Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3913

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-11-2014
Datum publicatie
05-11-2014
Zaaknummer
201303616/3/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 juni 2011 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de stichting om subsidie afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201303616/3/A2.

Datum uitspraak: 5 november 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting Kasteel Heeze, gevestigd te Heeze, gemeente Heeze-Leende,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 8 maart 2013 in zaak nr. 12/22 in het geding tussen:

de stichting

en

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, thans de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Procesverloop

Bij besluit van 28 juni 2011 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de stichting om subsidie afgewezen.

Bij besluit van 24 november 2011 heeft de staatssecretaris het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 maart 2013 heeft de rechtbank het door de stichting daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de stichting hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De stichting heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 november 2013, waar de stichting, vertegenwoordigd door mr. drs. H. Nijman, advocaat te ‘s-Hertogenbosch, vergezeld van de [secretaris van de stichting], en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. E.H. Visser en A. Schut, beiden werkzaam bij het ministerie, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 12 februari 2014, nr. 201303616/1/A2), heeft de Afdeling de minister opgedragen om binnen drie maanden na verzending van deze uitspraak, met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 24 november 2011 te herstellen door een nieuw besluit te nemen en dit aan de stichting en de Afdeling toe te zenden. Deze uitspraak ik aangehecht

Bij beschikking van 22 april 2014 in zaak nr. 201303616/2/A2 heeft de Afdeling de termijn verlengd tot 12 augustus 2014.

Bij besluit van 4 augustus 2014 heeft de minister het door de stichting gemaakte bezwaar gegrond verklaard en haar subsidie ten bedrage van € 498.454,00 verleend. Bij besluit van 23 september 2014 heeft de minister het besluit van 4 augustus 2014 gedeeltelijk gewijzigd en voor het overige gehandhaafd.

De stichting heeft een zienswijze ingediend.

De Afdeling heeft bepaald dat een tweede onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de stichting in bezwaar de hoogte van enkele begrotingsposten in haar subsidieaanvraag nader heeft toegelicht en daartoe nadere informatie heeft verstrekt. De door de minister gehanteerde procedure ter voorbereiding van de subsidiebesluiten verzet zich er niet tegen dat deze informatie bij de heroverweging in bezwaar wordt betrokken. De minister heeft daarom ten onrechte bij het besluit op bezwaar van 24 november 2011 de na het indienen van de aanvraag overgelegde informatie buiten beschouwing gelaten.

2. Het hoger beroep is gezien de tussenuitspraak gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, het beroep van de stichting bij de rechtbank gegrond verklaren en het besluit van de minister van 24 november 2011 wegens strijd met artikel 7:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vernietigen. De minister dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. De stichting heeft in haar zienswijze te kennen gegeven dat de minister met de nieuwe beslissing op bezwaar van 4 augustus 2014, zoals deze is gewijzigd bij het besluit van 23 september 2014, genoegzaam aan haar beroep tegemoet is gekomen en het beroep daarom geen verdere behandeling behoeft. Gelet hierop moet het van rechtswege ontstane beroep van de stichting tegen het nieuwe besluit op bezwaar geacht worden te zijn ingetrokken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 8 maart 2013 in zaak nr. 12/22;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, thans de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 november 2011, kenmerk DUO/OND-2011/75933M;

V. veroordeelt de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tot vergoeding van bij de stichting Stichting Kasteel Heeze in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.948,00 (zegge: negentienhonderdachtenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de stichting Stichting Kasteel Heeze het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 780,00 (zegge: zevenhonderdtachtig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. J. Kramer en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Oranje

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2014

507.