Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:4119

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-11-2014
Datum publicatie
19-11-2014
Zaaknummer
201307980/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2013:5590, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 mei 2012 heeft de hoofdbewaarder van het kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] tot het ongedaan maken van het herstel van de kadastrale grens tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Monnickendam in de Basisregistratie Kadaster (hierna: BRK), afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201307980/1/A1.

Datum uitspraak: 19 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem (lees: rechtbank Noord-Holland) van 3 juli 2013 in zaak nr. 12/5316 in het geding tussen:

onder meer [appellant]

en

de hoofdbewaarder van het kadaster en de openbare registers.

Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2012 heeft de hoofdbewaarder van het kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] tot het ongedaan maken van het herstel van de kadastrale grens tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Monnickendam in de Basisregistratie Kadaster (hierna: BRK), afgewezen.

Bij besluit van 12 oktober 2012 heeft de hoofdbewaarder het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 juli 2013 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De hoofdbewaarder heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de gemeente Waterland een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 maart 2014, waar [appellant] en de hoofdbewaarder, vertegenwoordigd door mr. I.J. Kloek-Tromp, werkzaam bij het kadaster, zijn verschenen. Voorts is de gemeente Waterland, vertegenwoordigd door mr. G.M. Pierik, advocaat te Purmerend, en ing. J.A. Koster, werkzaam bij de gemeente, gehoord.

De Afdeling heeft partijen gedurende de behandeling ter zitting de gelegenheid geboden om voor 1 juni 2014 een onafhankelijke deskundige in te schakelen en de bevindingen aan de Afdeling mee te delen.

Bij brief van 21 mei 2014 heeft de Afdeling op verzoek van partijen de termijn verlengd tot 5 juli 2014.

Bij brief van 3 juli 2014 heeft de Afdeling de termijn op verzoek van partijen nogmaals verlengd tot zes weken na de dagtekening van die brief.

Bij brief van 28 juli 2014 heeft de hoofdbewaarder de bevindingen van het onderzoek van de deskundige W.G. Kamphorst aan de Afdeling toegezonden. Bij brief van 10 augustus 2014 heeft [appellant] hierop een reactie gegeven. Bij brief van 2 september 2014 heeft de hoofdbewaarder een reactie ingediend.

Nu partijen geen bezwaar hebben tegen het achterwege laten van een tweede zitting, heeft de Afdeling nadien met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 2], kadastraal bekend als gemeente Monnickendam, sectie A, nummer 3376. Zijn perceel grenst aan het perceel waar het museumgebouw "De Speeltoren" is gelegen, kadastraal bekend als gemeente Monnickendam, sectie A, nummer 263.

2. Ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Kadasterwet is de bewaarder, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, belast met het bijwerken van de basisregistratie kadaster.

Ingevolge artikel 7n, eerste lid, meldt een bestuursorgaan aan de Dienst, onder opgaaf van redenen, zijn gerede twijfel omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt.

Ingevolge het tweede lid, neemt de Dienst na ontvangst van een melding als bedoeld in het eerste lid een beslissing omtrent wijziging van het betreffende authentieke gegeven. (…).

Ingevolge het vierde lid, is de beslissing, bedoeld in het tweede lid, een besluit in de zin van de Awb.

Ingevolge artikel 7s, eerste lid, herstelt de Dienst, indien de Dienst constateert dat de weergave van een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 7f, tweede lid, of 7g, eerste lid, in de basisregistratie kadaster niet in overeenstemming is met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument of, ingeval een authentiek gegeven wordt afgeleid uit een brondocument, dat gegeven niet juist en volledig daaruit is afgeleid, ambtshalve dat gegeven in die basisregistratie. De artikelen 7n, vierde en zesde lid, en 7r zijn van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge artikel 7t, eerste lid, kan een belanghebbende, indien hij gerede twijfel heeft omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek doen tot herstel van dat gegeven in de basisregistratie kadaster. De artikelen 7n, tweede tot en met vierde en zesde lid, en 7r zijn van overeenkomstige toepassing.

3. Op 12 april 2011 is door de landmeter van het Kadaster, A.W. Sprengers, een grensreconstructie uitgevoerd betreffende de uitzetting van de kadastrale grens gelegen tussen de percelen [locatie 1] en 6 te Monnickendam, met onderscheidenlijk perceelnummers 263 en 3376. De resultaten daarvan zijn neergelegd in het relaas van bevindingen gemeente Monnickendam, sectie A, archiefnummer 848 van 12 april 2011.

De grensreconstructie heeft geleid tot een besluit krachtens artikel 7s van de Kadasterwet tot herstel van de kadastrale grens in de BRK. [appellant] heeft daarop verzocht om dit herstel ongedaan te maken, hetgeen heeft geleid tot het besluit van 10 mei 2012. De Afdeling merkt dit besluit aan als genomen krachtens artikel 7t van de Kadasterwet.

3.1. Partijen zijn naar aanleiding van de zitting van de Afdeling op 26 maart 2014 overeengekomen een onafhankelijke deskundige in te schakelen, te weten W.G. Kamphorst (hierna: de deskundige), om de ligging van de (minuut)grens tussen de genoemde percelen opnieuw aan te wijzen. Met betrekking tot de kosten van de deskundige zijn partijen overeengekomen dat die in eerste instantie door beide partijen, ieder voor de helft, zullen worden gedragen. Bij ongelijk van een partij draagt deze uiteindelijk de volledige kosten en betaalt dus de andere partij zijn helft terug. Bij een genuanceerder oordeel treden partijen in nader overleg over de nadere kostenverdeling.

3.2. De bevindingen van de deskundige zijn neergelegd in het rapport "Relaas van bevindingen grensbepaling [locatie 1]/[locatie 2] te Monnickendam" van 1 juli 2014 (hierna: het rapport). In het rapport is weergegeven dat de tolerantie op de huidige digitale kadastrale kaart 40 cm bedraagt en die van de analoge minuutkaart minimaal 50 cm. In het rapport concludeert de deskundige onder meer dat de kadastrale grens 27 cm door de hoek van het nieuwe gebouw van de Gemeente Monnickendam loopt, waarbij voor een detail van de overbouw (spievorm) op de grond van [appellant] wordt verwezen naar de bijgevoegde zelfstandige kartering. Voorts wordt geconcludeerd dat de grensuitzetting van het eerste gedeelte vanaf het Noordeinde door A.W. Sprengers juist is aangegeven en dat het tweede gedeelte van de grensuitzetting niet geheel onlogisch en niet echt fout is. In ogenschouw wordt genomen dat het een minuutgrens betreft. Onvoldoende is echter onderbouwd hoe tot de grensuitzetting is gekomen.

3.3. [appellant] heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het rapport blijkt dat de grens tussen de beide percelen bij de grensreconstructie van 12 april 2011 niet juist is aangewezen. Volgens hem heeft de hoofdbewaarder het BRK ten onrechte aangepast, zodat hij moet worden veroordeeld in de kosten voor het inschakelen van de deskundige.

De hoofdbewaarder heeft zich op het standpunt gesteld dat de deskundige heeft geconcludeerd dat een gedeelte van de kadastrale grens juist is gereconstrueerd en dat hij voor een gedeelte tot een andere conclusie komt, maar dat die afwijking binnen de tolerantie van 40 cm - 50 cm valt. De deskundige heeft in het rapport geconcludeerd dat de grensreconstructie van 12 april 2011 niet onlogisch en niet fout is, aldus de hoofdbewaarder. Volgens hem is het daarom niet redelijk om hem te veroordelen in alle kosten van de deskundige.

3.4. Het geschil in hoger beroep beperkt zich tot de resultaten uit het rapport van de deskundige en in verband daarmee de rechtmatigheid van het besluit van 12 oktober 2012. Daarbij zijn partijen verdeeld over de vraag welke partij de kosten voor het inschakelen van de deskundige, al dan niet gedeeltelijk, dient te voldoen. Zij wensen dat de Afdeling ook deze vraag beantwoordt.

3.5. Vast staat dat de hoofdbewaarder ter zitting heeft toegezegd dat, indien de deskundige tot een andere grens tussen beide percelen zou komen dan het kadaster in de grensreconstructie van 12 april 2011, hij de weergave van deze kadastrale grens in het BRK zou aanpassen. In zijn brieven van 28 juli 2014 en 2 september 2014 heeft de hoofdbewaarder erkend hiertoe over te gaan. Dit betekent dat het herstel van het BRK, overeenkomstig het verzoek van [appellant] daartoe van 5 mei 2012, ongedaan zal worden gemaakt.

Voor het oordeel dat de grensreconstructie van 12 april 2011 onjuist was en dat de hoofdbewaarder ten onrechte bij besluit van 12 oktober 2012 zijn besluit van 10 mei 2012, waarbij het verzoek van [appellant] om het herstel van het BRK ongedaan te maken, is afgewezen, in stand heeft gelaten, bestaat geen grond. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de deskundige blijkens het rapport de grens die is uitgezet bij de grensreconstructie op 12 april 2011 gedeeltelijk juist acht en gedeeltelijk tot een andere conclusie komt. Het tweede gedeelte van de grens wijkt blijkens het rapport 27 cm af van de eerder aangewezen grens. Gelet op de omstandigheden dat in het rapport is weergegeven dat bij het reconstrueren van de minuutgrens een tolerantie van circa 50 cm dient te worden aangehouden, de geconstateerde afwijking van 27 cm daarbinnen valt en de deskundige heeft geconcludeerd dat de grensuitzetting niet geheel onlogisch en niet echt fout is, bestaat naar het oordeel van de Afdeling geen grond om het besluit van 12 oktober 2012 onrechtmatig te achten.

4. Gelet op het vorenstaande is de conclusie dat het hoger beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

6. Over de kosten voor het inschakelen van de deskundige, dat is voortgevloeid uit de behandeling ter zitting van de Afdeling, overweegt de Afdeling als volgt. Uit de door [appellant] overgelegde factuur van 31 juli 2014, met factuurnummer 201414, blijkt dat de deskundige W.G. Kamphorst een bedrag van € 1.978,35 in rekening heeft gebracht. Gelet op de bevinden van de deskundige, zoals die hiervoor onder 3.2 zijn weergegeven, is sprake van een genuanceerd oordeel over de juistheid van de grensreconstructie van 12 april 2011. Gelet op de afspraken die partijen hebben gemaakt met betrekking tot de kosten van de deskundige, waaronder dat zij in beginsel de kosten voor het inschakelen van een onafhankelijk deskundige ieder voor de helft zullen dragen, acht de Afdeling het billijk dat zowel [appellant] als de hoofdbewaarder de helft van de hiervoor genoemde kosten vergoedt. Daarbij acht de Afdeling het van belang dat het inschakelen van de deskundige heeft geresulteerd in het ongedaan maken van het herstel van het BRK, overeenkomstig het verzoek daartoe van [appellant].

De Afdeling zal het bij deze overwegingen laten. Gelet op het feit dat het hoger beroep ongegrond is en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd, is de Afdeling niet bevoegd partijen op te dragen de kosten van de deskundige geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Indien partijen over de vergoeding verdeeld blijven, zullen zij hun geschil daarover aan de burgerlijke rechter moeten voorleggen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. D.J.C. van den Broek en mr. J.W. van de Gronden, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J. van den Berg, griffier.

w.g. Slump w.g. Van den Berg

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2014

651.