Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4220

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-11-2014
Datum publicatie
26-11-2014
Zaaknummer
201307838/3/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 mei 2013, kenmerk 40731, heeft de raad het bestemmingsplan "Bavel" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201307838/3/R3.

Datum uitspraak: 26 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Bavel, gemeente Breda,

en

de raad van de gemeente Breda,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 mei 2013, kenmerk 40731, heeft de raad het bestemmingsplan "Bavel" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 maart 2014, waar [appellant], bijgestaan door mr. S. Oord, en de raad, vertegenwoordigd door mr. E.P.C. Remijn en drs. J. Curfs, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 28 mei 2014 in zaak nr. 201307838/1/R3 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 30 mei 2013 te herstellen. De tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 18 september 2014, kenmerk 42477, heeft de raad het bestemmingsplan "Bavel" gewijzigd om de gebreken die in de tussenuitspraak zijn genoemd te herstellen.

[appellant] is in de gelegenheid gesteld een zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

2. Gelet op hetgeen onder 3.4 van de tussenuitspraak is overwogen ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit van 30 mei 2013 voor zover het betreft de vaststelling van de plandelen met de bestemming "Maatschappelijk" aan de Zuster Boomaarsstraat 4 en de Pastoor Doensstraat 3 en 5, is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

3. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak de raad opgedragen:

a. alsnog inzichtelijk te maken dat het aantal benodigde parkeerplaatsen en de te verwachten verkeersintensiteiten die aan de vaststelling van het plan ten grondslag liggen, zijn gebaseerd op een representatieve invulling van hetgeen ingevolge artikel 11, lid 11.1, gelezen in samenhang met artikel 1, lid 1.62, van de planregels maximaal mogelijk is op de percelen Zuster Boomaarsstraat 4 en Pastoor Doensstraat 3 en 5, dan wel;

b. te motiveren dat ook een invulling van deze percelen waarbij alle gronden alleen worden gebruikt voor medische functies niet leidt tot een onaanvaardbare parkeer- of verkeershinder, dan wel;

c. de planregeling voor deze percelen gewijzigd vast te stellen.

4. Bij besluit van 18 september 2014 heeft de raad het plan gewijzigd, waarbij aan de plandelen met de bestemming "Maatschappelijk" aan de Zuster Boomaarsstraat 4 en de Pastoor Doensstraat 3 en 5 de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - 1" is toegekend. Voorts is in artikel 11, lid 11.1, aanhef en onder c, van de planregels bepaald dat de voor "Maatschappelijk" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - 1" uitsluitend zijn bestemd voor basisonderwijs, kinderdagopvang, buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal en voorzieningen inzake het verenigingsleven tot een maximum van 1.000 m² bruto vloeroppervlak.

5. [appellant] heeft naar aanleiding van het nieuwe besluit schriftelijk laten weten geen gronden tegen het nieuwe besluit aan te voeren. Het van rechtswege ontstane beroep moet daarmee als ingetrokken worden beschouwd.

6. De raad dient op hierna te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Breda van 30 mei 2013, kenmerk 40731, gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Breda van 30 mei 2013, kenmerk 40731, voor zover het betreft de vaststelling van de plandelen met de bestemming "Maatschappelijk" aan de Zuster Boomaarsstraat 4 en de Pastoor Doensstraat 3 en 5;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Breda tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Breda aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vletter, griffier.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Vletter

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2014

653.