Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3854

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-10-2014
Datum publicatie
29-10-2014
Zaaknummer
201401837/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 december 2013 heeft de raad onder meer het bestemmingsplan "Partiële herziening Uiterweg-Plasoevers 2005 e.o." (hierna: de partiële herziening) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201401837/1/R1.

Datum uitspraak: 29 oktober 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], handelend onder de naam Jachthaven "De Vlet", wonend te [woonplaats], gemeente Aalsmeer,

appellant,

en

de raad van de gemeente Aalsmeer,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2013 heeft de raad onder meer het bestemmingsplan "Partiële herziening Uiterweg-Plasoevers 2005 e.o." (hierna: de partiële herziening) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 augustus 2014, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door drs. E. van der Klis, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan is een partiële herziening van het bestemmingsplan "Uiterweg-Plasoevers 2005" en betreft een wijziging van enkele planvoorschriften, in zoverre dat het plan niet meer voorziet in ligplaatsen voor woonschepen. Een planologische regeling voor woonschepen is vastgelegd in het thematische bestemmingsplan "Woonarken", dat eveneens is vastgesteld bij het bestreden besluit, en dat ziet op alle gemeentelijke woonschepen. Met de partiële herziening wordt, overeenkomstig het gemeentelijke beleid, beoogd de komst van nieuwe woonschepen binnen de gemeente Aalsmeer uit te sluiten.

3. De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant], dat de woning op het perceel [locatie] ten onrechte niet als zodanig is bestemd in de partiële herziening, als een bezwaar gericht tegen de begrenzing van het bestemmingsplan. De begrenzing van een bestemmingsplan betreft een separaat besluitonderdeel. Het betoog gericht tegen dit besluitonderdeel steunt echter niet op een bij de raad naar voren gebrachte zienswijze.

3.1. Ingevolge artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan door een belanghebbende geen beroep worden ingesteld tegen onderdelen van het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarover hij bij het ontwerpplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten. Deze omstandigheid doet zich niet voor. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk.

4. [appellant] kan zich niet verenigen met artikel 1, aanhef en onder 4 en 5, van de planregels, aangezien als gevolg van deze regelingen geen ligplaatsen voor woonschepen op zijn perceel Herenweg 66A mogen worden gerealiseerd. [appellant] voert hiertoe aan dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de bestemming "Zonering luchthaven Schiphol" aan de realisatie van nieuwe ligplaatsen in de weg staat, omdat elders aan de Herenweg ook nieuwe woonfuncties zijn toegestaan.

4.1. Ingevolge artikel 1 van de planregels, worden in de voorschriften van het bestemmingsplan "Uiterweg-Plasoevers 2005", vastgesteld op 7 december 2006 door de raad van de gemeente Aalsmeer, de volgende voorschriften geschrapt:

[…]

4. artikel 13.1, onder k,

toegevoegd wordt: voorzieningen ten behoeve van woonarken voor niet-permanente bewoning en woonarken voor permanente bewoning.

5. artikel 13, lid 13.3.2;

[…].

4.2. Aan de gronden achter de woning Herenweg 66A zijn in het bestemmingsplan "Uiterweg-Plasoevers 2005" de bestemmingen "Jachthaven I" en "Zonering luchthaven Schiphol" toegekend. Het perceel ligt binnen zone 4 zoals aangegeven op de kaart in bijlage 3B bij het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.

Ingevolge artikel 13, lid 13.1, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Uiterweg-Plasoevers 2005" zijn de op de plankaart voor "Jachthaven I" aangewezen gronden bestemd voor:

a. steigers voor pleziervaartuigen;

b. sanitaire voorzieningen;

c. een constructie en/of reparatiewerkplaats voor boten, met een maximale milieucategorie 3 van de bij deze voorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, niet zijnde inrichtingen zoals vermeld in artikel 2.4. van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer;

d. jachtmakelaardij;

e. een kantoor, ter ondersteuning van de jachthavenactiviteiten;

f. detailhandel in watersportartikelen, met een maximum oppervlak van 150 m² bedrijfsvloeroppervlak per jachthaven;

g. horeca;

h. botenopslagloods;

i. buitenopslag voor boten;

j. water, behorende bij jachthaven;

k. ligplaatsen voor woonschepen voor permanente bewoning en niet-permanente bewoning, met dien verstande dat het aantal woonschepen voor permanente bewoning, in de gemeente Aalsmeer, niet meer mag bedragen dan 204 en het aantal woonschepen voor niet-permanente bewoning, in de gemeente Aalsmeer, niet meer mag bedragen dan 167 en mits het aantal ligplaatsen binnen de bestemming "Zonering luchthaven Schiphol" niet toeneemt. Woonschepen mogen niet aan de koppen van eilanden of percelen worden gesitueerd;

Ingevolge lid 13.3.2 gelden de navolgende bouwvoorschriften:

a. nieuwe ligplaatsen voor woonschepen mogen uitsluitend worden gerealiseerd, indien gelegen buiten de bestemming "Zonering luchthaven Schiphol".

b. bijgebouwen ten behoeve van woonschepen dienen te voldoen aan de navolgende bepalingen:

1. de afstand tot een schip dient minimaal 5 m te bedragen;

2. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 40 m²;

3. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m respectievelijk 4,5 m;

4. de grondoppervlakte van het betreffende erf mag voor niet meer dan 30% worden bebouwd;

5. de gebouwen dienen landschappelijk te worden ingepast.

Ingevolge artikel 34, lid 34.1, onder a, zijn binnen het op de plankaart voor "Zonering luchthaven Schiphol" aangewezen gebied geen nieuwe gevoelige objecten toegestaan.

Ingevolge dit lid, onder b, zijn in afwijking van het bepaalde onder a gevoelige objecten toegestaan voor zover aangegeven in lid 34.2.

Ingevolge lid 34.2 zijn in de op de plankaart aangegeven zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol uitsluitend de navolgende gevoelige objecten toegestaan:

a. woningen en aan-, uit- en bijgebouwen welke ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan aanwezig zijn en rechtmatig worden bewoond;

b. overige gevoelige objecten welke ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan rechtmatig aanwezig zijn;

c. bedrijfsbebouwing.

4.3. Op grond van de partiële herziening is het gebruik van de gronden van het perceel van [appellant] als ligplaats voor woonschepen niet toegestaan. In de nota zienswijzen staat dat op het perceel van [appellant] op dit moment geen woonschepen voor permanente bewoning of recreatiedoeleinden zijn afgemeerd. Ter zitting heeft [appellant] dit bevestigd. Derhalve is geen sprake van bestaand gebruik dat niet als zodanig is bestemd. Het bestemmingsplan "Uiterweg-Plasoevers 2005" stond de realisatie van nieuwe ligplaatsen voor woonschepen voorts niet toe, aangezien de bestemming "Zonering luchthaven Schiphol" hieraan in de weg stond. Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid meer gewicht kunnen toekennen aan zijn beleidsuitgangspunt om geen nieuwe woonschepen toe te staan dan aan het belang van [appellant] bij de planologische mogelijkheid tot het kunnen realiseren van een nieuwe ligplaats voor woonschepen. Het betoog faalt.

4.4. Over de door [appellant] gemaakte vergelijking met toegestane woonfuncties elders aan de Herenweg, wordt overwogen dat deze situaties niet verschillen van de aan de orde zijnde situatie omdat de partiële herziening betrekking heeft op al deze percelen en, voor zover relevant in deze procedure, dientengevolge geen sprake is van een andere planologische regeling. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de partiële herziening in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het betoog faalt.

5. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van het perceel van [appellant] betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan. Het betoog faalt.

6. De betogen van [appellant] die zien op het aantal woonschepen, het onder het overgangsrecht brengen van bestaand legaal gebruik van een schuur als recreatiewoning en van botenhuizen en het al dan niet exploiteren van een jachthaven hebben geen betrekking op aspecten die in het plan worden geregeld, zodat deze buiten de omvang van het geding vallen.

Gelet op het voorgaande kunnen deze beroepsgronden in deze procedure niet aan de orde komen.

7. Het beroep is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk, voor zover gericht tegen de begrenzing van het bestemmingsplan;

II. verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, griffier.

w.g. Helder w.g. Schaaf

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2014

523-667.