Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4355

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-12-2014
Datum publicatie
03-12-2014
Zaaknummer
201310957/3/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 oktober 2013, kenmerk RV/13/00350, heeft de raad het bestemmingsplan "Zoelen, Scharenburg 2e fase" vastgesteld. Bij besluit van 1 oktober 2013, kenmerk 02142163, heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 14 huur- en 2 koopwoningen en 16 tuinbergingen binnen het plangebied.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201310957/3/R6.

Datum uitspraak: 3 december 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats], gemeente Buren,

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats], gemeente Buren,

3. [appellant sub 3], wonend te [woonplaats], gemeente Buren,

appellanten,

en

1. de raad van de gemeente Buren,

2. het college van burgemeester en wethouders van Buren,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2013, kenmerk RV/13/00350, heeft de raad het bestemmingsplan "Zoelen, Scharenburg 2e fase" vastgesteld.

Bij besluit van 1 oktober 2013, kenmerk 02142163, heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 14 huur- en 2 koopwoningen en 16 tuinbergingen binnen het plangebied.

Tegen deze besluiten hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [partij A] en [partij B] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift en een nader stuk ingediend.

[appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [partij A] en [partij B] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 april 2014, waar [appellant sub 1], [appellant sub 2], [partij A], bijgestaan door mr. R. Benhadi, advocaat te Nijmegen, de raad en het college, vertegenwoordigd door mr. ing. J. de Vries, M.A.J. van Ooijen en ing. N.J. Stam, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende] Projectontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2014, zaak nr. 201310957/1/R6, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 1 oktober 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zoelen, Scharenburg 2e fase" te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

De raad heeft bij brief van 5 september 2014 te kennen gegeven op welke wijze hij het gebrek dat in de tussenuitspraak is geconstateerd heeft hersteld.

[partij A] en [partij B] hebben vervolgens bij brief van 1 oktober 2014 het beroep tegen beide bestreden besluiten ingetrokken. De Afdeling heeft partijen medegedeeld dat dit betekent dat aan de opdracht geen betekenis meer toekomt en dat deze niet meer verder behoeft te worden uitgevoerd, nu deze was gegeven naar aanleiding van het beroep van [partij A] en [partij B].

Nadat van partijen toestemming is verkregen voor het achterwege laten van een nadere zitting heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat in de plantoelichting niet, zoals vereist door artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, van het Bro, inzichtelijk is gemaakt dat met de binnen het plangebied voorziene woningbouw wordt voorzien in een actuele regionale behoefte. In hetgeen [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] hebben aangevoerd, heeft de Afdeling gelet daarop aanleiding gezien voor het oordeel dat het bestreden besluit op dit punt is genomen in strijd met de genoemde bepaling. Het beroep van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] is gegrond, zodat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zoelen, Scharenburg 2e fase" dient te worden vernietigd.

Zoals is overwogen onder 5.5 van de tussenuitspraak, is de Afdeling van oordeel dat de raad met de nadere memorie van 20 maart 2014, de daarbij behorende bijlagen en de toelichting daarop ter zitting inzichtelijk heeft gemaakt dat met de binnen het plangebied voorziene woningbouw wordt voorzien in een actuele regionale behoefte. De Afdeling ziet hierin aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit tot vaststelling van het plan met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht in stand te laten.

2. Gelet op hetgeen in de onderdelen 12 tot en met 20 van de tussenuitspraak is overwogen, falen de overige betogen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3].

3. Nu de rechtsgevolgen van het besluit tot vaststelling van het plan in stand worden gelaten en [partij A] en [partij B] het beroep hebben ingetrokken, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de omgevingsvergunning voor het bouwen van 14 huur- en 2 koopwoningen en 16 tuinbergingen niet in stand kan blijven. In hetgeen [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor een ander oordeel. Voor zover de beroepen zijn gericht tegen het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning, zijn deze beroepen ongegrond.

4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is ten aanzien van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zoelen, Scharenburg, 2e fase" gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Buren van 1 oktober 2013, kenmerk RV/13/00350, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zoelen, Scharenburg 2e fase";

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven;

IV. verklaart de beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Buren van 1 oktober 2013 tot verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen van 14 huur- en 2 koopwoningen en 16 tuinbergingen ongegrond;

V. gelast dat de raad van de gemeente Buren aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt, ten bedrage van:

a. € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [appellant sub 1];

b. € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [appellant sub 2];

c. € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [appellant sub 3].

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. E.A. Minderhoud, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.A. Oudenaarden, griffier.

w.g. Hagen w.g. Oudenaarden

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2014

568-780.