Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4152

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-11-2014
Datum publicatie
19-11-2014
Zaaknummer
201404017/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 maart 2014 heeft het college het wijzigingsplan "Kom Sprundel, wijzigingsplan Hertogstraat 17 te Sprundel" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201404017/1/R3.

Datum uitspraak: 19 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Sprundel, gemeente Rucphen,

en

het college van burgemeester en wethouders van Rucphen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 maart 2014 heeft het college het wijzigingsplan "Kom Sprundel, wijzigingsplan Hertogstraat 17 te Sprundel" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 oktober 2014, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door H.C. van Hulten, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Met het wijzigingsplan wordt beoogd de bouw van acht seniorenwoningen op het perceel Hertogstraat 17 aan de zuidoostzijde van de kern van Sprundel mogelijk te maken.

2. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte het wijzigingsplan heeft vastgesteld. Daartoe voert hij aan dat de verwezenlijking van het wijzigingsplan tot een onaanvaardbare aantasting van de privacy en rust in zijn woning en huisartsenpraktijk zal leiden. Hij stelt dat vanuit de nieuwe woningen en vanaf de nieuwe ontsluitingsweg in zijn woning en werkruimte kan worden gekeken. Daarbij wijst hij er op dat voor de woningen een bouwhoogte van maximaal 7,15 m is toegestaan en dat de ontsluitingsweg direct langs zijn perceel is gesitueerd. Voor zover de nieuwe woningen toch mogelijk dienen te worden gemaakt, had de raad in platte daken voor de woningen en een afscherming van het plangebied moeten voorzien. Voorts vreest [appellant] dat het nieuwe parkeerterrein voor de woningen mogelijk zal leiden tot overlast door drugdealers. Verder stelt [appellant] dat hij schade door waardevermindering van zijn woning zal lijden als gevolg van het wijzigingsplan.

2.1. Het college stelt zich op het standpunt dat de privacy en rust in de woning en huisartsenpraktijk van [appellant] niet onaanvaardbaar zullen worden aangetast. In dit verband stelt het college dat de hoogte van het bestaande gebouw op het perceel, waarin zich een gymzaal bevindt, 6 m bedraagt en dat in het plangebied woningen met een hoogte van maximaal 7,15 m zullen worden gebouwd. De mogelijke toename van de bebouwing op het perceel ten opzichte van de bestaande situatie is gering. Volgens de raad sluit het in het wijzigingsplan voorziene woningtype aan bij het type woningen dat in de nabijheid van het plangebied staat. Hoewel het plan een afscherming mogelijk maakt van het plangebied, acht het college een afscherming uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet nodig. Verder stelt het college dat de ontsluitingsweg die langs het perceel van [appellant] is voorzien doodlopend is en alleen toegang geeft tot de parkeervoorzieningen achter het plangebied, zodat van deze weg slechts beperkt gebruik zal worden gemaakt.

2.2. Aan het plandeel dat betrekking heeft op de gronden waarop de nieuwe woningen zijn voorzien is de bestemming "Wonen" toegekend.

Aan het plandeel dat betrekking heeft op de gronden waarop de nieuwe ontsluitingsweg en de parkeervoorzieningen zijn voorzien is de bestemming "Verkeer" toegekend.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a, van de planregels zijn de voor "Verkeer" aangewezen gronden bestemd voor straten, voet- en fietspaden, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, terrassen, waterhuishoudkundige voorzieningen, taluds, oevers, bruggen en voorzieningen ten behoeve van het openbare nut.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, aanhef en onder a, zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor woningen.

Ingevolge lid 4.2.2, aanhef en onder d, bedraagt de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen maximaal de op de verbeelding aangegeven maat.

Op de verbeelding is voor hoofdgebouwen binnen het plandeel met de bestemming "Wonen" een goot- en bouwhoogte van maximaal 3,5 m onderscheidenlijk 8 m aangegeven.

2.3. De afstand tussen de woning van [appellant] en de gronden binnen het plandeel met een woonbestemming bedraagt ongeveer 25 m. De afstand tussen zijn woning en de nieuwe ontsluitingsweg bedraagt ongeveer 19 m. Gelet op deze afstanden, de stedelijke omgeving waarin de woningen komen te staan en de goot- en bouwhoogte van de woningen van maximaal 3,5 m onderscheidenlijk 8 m, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat het college bij afweging van de betrokken belangen aan de gestelde aantasting van de privacy en rust door de verwezenlijking van het wijzigingsplan overwegende betekenis had moeten toekennen. De raad heeft daarom voorts in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om in platte daken voor de nieuwe woningen en een afscherming van het plangebied te voorzien.

Nog daargelaten dat [appellant] het betoog dat het parkeerterrein voor de nieuwe woningen mogelijk zal leiden tot overlast door drugdealers niet heeft onderbouwd, heeft de raad in dit betoog, wat daar verder ook van zij, geen aanleiding hoeven zien om van het wijzigingsplan af te zien.

Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van [appellant] betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat het college bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan.

De betogen falen.

3. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. K.S. Man, griffier.

w.g. Kranenburg w.g. Man

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2014

629.