Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:409

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-02-2014
Datum publicatie
12-02-2014
Zaaknummer
201302668/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 januari 2013 heeft het dagelijks bestuur, voor zover hier van belang, de Rubensstraat ter hoogte van nummer 86/88, locatie nummer 26-08, te Amsterdam, aangewezen als locatie voor een ondergrondse afvalcontainer voor huishoudelijk restafval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201302668/1/A4.

Datum uitspraak: 12 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellanten sub 1], thans hun [rechtsopvolger], wonend te Amsterdam,

2. [appellanten sub 2] (hierna tezamen

en in enkelvoud: [appellant sub 2]), wonend te Amsterdam,

appellanten,

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 januari 2013 heeft het dagelijks bestuur, voor zover hier van belang, de Rubensstraat ter hoogte van nummer 86/88, locatie nummer 26-08, te Amsterdam, aangewezen als locatie voor een ondergrondse afvalcontainer voor huishoudelijk restafval.

Tegen dit besluit hebben [appellanten sub 1], thans hun [rechtsopvolger], en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft verweerschriften ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 december 2013, waar [appellant sub 2], en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. A.J.A.P. Peters, G. Westerbos en C.E. Kooij, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Voor zover [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] betogen dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid, omdat zij pas bij het bestreden besluit ervan op de hoogte zijn gesteld dat na het indienen van hun zienswijzen de procedure vervolgd wordt bij de Afdeling, faalt hun betoog.

De term zienswijze, anders dan [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] veronderstellen, duidt niet op een informele procedure. Het bestreden besluit is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). In deze procedure bestaat ingevolge artikel 3:15 van de Awb de mogelijkheid voor belanghebbenden om een zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen, waarna een definitief besluit wordt genomen. Er bestaat geen wettelijke regel die ertoe verplicht om eerder dan bij de bekendmaking van het definitieve besluit te vermelden dat beroep tegen het definitieve besluit bij de Afdeling kan worden ingesteld.

2. Ingevolge artikel 10.23 van de Wet milieubeheer stelt de gemeenteraad in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast.

Ingevolge artikel 4, vierde lid, van de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Amsterdam, kan het college aanwijzen met behulp van welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of met behulp van welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

Ingevolge artikel 26, tweede lid, van de Verordening op de stadsdelen van de gemeente Amsterdam, draagt het college al zijn bevoegdheden over aan het dagelijks bestuur van de stadsdelen.

3. Het dagelijks bestuur hanteert bij het aanwijzen van een locatie voor een ondergrondse afvalcontainer het beleid zoals dat is vastgelegd in het Programma van Eisen ondergrondse restafvalinzameling gebied Oud-Zuid van 8 februari 2012. Hierin staat onder meer als uitgangspunt dat altijd binnen 75 m vanaf de woningen, met uitzonderingen tot maximaal 125 m, een ondergrondse afvalcontainer aanwezig is. Voorts hanteert het dagelijks bestuur de volgende locatiecriteria uit het Programma van Eisen:

• Inzamelvoertuigen moeten veilig kunnen stoppen om de containers te legen;

• Om verkeersoponthoud tijdens het legen van containers te vermijden worden er geen containers op hoeken van drukke verkeerskruisingen geplaatst. Om dezelfde reden worden er ook geen containers op of bij vluchtheuvels geplaatst;

• Containerlocaties moeten goed bereikbaar zijn voor voetgangers, minder validen en fietsers;

• De afstand tussen de container (rand van de container) en de gevel is minimaal 2 m;

• Bomen en groen worden zoveel mogelijk ontzien. Er worden in principe geen (monumentale) bomen gekapt;

• Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met omgeving/omwonenden.

4. De locatie voor de ondergrondse afvalcontainer is gesitueerd op de stoep voor de woningen aan de Rubensstraat 86 en 88. [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] zijn de bewoners van een benedenwoning aan de [locatie A] en [locatie B].

5. [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] betogen dat hun belangen niet voldoende zijn betrokken bij het bestreden besluit. [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] vrezen als gevolg van de aangewezen locatie voor de ondergrondse afvalcontainer geluids- en geuroverlast, overlast door zwerfvuil en inbreuk op hun privacy.

5.1. Wat betreft de door [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] gevreesde overlast, heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat de nieuwe containers worden voorzien van geluidsarme inwerpopeningen. De inwerptrommel wordt dubbelschalig uitgevoerd en sluit voldoende af.

Verder heeft het dagelijks bestuur te kennen gegeven dat de container, naast de reguliere schoonmaak van de ruimte rondom de inwerpzuil en de zuil zelf, vier keer per jaar van binnen en buiten wordt gereinigd. Wat betreft de vrees voor zwerfafval en ander afval dat niet in de containers past, heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat dit ontstaat als een container vol is en afval wordt bijgeplaatst. De aangewezen locatie past volgens het dagelijks bestuur in een sluitend netwerk, waarbij elke locatie is berekend op het aanbod van het afval uit de omgeving en de container zal om die reden niet snel vol raken. Uit het Programma van Eisen volgt bovendien dat een zogenoemde perscontainer, het soort container dat op de aangewezen locatie wordt geplaatst, is uitgerust met een datacommunicatiesysteem. Als de container 75% vol is of als er een storing is wordt automatisch een melding gegeven aan de werf van de afvalinzameling zodat direct actie kan wordt ondernomen. Verder merkt het dagelijks bestuur op dat het stadsdeel is gestart met het Impulsproject Schoon Zuid om zwerfafval en ongewenste bijplaatsingen aan te pakken. Voor zover omwonenden toch ander afval naast de containers plaatsen, kan het dagelijks bestuur hiertegen handhavend optreden.

Over de door [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] gevreesde inbreuk op hun privacy, heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat deze beperkt is nu de aangewezen locatie voldoet aan de in acht te nemen afstand van 2 m tussen de rand van de container en de gevel, zoals vermeld in de locatiecriteria van het Programma van Eisen. Voorts heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat de omvang van het bovengrondse deel van de container niet zodanig is dat het uitzicht van de woningen verminderd wordt. Ten slotte is niet te verwachten dat het aantal personen dat afvalzakken wegbrengt - er lopen nu ook al personen met afvalzakken langs de woningen van [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] - dusdanig groot is dat dit reeds daarom tot een inbreuk op hun privacy zou leiden, aldus het dagelijks bestuur.

5.2. In hetgeen [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het dagelijks bestuur hun belangen niet voldoende heeft betrokken bij het bestreden besluit. Gelet op de motivering in overweging 5.1, heeft het dagelijks bestuur zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] gevreesde overlast en inbreuk op hun privacy als gevolg van het bestreden besluit beperkt is. In zoverre bestaat dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het dagelijks bestuur deze locatie niet had mogen aanwijzen als een locatie voor een ondergrondse container.

De beroepsgrond faalt.

6. [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] betogen voorts dat de bij het bestreden besluit aangewezen locatie voor de ondergrondse afvalcontainer niet geschikt is. [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] voeren hiertoe aan dat aan hun zijde van de Rubensstraat reeds fietsenrekken en ander straatmeubilair op de stoep aanwezig zijn. [rechtsopvolger] wijst er ook op dat door de aanwezigheid van een put de container niet op de aangewezen locatie gerealiseerd kan worden. [appellant sub 2] verwijst verder naar p. 33 van het rapport Beheer inzamelmiddelen van de Koninklijke Vereniging voor afval- en Reinigingsmanagement (hierna: het rapport), waarin staat vermeld dat containers nooit bij een deur, raam of onder een raam van een woonhuis of bedrijf geplaatst mogen worden.

6.1. In hetgeen [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] aanvoeren over de fietsenrekken en de put, heeft het dagelijks bestuur terecht geen aanleiding gezien om te oordelen dat de locatie niet aan de locatiecriteria voldoet. Wat betreft de fietsenrekken en ander straatmeubilair is niet aannemelijk gemaakt dat de ondergrondse container daardoor niet goed bereikbaar wordt. Het dagelijks bestuur heeft verder toegelicht dat de put een zogenoemde afwaterkolk is, die verplaatst zal worden, zodat deze naast de aangewezen locatie komt te liggen. De ondergrondse container is voorts afgesloten, zodat niet aannemelijk is dat, zoals [rechtsopvolger] vreest, de afwaterkolk voor overlast door ongedierte zorgt.

Voor zover [appellant sub 2] verwijst naar het rapport, overweegt de Afdeling dat er geen rechtsregel bestaat op grond waarvan het dagelijks bestuur hiermee rekening had moeten houden, zodat het dagelijks bestuur daaraan niet hoefde te toetsen.

Gelet op het voorgaande, bestaat in hetgeen [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] hebben aangevoerd, geen grond voor het oordeel dat het dagelijks bestuur zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bij het bestreden besluit aangewezen locatie geschikt is.

De beroepsgrond faalt.

7. [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] betogen dat er een zestal alternatieve locaties is, die geschikter zijn voor de plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer dan de aangewezen locatie.

7.1. De voorgestelde alternatieve locatie aan het plantsoen in de Valezquezstraat is volgens het dagelijks bestuur in elk geval niet geschikter, nu deze straat ter hoogte van het plantsoen te smal is voor het inzamelvoertuig om doorheen te rijden en de containers te legen. Voor het inzamelvoertuig kan dan niet aan de locatiecriteria worden voldaan, aldus het dagelijks bestuur. Ook kan bij dit alternatief volgens het dagelijks bestuur niet worden uitgesloten dat het plantsoen moet worden verkleind, terwijl volgens één van de locatiecriteria groen zoveel mogelijk dient te worden ontzien.

Wat betreft het alternatief op één van de hoeken van de Rubensstraat met de Valezquezstraat, heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat het profiel van de bochten voor dit alternatief anders ingericht moet worden en dat bij deze locatie de container ook voor de ramen van een woning komt te liggen.

Verder is het alternatief aan de Rubensstraat met de oneven nummers volgens het dagelijks bestuur niet geschikter dan de aangewezen locatie aan de straatkant met de even nummers. Aan deze laatstgenoemde straatkant bevinden zich appartementen, aan de zijde met de oneven nummers eengezinswoningen. Het aanbod van afval van de straatkant met appartementen, waar meer mensen wonen, is volgens het dagelijks bestuur hoger dan het afval afkomstig van de eengezinswoningen. Dat is doorslaggevend geweest om de zijde met de even nummers aan te wijzen als locatie, aldus het dagelijks bestuur.

Wat betreft de overige drie voorgestelde alternatieve locaties, is niet in geschil dat niet aan de loopafstand van 75 m wordt voldaan, die het dagelijks bestuur als uitgangspunt hanteert. Volgens het dagelijks bestuur is een grotere loopafstand niet wenselijk en wordt niet gemakkelijk afgeweken van de loopafstand van 75 m. De reden hiervoor is dat afwijking van deze loopafstand ertoe leidt dat er geen optimale verdeling meer is van het netwerk van containers, waardoor een onevenredige capaciteitsverdeling voor het afvalaanbod ontstaat. Als gevolg hiervan zullen bepaalde containers sneller vol raken en bestaat een grotere kans op zwerfafval bij die containers. Het dagelijks bestuur heeft ter zitting nader toegelicht dat een uitzondering van de loopafstand van 75 m tot 125 m toelaatbaar is wanneer de plaatsingsmogelijkheid van de ondergrondse containers fysiek beperkt is. In dit geval is niet gebleken dat de plaatsingsmogelijkheid op de aangewezen locatie fysiek beperkt is, aldus het dagelijks bestuur.

7.2. Gelet op voorgaande motivering, heeft het dagelijks bestuur zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door [rechtsopvolger] en [appellant sub 2] voorgestelde alternatieve locaties niet geschikter zijn dan de bij het bestreden besluit aangewezen locatie. De stelling van [appellant sub 2] ter zitting dat er thans een stopverbod geldt aan een zijde van de Valezquezstraat, waardoor in de Valezquezstraat voldoende ruimte ontstaat voor een container en het legen daarvan door een inzamelvoertuig, leidt niet tot een ander oordeel. Dit stopverbod betreft een omstandigheid die zich na het nemen van het bestreden besluit heeft voorgedaan, waarmee het dagelijks bestuur bij het bestreden besluit geen rekening heeft kunnen houden. Dit laat onverlet dat het het dagelijks bestuur vrij staat dit alternatief alsnog te onderzoeken.

De beroepsgrond faalt.

8. De beroepen zijn ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van staat.

w.g. Timmerman-Buck w.g. Van Roessel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2014

457-764.