Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3936

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-11-2014
Datum publicatie
05-11-2014
Zaaknummer
201311014/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 november 2013 heeft het college het wijzigingsplan "'t Achterom 5 - 5a" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201311014/1/R3.

Datum uitspraak: 5 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Ecologisch Kennis Centrum B.V." gevestigd te Sint-Oedenrode, en anderen,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 november 2013 heeft het college het wijzigingsplan "'t Achterom 5 - 5a" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben het Ecologisch Kennis Centrum en anderen beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het Ecologisch Kennis Centrum en anderen en [belanghebbende] hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 juli 2014, waar het college, vertegenwoordigd door J.G.C. Meijkamp, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend.

Er zijn nog stukken ontvangen van het Ecologisch Kennis Centrum en anderen en van [belanghebbende].

De Afdeling heeft de zaak verder behandeld ter zitting op 20 oktober 2014. Partijen zijn daar niet verschenen.

Overwegingen

1. Het wijzigingsplan voorziet in de toekenning van de aanduiding "twee-aaneen" aan het plandeel met de bestemming "Wonen" ter plaatse van het perceel 't Achterom 5 en 5a te Sint-Oedenrode.

2. De Afdeling overweegt dat een deel van de door Ecologisch Kennis Centrum en anderen ingediende nadere stukken is ingediend mede namens [appellante a] Deze rechtspersoon heeft evenwel geen beroep ingesteld tegen het besluit van 12 november 2013. De Afdeling laat dan ook de nadere stukken buiten beschouwing voor zover ze zijn ingediend door deze rechtspersoon.

3. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef, en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt een beroepschrift ondertekend en bevat het de gronden van het beroep.

Ingevolge artikel 8:24, eerste lid, kunnen partijen zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Ingevolge het tweede lid kan de bestuursrechter van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

3.1. Het beroep van het Ecologisch Kennis Centrum en anderen is mede ingesteld door de politieke partij vereniging "De Groenen", afdeling Sint-Oedenrode. [appellant b] heeft namens deze politieke partij het beroepschrift ondertekend. [appellant b] heeft hiertoe geen ondertekende machtiging of andere stukken waaruit de gestelde vertegenwoordiging blijkt, overgelegd. De Afdeling heeft het onderzoek heropend ten einde [appellant b] in de gelegenheid te stellen dit verzuim te herstellen. Bij brief van 1 september 2014 heeft [appellant b] een machtiging van "De Groenen" overgelegd tot plaatsing van de aanduiding "De Groenen" boven een kandidatenlijst voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Sint-Oedenrode op 3 maart 2010. Naar het oordeel van de Afdeling kan deze machtiging niet worden aangemerkt tot het machtigen van [appellant b], dan wel andere personen op de kandidatenlijst, om namens "De Groenen" beroep in te stellen tegen het bestreden besluit.

Gelet hierop moet er van worden uitgegaan dat [appellant b] niet gemachtigd was om namens politieke partij "De Groenen" beroep in te stellen tegen het bestreden besluit. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk voor zover dit is ingesteld door politieke partij "De Groenen", afdeling Sint-Oedenrode.

4. Het beroep is onder andere ingesteld door [appellant b] en diens [echtgenote]. [belanghebbende] heeft gesteld dat zij geen procesbelang meer hebben. Daartoe heeft hij een kennisgeving van een veilingswebsite overgelegd waarop staat dat op 1 oktober 2014 de woonboerderij van [appellant b], die staat op het naast het plangebied gelegen perceel [locatie], zal worden geveild.

De Afdeling overweegt dat de enkele aankondiging van een openbare veiling van de woning van een deel van de appellanten onvoldoende is om aan te nemen dat geen van de appellanten meer belang heeft bij een uitspraak op het beroep. De Afdeling ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

5. Het Ecologisch Kennis Centrum en anderen voeren aan dat het college opzettelijk [appellant b] en [echtgenote] niet heeft vermeld als mede-indieners van hun zienswijze tegen het ontwerp van het plan. Zij wijzen er op dat deze personen belanghebbenden bij het wijzigingsplan zijn. Nu deze personen niet zijn vermeld in de nota van zienswijzen als indieners van de zienswijze, is het college volgens hem in het geheel niet ingegaan op de zienswijze van deze personen. Verder verwijzen het Ecologisch Kennis Centrum en anderen naar hun zienswijze tegen het ontwerp en naar een strafaangifte tegen hoofdofficier van justitie mr. G.W. van der Burg.

5.1. Het Ecologisch Kennis Centrum en anderen hebben bij brief van 28 juli 2013 hun zienswijze over het ontwerp van het besluit naar voren gebracht. In de nota van zienswijzen staat dat de zienswijze is ingediend door "[appellant b], namens [bedrijf]., Ecologisch Kennis Centrum B.V., Camping en Pensionstal "Dommeldal" en Politieke Partij "De Groenen", afdeling Sint-Oedenrode."

Het college is in de nota van zienswijzen ingegaan op voormelde zienswijze. Dat [appellant b] en [echtgenote] in de nota van zienswijzen niet zijn vermeld als mede-indieners van de zienswijze maakt niet dat het college niet is ingegaan op de mede namens die personen ingediende zienswijze. De zienswijze omvat immers één brief, die [appellant b] en [echtgenote] samen met [bedrijf]., Ecologisch Kennis Centrum, Camping en Pensionstal "Dommeldal" en "De Groenen", afdeling Sint-Oedenrode, hebben ingediend. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen of ondeugdelijk is gemotiveerd.

5.2. Voor het overige hebben het Ecologisch Kennis Centrum en anderen verwezen naar de zienswijze van 28 juli 2013. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. Het Ecologisch Kennis Centrum en anderen hebben in het beroepschrift geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Voor zover het Ecologisch Kennis Centrum en anderen voor hun gronden verwijzen naar de strafaangifte, overweegt de Afdeling dat hierin geen beroepsgronden zijn vermeld die betrekking hebben op het aan de orde zijnde wijzigingsplan. In de nadere stukken zijn voorts geen argumenten naar voren gebracht die nopen tot het oordeel dat het aan de orde zijnde wijzigingsplan in strijd met de wet of een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. Het betoog faalt.

5.3. Voor zover het Ecologisch Kennis Centrum en anderen de Afdeling hebben verzocht aan het Belgisch Grondwettelijk Hof te verzoeken om alle na de Tweede Wereldoorlog gesloten verdagen alsnog te laten toetsen aan de Belgische Grondwet, overweegt de Afdeling dat dit buiten het kader van het voorliggende geschil valt.

6. Het beroep, voor zover ontvankelijk, is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is ingesteld door politieke partij vereniging "De Groenen", afdeling Sint-Oedenrode;

II. verklaart het beroep, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, griffier.

w.g. Kranenburg w.g. Van Helvoort

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2014

361.