Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4315

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-11-2014
Datum publicatie
26-11-2014
Zaaknummer
201302234/4/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 juli 2014, kenmerk 00390325, heeft de raad het bestemmingsplan "Het Run" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201302234/4/R3.

Datum uitspraak: 20 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Drunen, gemeente Heusden,

en

de raad van de gemeente Heusden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2014, kenmerk 00390325, heeft de raad het bestemmingsplan "Het Run" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 november 2014, waar [verzoeker], in persoon en bijgestaan door mr. W. Krijger, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.T.G. Küper, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het bestemmingsplan voorziet in een regeling voor zwembad "Het Run" te Drunen, waarbij onder meer naast het zwembad een camping wordt mogelijk gemaakt en de horeca meer mogelijkheden krijgt dan onder het thans geldende planologische regiem.

3. [verzoeker], die woont in nabijheid van het plangebied, voert in zijn beroepschrift hoofdzakelijk aan dat de raad het plan ten onrechte heeft vastgesteld, omdat de nieuwe recreatiemogelijkheden ter plaatse tot een onevenredige aantasting van zijn woon- en leefklimaat leiden. Hij voert daartoe onder meer argumenten aan over de definitie van en het aantal kleinschalige evenementen dat wordt toegestaan, de mogelijkheden die de horeca ter plaatse krijgt, de toetsing aan de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het akoestisch onderzoek dat is verricht, de economische uitvoerbaarheid van het plan en de handhaafbaarheid van het plan.

[verzoeker] wil met zijn verzoek voorkomen dat het plan, in het bijzonder het plandeel met de bestemming "Recreatie", in werking treedt en daarmee uitbreiding van de verblijfsrecreatie in de vorm van een camping, horeca en bijbehorende activiteiten mogelijk wordt zonder dat de gevolgen op het woon- en leefklimaat van verzoeker zijn onderzocht en afgewogen.

4. Op de verbeelding is aan het perceel waar het zwembad is gevestigd de bestemming "Recreatie" toegekend. Aan delen van dit perceel zijn de aanduidingen "dagrecreatie" en/of "horeca tot en met categorie 1" en/of "specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen" toegekend. Voorts zijn twee bouwvlakken opgenomen.

Aan het naastgelegen perceel is de bestemming "Recreatie" met de aanduiding "kampeerterrein" toegekend. Ook op dit perceel is een bouwvlak opgenomen.

5. De voorzieningenrechter stelt vast dat het bestemmingsplan voorziet in een bouwmogelijkheid voor een gebouw ten behoeve van de beoogde camping en in een vergroting van de gebouwen bij het zwembad, waarvan een gedeelte tevens kan worden gebruikt voor horeca. Anders dan het thans geldende planologische regiem, dat ondergeschikte horeca toestaat, maakt het voorliggende plan zelfstandige horeca mogelijk.

Verzoeker heeft een notitie overgelegd van het college van burgemeester en wethouders aan de raad van de gemeente Heusden, gedateerd 19 september 2014. In deze notitie staat dat de ondernemer die het zwembad exploiteert op 25 augustus 2014 het concept van het projectplan "Outdoorcentrum Drunen" bij het gemeentebestuur heeft ingediend. Dit is een plan om het terrein dat in het voorliggende plan de aanduiding "kampeerterrein" heeft gekregen, voor diverse outdooractiviteiten te gaan gebruiken. Ter zitting heeft de raad desgevraagd bevestigd dat niet wordt verwacht dat op korte termijn uitvoering zal worden gegeven aan het voorliggende bestemmingsplan, gelet op de nieuwe plannen van de huidige ondernemer, die niet in het bestemmingsplan passen, en de omstandigheid dat deze ondernemer geen risico wil nemen gedurende de tijd dat de beroepschriften tegen het bestemmingsplan bij de Afdeling in behandeling zijn.

In aanmerking genomen het belang van [verzoeker] bij zekerheid omtrent de plannen voor de betrokken locatie en de uitvoering daarvan vanwege eventuele gevolgen daarvan voor zijn woon- en leefklimaat, met daartegenover het geringere belang van de raad en de betrokken ondernemer bij inwerkingtreding van dit bestemmingsplan op dit moment, ziet de voorzieningenrechter bij afweging van deze belangen in het licht van voormelde omstandigheden aanleiding om het verzoek toe te wijzen voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Recreatie".

6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Heusden van 8 juli 2014, kenmerk 00390325, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Recreatie";

II. veroordeelt de raad van de gemeente Heusden tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de raad van de gemeente Heusden aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, griffier.

w.g. Kranenburg w.g. Pikart-van den Berg

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2014

350.