Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4127

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-11-2014
Datum publicatie
19-11-2014
Zaaknummer
201309293/3/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Rozenhofje 3/4 Montfort" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201309293/3/R1.

Datum uitspraak: 19 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellante B], beiden wonend te Montfort, gemeente Roerdalen,

en

de raad van de gemeente Roerdalen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Rozenhofje 3/4 Montfort" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [appellanten] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 april 2014, waar [appellanten], in de persoon van [appellant A], [belanghebbende A] en Plus Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door [directeur] van [belanghebbende A], en bijgestaan door mr. J.P.C. Obbink, advocaat te Utrecht, en de raad, vertegenwoordigd door mr. H. Aussems, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting [belanghebbende B], vertegenwoordigd door [gemachtigden, als partij gehoord.

Buiten bezwaren van partijen zijn ter zitting nog stukken in het geding gebracht.

Bij tussenuitspraak van 14 mei 2014, in zaak nr. 201309293/1/R1, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 27 juni 2013 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 5 juni 2014 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Rozenhofje 3/4 Montfort" opnieuw vastgesteld. Hiermee is het besluit van 27 juni 2013 vervangen.

[appellanten] zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. Van deze gelegenheid hebben zij geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de overwegingen 4.8 en 4.9 van de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 27 juni 2013 in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is genomen. Zij heeft overwogen dat in tegenstelling tot hetgeen de raad heeft beoogd in de planregels geen bepaling omtrent de maximale goothoogte is opgenomen. Voorts heeft de Afdeling overwogen dat de raad zich onvoldoende heeft vergewist van de relevante feiten en derhalve niet heeft gemotiveerd waarom hij aan het bestreden plandeel een maximale bouwhoogte van 8,5 m heeft toegekend.

2. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak is het beroep van [appellanten] gegrond. Het besluit van 27 juni 2013 dient te worden vernietigd , voor zover dat ziet op de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Detailhandel" en de aanduiding "bouwvlak".

3. Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak het besluit met inachtneming van de overwegingen 4.8 en 4.9 te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling, dan wel toereikend te motiveren waarom de vastgestelde bouw- en goothoogte ter plaatse van het bestreden plandeel dienen te worden toegekend.

4. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 5 juni 2014 het bestemmingsplan "Rozenhofje 3/4 Montfort" opnieuw vastgesteld. Daarbij heeft hij de aanduiding "maximale bouwhoogte (m) = 5" aan het plandeel met de bestemming "Detailhandel" en de aanduiding "bouwvlak" toegekend.

5. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft een beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

6. [appellanten] hebben naar aanleiding van het nieuwe besluit geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat [appellanten] geen bezwaren hebben tegen het besluit van 5 juni 2014. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond.

7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Roerdalen van 27 juni 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Rozenhofje 3/4 Montfort" gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Roerdalen van 27 juni 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Rozenhofje 3/4 Montfort", wat betreft het plandeel met de bestemming "Detailhandel" en de aanduiding "bouwvlak";

III. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Roerdalen van 5 juni 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Rozenhofje 3/4 Montfort" ongegrond;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Roerdalen aan [appellant A] en [appellante B] het door hun voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werk ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Z. Huszar, griffier.

w.g. Koeman w.g. Huszar

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2014

533-812.