Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3951

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-11-2014
Datum publicatie
05-11-2014
Zaaknummer
201400357/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 14 maart 2013 en 19 maart 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen € 24.130,00 en € 3.291,00 aan voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010 van [appellante] teruggevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201400357/1/A2.

Datum uitspraak: 5 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 31 december 2013 in zaak nr. 13/6453 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluiten van 14 maart 2013 en 19 maart 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen € 24.130,00 en € 3.291,00 aan voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010 van [appellante] teruggevorderd.

Bij besluit van 5 augustus 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] tegen voormelde besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 31 december 2013 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De Belastingdienst/Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 september 2014, waar [appellante], bijgestaan door mr. M.H. Samama, advocaat te Den Haag, en de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door mr. drs. J.H.E. van der Meer, werkzaam bij de Belastingdienst/Toeslagen, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 1a, eerste lid, van de Wet kinderopvang (vanaf 1 augustus 2010: artikel 1.1a, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; hierna beide te noemen: Wko) is op de Wko de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir), met uitzondering van artikel 5 van toepassing.

Ingevolge artikel 14, eerste lid, van de Awir, wordt een tegemoetkoming op aanvraag toegekend door de Belastingdienst/Toeslagen.

Ingevolge artikel 16, eerste lid, verleent de Belastingdienst/Toeslagen, indien de tegemoetkoming naar verwachting niet binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag zal worden toegekend, de belanghebbende een voorschot tot het bedrag waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Ingevolge het vierde lid kan de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot herzien.

Ingevolge het vijfde lid kan een herziening van het voorschot leiden tot een terug te vorderen bedrag.

Ingevolge artikel 25, eerste lid, geschiedt uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming door de Belastingdienst/Toeslagen door middel van een bijschrijving op een ten name van de belanghebbende of diens partner bestaande bankrekening, tenzij daartoe door de belanghebbende een andere rekening is aangewezen.

Ingevolge artikel 26 is de belanghebbende het bedrag van de terugvordering in zijn geheel verschuldigd indien een herziening van een voorschot leidt tot een terug te vorderen bedrag.

2. Op naam van [appellante] is op 23 februari 2010 een digitale aanvraag kinderopvangtoeslag ingediend voor 2010. Hierin staat het inkomen van [appellante] van € 1.500,00 en dat van haar toeslagpartner van € 19.500,00 vermeld en is het kindercentrum Pollewop opgenomen.

Bij besluit van 10 maart 2010 is over dat jaar een voorschot kinderopvangtoeslag verleend van € 11.416,00.

Op naam van [appellante] is op 30 mei 2010 een digitale wijziging van de gegevens met ingang van 1 juli 2010 ingediend, waarin dezelfde inkomensgegevens van [appellante] en haar toeslagpartner en een ander kindercentrum, te weten Kids Villa, met het bankrekeningnummer hiervan, zijn vermeld.

Bij besluit van 26 juni 2010 is het voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 herzien en vastgesteld op € 19.152.

Op naam van [appellante] is op 25 oktober 2010 een digitale wijziging van de gegevens met ingang van 1 januari 2010 ingediend, waarin als inkomen van [appellante] € 8.563,00 is vermeld, geen toeslagpartner is opgegeven, en het gastouderbureau Fullinck en een ander bankrekeningnummer zijn vermeld.

Bij besluit van 20 januari 2011 is het voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 herzien en vastgesteld op € 41.268,00.

Bij besluit van 12 maart 2013 is dit voorschot herzien en vastgesteld op € 17.138,00.

Bij besluit van 15 maart 2013 is dit voorschot herzien en vastgesteld op € 13.847,00.

Bij besluiten van 14 en 19 maart 2013 zijn bedragen van € 24.130,00 en € 3.291,00 aan ten onrechte betaalde voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010 van [appellante] teruggevorderd.

3. De Belastingdienst/Toeslagen heeft in beroep gesteld dat het besluit van 15 maart 2013 nog in het voordeel van [appellante] zal worden gewijzigd, omdat bij de berekening het kindercentrum Kids Villa abusievelijk als gastouderopvang is aangemerkt en de dagopvang bij het kindercentrum Pollewop abusievelijk als buitenschoolse opvang, en voor die opvangsoorten een andere uurprijs geldt. Dit is niet in geschil. Partijen zijn verdeeld over de besluiten van 14 en 19 maart 2013, in die zin dat [appellante] de terugvordering bij haar van een voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 van € 22.116,00 betwist. Dit bedrag heeft de Belastingdienst/Toeslagen op 10 januari 2011, naar aanleiding van voormelde wijziging van 25 oktober 2010 (hierna ook: de wijziging), overgemaakt op de bankrekening van Kids Villa.

4. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat haar betoog, dat de Belastingdienst/Toeslagen het bedrag van € 22.116,00 zonder verificatie bij haar heeft uitbetaald aan Kids Villa, geen doel treft. [appellante] voert hiertoe aan dat de wijziging niet van haar afkomstig was en zo ongerijmd was, gelet ook op de hoogte van het opgegeven jaarinkomen, dat de Belastingdienst/Toeslagen de gegevens bij haar had moeten controleren. Volgens [appellante] komt het niet voor haar rekening en risico dat de Belastingdienst/Toeslagen dit heeft nagelaten en een voorschot van € 22.116,00 heeft overgemaakt op het bankrekeningnummer van Kids Villa, een ander rekeningnummer dan in de wijziging is vermeld.

4.1. De wijziging is digitaal ingediend. Voor het indienen daarvan is vereist dat deze door de aanvrager met zijn DigiD wordt ondertekend. DigiD is een persoonlijke inlogcode, voorzien van een wachtwoord, waarmee een persoon zich kan identificeren op websites van de overheid. Nu de wijziging op naam van [appellante] is gedaan en is ondertekend met haar DigiD, moet het ervoor worden gehouden dat deze door haar is ingediend, of dat de wijziging is ingediend door iemand aan wie zij haar DigiD ter beschikking heeft gesteld. In dat laatste geval is de wijziging aan [appellante] toe te rekenen. De gebruikersnaam en het wachtwoord voor de DigiD zijn immers strikt persoonlijk. Dat in zijn algemeenheid fraudegevallen met de DigiD-code bekend zijn, betekent voorts niet dat de Belastingdienst/Toeslagen in dit specifieke geval aan de juistheid van de wijziging hoefde te twijfelen. Ook de, door [appellante] ter zitting gestelde, omstandigheid dat zij door toedoen van haar voormalige partner een map is kwijtgeraakt en zij niet weet of haar DigiD hierin was vermeld, ligt in de risicosfeer van [appellante] en biedt geen grond voor het oordeel dat de wijziging [appellante] niet valt toe te rekenen.

4.2. Het voorgaande laat onverlet dat [appellante] terecht aanvoert dat de Belastingdienst/Toeslagen bij haar had moeten verifiëren op welke bankrekening het voorschot van € 22.116,00 moest worden uitbetaald. Uit artikel 25, eerste lid, van de Awir volgt dat uitbetaling van een voorschot of tegemoetkoming geschiedt op een ten name van de belanghebbende of diens partner bestaande bankrekening, tenzij daartoe door de belanghebbende een andere rekening is aangewezen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft in het verweerschrift gesteld dat het gastouderbureau Fullinck, vermeld in de wijziging, sinds medio 2010 niet meer was geregistreerd en dit voor hem de aanleiding was om het voorschot van € 22.116,00 niet te storten op de in de wijziging vermelde bankrekening van dat gastouderbureau, maar op de bankrekening van Kids Villa, dat al eerder bij de Belastingdienst/Toeslagen bekend was. De Belastingdienst/Toeslagen heeft aldus, in weerwil van het bepaalde in artikel 25, eerste lid, van de Awir, het voorschot op een andere bankrekening gestort dan in de wijziging was aangewezen. Reeds omdat de Belastingdienst/Toeslagen dit uit eigener beweging en zonder verificatie bij [appellante] heeft gedaan, kan [appellante] worden gevolgd in haar betoog dat deze uitbetaling niet voor haar rekening en risico is en dat de Belastingdienst/Toeslagen het bedrag van € 22.116,00 ten onrechte bij haar heeft teruggevorderd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [appellante] ter zitting onweersproken heeft gesteld dat Kids Villa niet reageert op haar verzoeken dit bedrag aan haar te voldoen. Voorts is van belang dat [appellante], anders dan de rechtbank heeft overwogen, de uitbetaling van dit bedrag aan Kids Villa niet kon voorkomen door op te komen tegen het besluit van 20 januari 2011, waarin het bankrekeningnummer van Kids Villa is vermeld waarop dit bedrag zou worden overgemaakt. Zoals [appellante] terecht ter zitting heeft aangevoerd, was het voorschot van € 22.116,00 op 10 januari 2011, dus reeds voor dit besluit, overgemaakt op de bankrekening van Kids Villa. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [appellante] bij de rechtbank ingestelde beroep tegen het besluit van 5 augustus 2013 alsnog gegrond verklaren. Dat besluit komt wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht gelezen in samenhang met artikel 25, eerste lid, van de Awir voor vernietiging in aanmerking. De Belastingdienst/Toeslagen dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. De Afdeling zal de Belastingdienst/Toeslagen een termijn stellen voor het nemen van het nieuwe besluit op bezwaar.

6. De Belastingdienst/Toeslagen dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 31 december 2013 in zaak nr. 13/6453;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 5 augustus 2013, kenmerk BOB KO BT12;

V. draagt de Belastingdienst/Toeslagen op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit op bezwaar te nemen en dit aan [appellante] toe te zenden;

VI. veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.948,00 (zegge: negentienhonderdachtenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. gelast dat de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 399,00 (zegge: driehonderdnegenennegentig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. de Vlieger-Mandour, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. De Vlieger-Mandour

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2014

615.