Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3555

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-10-2014
Datum publicatie
01-10-2014
Zaaknummer
201308301/3/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010" en het exploitatieplan "Leuriks Oost" vastgesteld (hierna: het oorspronkelijke besluit).

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2015/12 met annotatie van V.M.Y. van 't Lam
JOM 2014/1013
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201308301/3/R6.

Datum uitspraak: 1 oktober 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Haaksbergen,

2. [appellant sub 2], wonend te Enschede,

en

de raad van de gemeente Enschede,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010" en het exploitatieplan "Leuriks Oost" vastgesteld (hierna: het oorspronkelijke besluit).

Tegen dit besluit hebben onder meer [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 januari 2014, waar [appellant sub 1], bijgestaan door mr. L.J. Gerritsen, advocaat te Nijmegen, [appellant sub 2], bijgestaan door J.H. Spijk, en de raad, vertegenwoordigd door C.W. Otten-Harmsen en drs. M.J.A. Weber, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 26 februari 2014, nr. 201308301/1/R6, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 1 juli 2013 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 2 juni 2014 heeft de raad het plan "Eschmarke Zuid West 2010 - herziening 1" (hierna: het herstelbesluit) vastgesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] een zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat alsnog moet worden onderzocht of behoefte bestaat aan 110 woningen in het gebied Leuriks Oost.

Voorts is in de tussenuitspraak geoordeeld dat de raad met betrekking tot de gronden ter plaatse van de greppel een planregeling moet vaststellen waarin de realisering en instandhouding van een voldoende brede greppel als voorwaardelijke verplichting voor de realisering van de voorziene woningen die zullen afwateren op de greppel is opgenomen. In het bijzonder dient de raad inzichtelijk te maken hoe hij voornemens is de verbreding en instandhouding van de greppel te realiseren, nu de gronden geen eigendom zijn van de gemeente.

Tot slot is in de tussenuitspraak geoordeeld dat met betrekking tot de gronden van [appellant sub 1] met de bestemming "Groen" die hij als bosgebied gebruikt een planregeling moet worden vastgesteld waarin dat gebruik planologisch mogelijk wordt gemaakt.

Voor zover de raad naar aanleiding van de geconstateerde gebreken wijzigingen aanbrengt in het plan, is in de tussenuitspraak overwogen dat afdeling 3.4 van de Awb niet toegepast hoeft te worden. De raad dient in dat geval het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

2. De raad heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak op 2 juni 2014 het herstelbesluit genomen. Hierin is een nadere motivering opgenomen die ziet op de behoefte aan de 110 woningen en zijn ten opzichte van het oorspronkelijke besluit wijzigingen aangebracht die zien op de gronden van [appellant sub 1] en de greppel bij het perceel van [appellant sub 2].

Ingevolge artikel 2 van de planregels bij het herstelbesluit zijn de regels in artikel 1 tot en met 5 van het plan aanvullend op de regels die zijn opgenomen in het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010". Voor het overige blijven de regels van het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010" onverminderd van kracht.

Oorspronkelijk besluit

Conclusie

3. In hetgeen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het oorspronkelijke besluit, voor zover dat ziet op de vaststelling van de plandelen met de bestemming "Wonen" ter plaatse van waar de 110 woningen zijn voorzien, is vastgesteld in strijd met artikel 3:46 van de Awb en artikel 3.1, eerste lid, van de Wro. Vanwege de samenhang met die plandelen is het oorspronkelijke besluit, wat betreft de plandelen met de bestemmingen "Verkeer - Verblijfsgebied" en "Groen" voor zover die zijn beoogd te worden gerealiseerd ten behoeve van de 110 woningen, tevens in strijd met artikel 3:46 van de Awb vastgesteld.

In hetgeen [appellant sub 1] verder heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het oorspronkelijke besluit, voor zover de bestemming "Groen" voor het perceel van [appellant sub 1], kadastraal bekend gemeente Lonneker, sectie AA, nummer 1817, niet zijnde het deel van het perceel dat als toegangsweg wordt gebruikt, niet in het gebruik als bos voorziet, in strijd met artikel 3.1, eerste lid, van de Wro is vastgesteld.

4. Tussen een bestemmingsplan en een gelijktijdig vastgesteld exploitatieplan bestaat een samenhang die onder meer is af te leiden uit de artikelen 6.12 en 8.3, derde lid, van de Wro en uit de functie van het exploitatieplan voor de verwezenlijking van het bestemmingsplan.

Gelet op deze samenhang tussen beide plannen, alsmede gelet op de samenhang die in het onderhavige geval bestaat tussen de verschillende onderdelen van het exploitatieplan, dient in dit geval ook het gehele exploitatieplan te worden vernietigd.

5. De beroepen zijn gegrond, zodat het oorspronkelijke besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Nadere motivering van het oorspronkelijke besluit

6. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] voeren aan dat de raad alsnog onvoldoende heeft gemotiveerd waarom behoefte bestaat aan het aantal van 110 woningen op de voorziene locatie.

6.1. In de plantoelichting bij het herstelbesluit heeft de raad de behoefte aan de 110 voorziene woningen gemotiveerd door te verwijzen naar verschillende beleidsstukken. Er wordt verwezen naar de gemeentelijke beleidsstukken "Werken aan wonen, Woonvisie Enschede 2005-2015" uit 2005, "Toekomstvisie Enschede 2020" uit 2007, "Herijking Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, Binnenstadsvisie, Mobiliteitsvisie" uit 2009, "Structuurvisie Enschede" uit 2011, "Woonvisie 2025" uit 2012, en het "Koersdocument ten behoeve van de herprioritering van projecten" (hierna: de Stedelijke Koers) uit 2012. Voorts wordt verwezen naar het landelijk onderzoek "Woononderzoek Nederland 2012", van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit 2012 (hierna: WoOn 2012). De raad stelt in de plantoelichting dat het beeld dat uit WoOn 2012 volgt wordt bevestigd in het onderzoek "Woonwensenonderzoek kavels in Enschede" uit 2013 van Adviesbureau Companen.

De Afdeling overweegt dat uit enkele van de door de raad aangehaalde rapporten volgt dat in Enschede behoefte bestaat aan duurdere woningen en aan wonen in groenstedelijke woonmilieus. Uit de rapporten volgt echter niet dat specifiek behoefte bestaat aan het aantal van 110 woningen op de voorziene locatie. Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd dat behoefte bestaat aan 110 woningen in Leuriks Oost. Het betoog slaagt.

Rechtsgevolgen

7. Gelet op hetgeen is overwogen in 6.1 ziet de Afdeling geen aanleiding de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb in zoverre in stand te laten.

Overige beroepsgronden

8. Ten aanzien van de beroepsgronden van [appellant sub 2] in haar beroepschrift over de uitruil van gronden, de vrees voor schade aan haar eigendom als gevolg van bouwwerkzaamheden en de waardedaling van haar woning, overweegt de Afdeling dat deze betrekking hebben op de voorziene woningen. Gelet op hetgeen in 7 is overwogen behoeven deze beroepsgronden geen bespreking meer.

Herstelbesluit

Greppel

9. Aan de gronden ter plaatse van de aanwezige greppel en ter plaatse van de gewenste verbreding van de greppel bij de percelen Keppelerdijk 87 en 91 is de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterloop met een waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie" toegekend.

Ingevolge artikel 3 van de planregels bij het herstelbesluit zijn de voor "Waterstaat - Waterloop met een waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie" aangewezen gronden bestemd zoals voor deze bestemming is bepaald in de regels behorende bij oorspronkelijke besluit.

Ingevolge artikel 18, lid 18.1, van de planregels bij het oorspronkelijke besluit zijn de voor "Waterstaat - Waterloop met een waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie" aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding, bescherming en verbetering van watergangen en/of -partijen, voorzieningen in het kader van de ecologie en waterbeheersing zoals kavelgreppels.

9.1. [appellant sub 2] brengt in haar zienswijze tegen het herstelbesluit verschillende bezwaren naar voren over de wijze waarop de raad een goede waterhuishouding met de greppel tracht te waarborgen.

De Afdeling overweegt hieromtrent dat de raad de reeds aanwezige greppel bij de percelen Keppelerdijk 87 en 91 wenst te verbreden met het oog op de afwatering van de voorziene nabijgelegen woningen die op verhoogde gronden komen te staan. Gelet op hetgeen in 7 is overwogen is de noodzaak voor de verbreding van de greppel komen te vervallen. Gelet hierop laat de Afdeling de zienswijze van [appellant sub 2], voor zover die betrekking heeft op de greppel, buiten beschouwing.

Bos

10. Aan de gronden van [appellant sub 1] met de bestemming "Groen" is in het herstelbesluit de aanduiding "overige zone - regel aanpassing groenbestemming" toegekend.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1.1, onder a, van de planregels zijn ter plaatse van de aanduiding "overige zone - regel aanpassing groenbestemming" de gronden tevens bestemd voor bospercelen waar het betreft gronden met de bestemming "Groen" zoals bepaald in de regels behorende bij het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010".

10.1. [appellant sub 1] voert aan dat het gebruik van het begrip ‘bospercelen’ in artikel 4 van de planregels rechtsonzeker is, omdat het begrip niet is gedefinieerd in de planregels. De Afdeling overweegt hiertoe dat met het begrip ‘bospercelen’ voldoende duidelijk is dat de gronden voor bos zijn bestemd. Het enkele feit dat het begrip ‘bospercelen’ niet in de planregels is gedefinieerd noopt niet tot een ander oordeel. Het betoog faalt.

Conclusie

11. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het herstelbesluit, voor zover dat ziet op de vaststelling van het plandeel met de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterloop met een waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie", gelegen nabij de percelen Keppelerdijk 87 en 91, is vastgesteld in strijd met artikel 3.1, eerste lid, van de Wro. Het beroep is gegrond, zodat het herstelbesluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Gelet op hetgeen in 10.1 is overwogen is het beroep van [appellant sub 1] tegen het herstelbesluit ongegrond.

Proceskosten

12. De raad dient ten aanzien van [appellant sub 1] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is ten aanzien van [appellant sub 2] niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] voor zover gericht tegen het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 1 juli 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010" en het exploitatieplan "Leuriks Oost" gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 1 juli 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010", wat betreft:

a. de plandelen met de bestemming "Wonen", ter plaatse van waar de 110 woningen zijn voorzien, zoals aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart 1;

b. de plandelen met de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied", voor zover die zijn beoogd te worden gerealiseerd ten behoeve van de 110 woningen, zoals aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart 1;

c. de plandelen met de bestemming "Groen", voor zover die zijn beoogd te worden gerealiseerd ten behoeve van de 110 woningen, zoals aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart 1;

d. het plandeel met de bestemming "Groen", kadastraal bekend gemeente Lonneker, sectie AA, nummer 1817, niet zijnde het deel van het perceel dat als toegangsweg wordt gebruikt, voor zover de bestemming voor dat plandeel niet in het gebruik als bos voorziet;

III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 1 juli 2013 tot vaststelling van het exploitatieplan "Leuriks Oost";

IV. verklaart het beroep van [appellant sub 2] voor zover gericht tegen het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 2 juni 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010 - herziening 1" gegrond;

V. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 2 juni 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010 - herziening 1" wat betreft het plandeel met de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterloop met een waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie", gelegen bij de Keppelerdijk 87 en 91;

VI. verklaart het beroep van [appellant sub 1] voor zover gericht tegen het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 2 juni 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Eschmarke Zuid West 2010 - herziening 1" ongegrond;

VII. veroordeelt de raad van de gemeente Enschede tot vergoeding van de bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.217,50 (zegge: twaalfhonderdzeventien euro en vijftig cent euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII. gelast dat de raad van de gemeente Enschede aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van hun beroepen betaalde griffierecht vergoedt:

- € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [appellant sub 1];

- € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [appellant sub 2].

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. van Gisbergen, griffier.

w.g. Van Sloten w.g. Van Gisbergen

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2014

668.