Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4250

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-11-2014
Datum publicatie
26-11-2014
Zaaknummer
201400485/1/A2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:10106, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 juli 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 voor [appellante] herzien en vastgesteld op nihil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201400485/1/A2.

Datum uitspraak: 26 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 december 2013 in zaak nr. 13/2927 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluit van 17 juli 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 voor [appellante] herzien en vastgesteld op nihil.

Bij besluit van 7 augustus 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag over 2009 voor [appellante] definitief vastgesteld op nihil.

Bij besluit van 27 maart 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] tegen het besluit van 17 juli 2012 gemaakte bezwaar aangemerkt als gericht tegen het besluit van 7 augustus 2012 en dat bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 december 2013 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De Belastingdienst/Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.

De Belastingdienst/Toeslagen heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 oktober 2014, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. J.H. Beijer, werkzaam bij Quintax Belastingadviseurs, en de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door drs. J.G.C. van de Werken, werkzaam aldaar, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Zoals door de Belastingdienst/Toeslagen in het nader stuk van 22 augustus 2014 en ter zitting is erkend, heeft hij met het besluit van 27 maart 2013 niet op het door [appellante] tegen het besluit van 17 juli 2012 gemaakte bezwaar beslist, maar wel op een door haar niet tegen het besluit van 7 augustus 2012 gemaakt bezwaar. [appellante] heeft daarom terecht betoogd dat de rechtbank dat besluit ten onrechte niet reeds daarom heeft vernietigd.

2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 27 maart 2013, kenmerk BEZ O BT10 alsnog gegrond verklaren en dat vernietigen. De Belastingdienst/Toeslagen dient alsnog op het gemaakte bezwaar te beslissen.

3. De Belastingdienst/Toeslagen dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 december 2013 in zaak nr. 13/2927;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 27 maart 2013, kenmerk BEZ O BT10;

V. veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.948,00 (zegge: negentienhonderdachtenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 283,00 (zegge: tweehonderddrieëntachtig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Bindels

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2014

85-799.