Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4308

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-11-2014
Datum publicatie
26-11-2014
Zaaknummer
201405839/1/R4 en 201405839/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 mei 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Kruising Rijnsingel" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201405839/1/R4 en 201405839/2/R4.

Datum uitspraak: 19 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[appellant], wonend te Ridderkerk,

en

de raad van de gemeente Ridderkerk,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Kruising Rijnsingel" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

[appellant] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 oktober 2014, waar [appellant], bijgestaan door A. Wilschut, en de raad, vertegenwoordigd door mr. L.L. Scheppink, werkzaam bij de gemeente, en M.W. Riencks, zijn verschenen.

Partijen hebben ter zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Overwegingen

1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De voorzieningenrechter toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de voorzieningenrechter aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de voorzieningenrechter aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

3. Het plan voorziet in het verleggen van de Kievitsweg en de reconstructie van de Rijnsingel te Ridderkerk.

4. [appellant], die op het perceel aan de [locatie] te Ridderkerk woont, richt zich met zijn beroep tegen het laten vervallen van de ten westen van het kruispunt Rotterdamseweg/A38/Rijnsingel gelegen voor gemotoriseerd verkeer toegankelijke paralleloversteek over de Rotterdamseweg. Hij stelt dat hij als gevolg hiervan 4 km moet omrijden om van en naar zijn woning te komen en dat zijn woning niet meer goed bereikbaar is voor bezoek en hulpdiensten. Volgens [appellant] heeft geen goede belangenafweging plaatsgevonden. Tevens is deze keuze onvoldoende onderbouwd, aldus [appellant]. Daarbij merkt [appellant] op dat de raad met de uitvoering van de werkzaamheden is begonnen ondanks dat hij de voorzieningenrechter gedurende de beroepstermijn met betrekking tot het bestemmingsplan heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

4.1. In het vorige plan "Bolnes" was aan de ten westen van het kruispunt Rotterdamseweg/A38/Rijnsingel gelegen paralleloversteek over de Rotterdamseweg de bestemming "Verkeer" toegekend. In dit plan is aan een deel van deze paralleloversteek de bestemming "Groen" toegekend, waardoor de paralleloversteek niet meer als zodanig is bestemd. Uit de verbeelding in samenhang gezien met de plantoelichting volgt dat de paralleloversteek is verplaatst richting het kruispunt en dat door een te nemen verkeersbesluit deze oversteek uitsluitend beschikbaar zal blijven voor (brom)fietsers en voetgangers. Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Hollandse Delta heeft het verkeersbesluit inmiddels vastgesteld.

4.2. In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat [appellant], door het niet als zodanig bestemmen van de bestaande paralleloversteek, afhankelijk van de herkomst maximaal 1,7 km moet omrijden om zijn woning met de auto te kunnen bereiken. De raad heeft toegelicht dat [appellant] weliswaar zal moeten omrijden, maar dat de omrijtijd mee valt. Volgens de raad is het compacter maken van het kruispunt noodzakelijk om de verkeerssituatie ter plaatse van het kruispunt te verbeteren. De raad stelt dat hiermee de verkeersdoorstroming wordt verbeterd en tevens de verkeersveiligheid voor fietsers toeneemt. De voorzieningenrechter ziet gelet op de beperkte omrijtijd aanleiding voor het oordeel dat de raad bij de afweging van de betrokken belangen, de belangen die zijn gemoeid met de aanpassing van het kruispunt in redelijkheid zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het belang dat [appellant] heeft bij de voortzetting van het huidige gebruik van de paralleloversteek. De voorzieningenrechter acht niet aannemelijk gemaakt dat het niet als zodanig bestemmen van de bestaande paralleloversteek leidt tot een zodanige verslechtering van de bereikbaarheid van de woning van [appellant] voor bezoek en hulpdiensten, dat de raad het plan in zoverre niet in redelijkheid heeft kunnen vaststellen.

Voor zover [appellant] erop heeft gewezen dat met de uitvoering van de werkzaamheden is begonnen terwijl de werking van het besluit is opgeschort, overweegt de voorzieningenrechter dat dit geen grond vormt voor vernietiging van het bestreden besluit.

Het betoog faalt.

5. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Lodeweges

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2014

625.