Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3630

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-10-2014
Datum publicatie
08-10-2014
Zaaknummer
201400724/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 november 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening BP Buitengebied 2012 – [locatie] Berg en Terblijt" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TBR 2014/191 met annotatie van H.J. de Vries
JOM 2014/999
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201400724/1/R1.

Datum uitspraak: 8 oktober 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellante] B.V., gevestigd te Valkenburg aan de Geul,

appellante,

en

de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 november 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening BP Buitengebied 2012 – [locatie] Berg en Terblijt" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Partijen hebben toestemming, als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, verleend om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

Ontvankelijkheid

1. De raad betoogt dat [appellante] geen belang meer heeft bij de beoordeling van haar beroep, gelet op de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling van 25 maart 2014 in zaak nr. 201400724/2/R1.

1.1. De Afdeling overweegt dat de uitspraak van de voorzitter een voorlopig karakter heeft en niet bindend is in de bodemprocedure, zodat [appellante] belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van haar beroep. Het betoog faalt.

Toetsingskader

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het plan

3. Het plan voorziet onder andere in de planologische regeling voor het bestaande tuincentrum aan de [locatie] in de kern Berg.

Het beroep

4. [appellante] betoogt dat sprake is van een rechtsonzekere situatie, aangezien de op 12 december 2013 beschikbaar gestelde digitale versie van het plan niet in overeenstemming is met het vaststellingsbesluit en met de analoge versie van het plan. De planregels in de digitale versie bieden ruimere detailhandelsmogelijkheden dan met het besluit naar aanleiding van de gegrond verklaarde zienswijze van [appellante] is beoogd. [appellante] voert aan dat niet kan worden volstaan met het verwijderen van de foutieve versie en dat de raad een nieuw vaststellingsbesluit had moeten nemen.

4.1. De Afdeling ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel dan dat van de voorzitter te komen. De Afdeling verwijst voor de motivering van dit oordeel naar rechtsoverweging 2.1. in voornoemde uitspraak van de voorzitter van de Afdeling. Het betoog faalt.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Nu ten tijde van het indienen van het beroepschrift de op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerde versie van het plan niet overeenstemde met het vaststellingsbesluit, is de Afdeling van oordeel dat de raad op na te melden wijze in de proceskosten dient te worden veroordeeld.

7. De Afdeling ziet in voormelde omstandigheid tevens aanleiding om de raad te gelasten het door [appellante] betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellante] B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellante] B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 328,00 (zegge: driehonderdachtentwintig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Zwemstra

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2014

91-667.