkend dat ook het merk en type auto politiegegevens zijn als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wpg en dat aldus de gevraagde foto’s in hun geheel politiegegevens zijn. Met het merk en type auto, al dan niet in combinatie met andere gegevens, zoals datum en tijdstip van de overtreding, bestaat de mogelijkheid dat identificatie van een bepaald persoon daadwerkelijk plaatsvindt. Voorts zijn het gegevens die in het kader van de politietaak worden verwerkt, in dit geval het opsporen van verkeersovertredingen. Steun voor dit oordeel wordt gevonden in de geschiedenis van de totstandkoming van de Wpg (Kamerstukken 2005/06, 30 327, nr. 3, blz. 63), waaruit volgt dat onder persoonsgegevens die in het kader van de politietaak worden verzameld onder andere wordt verstaan het merk of type, kenteken of registratienummer van een voertuig, vaartuig of vliegtuig.

Nu de foto’s die [appellant sub 2] wenst te verkrijgen geen betrekking op hem hebben en hij niet behoort tot een categorie van personen aan wie politiegegevens mogen worden verstrekt, mocht de politiechef weigeren hem de foto van de overtreding voorafgaand aan en de foto van de overtreding volgend op zijn verkeersovertreding te verstrekken. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Het betoog slaagt.

4. Het hoger beroep van de politiechef is gegrond. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van de politiechef van 24 april 2013 alsnog ongegrond verklaren.

Het incidenteel hoger beroep van [appellant sub 2]

5. [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank de politiechef ten onrechte niet heeft veroordeeld in de proceskosten in bezwaar. Dit had wel in de rede gelegen, nu zij het besluit van 20 maart 2013 heeft herroepen.

5.1. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4 is overwogen, faalt dit betoog.

6. Het hoger beroep van [appellant sub 2] is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep van de politiechef van de regionale eenheid Rotterdam gegrond;

II. verklaart het incidenteel hoger beroep van [appellant sub 2] ongegrond;

III. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2013 in zaak nr. 13/3447;

IV. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. A.B.M. Hent en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Reuveny, griffier.

w.g. Borman w.g. Reuveny

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2014

622.