Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3805

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-10-2014
Datum publicatie
22-10-2014
Zaaknummer
201401471/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 oktober 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Warmond 2009, 2e herziening" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201401471/1/R4.

Datum uitspraak: 22 oktober 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [plaats], en anderen (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellante]),

en

de raad van de gemeente Teylingen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 31 oktober 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Kom Warmond 2009, 2e herziening" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 september 2014, waar [appellante], bij monde van [gemachtigden], bijgestaan door mr. F.P. van Galen, advocaat te Leiden, en de raad, vertegenwoordigd door R. van der Geest en mr. R.W.I. Rietveld, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Procedurele grond

2. [appellante] betoogt dat het bestreden plandeel geen onderdeel was van het ontwerpplan, zodat haar in zoverre ten onrechte de mogelijkheid is onthouden van het naar voren brengen van een zienswijze.

2.1. De raad kan bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Slechts indien de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zo groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, dient de wettelijke procedure opnieuw te worden doorlopen.

Vast staat dat het bestreden plandeel geen onderdeel was van het ontwerpplan. Gelet op de omstandigheid dat dit plan een herziening betreft en gelet op de beperkte omvang van het bestreden plandeel in verhouding tot de omvang van het gehele plan, is de Afdeling van oordeel dat de afwijking ten opzichte van het ontwerpplan naar aard en omvang niet zo groot is dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld.

Overigens is [appellante] door deze wijziging niet benadeeld, nu zij op uitnodiging van het gemeentebestuur voorafgaand aan de vaststelling van het plan over deze wijziging een zienswijze naar voren heeft gebracht bij de raad. Het betoog faalt.

Inhoudelijke gronden

3. [appellante] kan zich niet verenigen met de aan het perceel, kadastraal bekend Warmond, sectie D, nummer 4368 (hierna: het perceel), toegekende bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied". Zij betoogt hiertoe dat bij de vaststelling van het vorige bestemmingsplan "Kom Warmond 2009" de bestemming van het perceel is gewijzigd van "Verkeer" in "Tuin" en dat geen aanleiding bestaat om nu wederom een verkeersbestemming aan het perceel toe te kennen. Daarnaast betoogt zij dat niet blijkt van een belangenafweging waarin haar belang bij behoud van de bestemming "Tuin" is betrokken.

3.1. De raad stelt dat sprake is van een openbare weg, zodat met de toegekende bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" de gronden weer overeenkomstig de oorspronkelijke doelstellingen en het bestaande gebruik worden bestemd.

3.2. Ingevolge artikel 6, lid 6.1, van de planregels zijn de voor "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden bestemd voor:

a. verblijfsgebied met functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen;

b. reclame-uitingen;

c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, perceelontsluitingen, nutsvoorzieningen, water, speelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van gescheiden inzameling en wegmeubilair.

3.3. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de planvoorschriften van het vorige plan "Kom Warmond 2009" waren de gronden met de bestemming "Tuin" bestemd voor:

a. tuinen;

[…].

3.4. De Afdeling stelt voorop dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.

Niet in geschil is dat het perceel is ingericht als een verhard doodlopend pad met enig wegmeubilair en dat dit pad sinds de aanleg rechtmatig wordt gebruikt als voor derden toegankelijk verblijfsgebied. De Afdeling acht niet onredelijk dat de raad de in het vorige plan aan dit perceel toegekende bestemming opnieuw heeft beoordeeld en tot de conclusie is gekomen dat de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied", anders dan de bestemming "Tuin", beter aansluit bij de oorspronkelijke doelstellingen ten aanzien van dit perceel en het feitelijke gebruik hiervan, ook al is sprake van particulier eigendom. De door [appellante] genoemde uitspraak van de Afdeling van 22 december 2012 in zaak nr. 201004608/1/H3 betreft een procedure over een besluit op grond van de Wegenwet en bevat, anders dan [appellante] betoogt, geen oordeel over de aan een voor derden toegankelijk verblijfsgebied toe te kennen bestemming. Voor zover [appellante] betoogt dat de bestemming "Tuin" voor de raad aanleiding had kunnen zijn om op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wegenwet de gronden aan de openbaarheid te onttrekken en zij daarmee een zwaarwegend belang heeft bij behoud van de bestemming "Tuin", overweegt de Afdeling dat de raad blijkens de aan het perceel toegekende bestemming niet voornemens is om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid een zwaarder gewicht heeft kunnen toekennen aan de belangen die zijn gemoeid met een bestemming van het perceel overeenkomstig het feitelijke gebruik dan aan het belang van [appellante] bij behoud van de niet door haar gerealiseerde bestemming "Tuin".

Conclusie

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, griffier.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Van Steenbergen

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2014

528-745.