Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3549

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-10-2014
Datum publicatie
01-10-2014
Zaaknummer
201306332/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Legmeerpolder" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2015/79
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201306332/2/R1.

Datum uitspraak: 1 oktober 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Edelcactus Beheer B.V., gevestigd te Amstelveen,

appellante,

en

de raad van de gemeente Amstelveen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 mei 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Legmeerpolder" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Edelcactus beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 december 2013, waar Edelcactus, vertegenwoordigd door M.M.C. van der Hoorn, werkzaam bij Projectbureau Buis-Pomona, en de raad, vertegenwoordigd door I. Termond, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 26 februari 2014, nr. 201306332/1/R1, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 29 mei 2013. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij beschikking van 13 juni 2014 heeft de Afdeling op verzoek van de raad de hersteltermijn verlengd tot 9 juli 2014.

Bij besluit van 2 juli 2014 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Legmeerpolder" opnieuw vastgesteld.

Edelcactus is in de gelegenheid gesteld haar zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. Van deze gelegenheid heeft zij geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in 4.4 van de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 29 mei 2013 niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Zij heeft overwogen dat de raad een planregeling heeft vastgesteld voor het perceel Noorddammerweg 95 die het bestaande gebruik van Edelcactus beperkt, terwijl dat niet is beoogd.

2. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak is het beroep van Edelcactus gegrond. Het besluit van 29 mei 2013 dient te worden vernietigd wat betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw" voor het perceel Noorddammerweg 95.

3. Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na de verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van overweging 4.4 alsnog het besluit te wijzigen door het vaststellen van een andere planregeling voor het perceel Noorddammerweg 95, die zich niet verzet tegen een voortzetting van de bestaande handelsactiviteiten van Edelcactus.

4. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 2 juli 2014 het bestemmingsplan "Legmeerpolder" opnieuw vastgesteld. Daarbij heeft hij de planregeling voor het perceel Noorddammerweg 95 gewijzigd ten opzichte van het besluit van 29 mei 2013. De raad heeft voorzien in de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - handelskwekerij" voor het perceel. Tevens is de definitie van "handelskwekerij" als vastgelegd in artikel 1, lid 1.71 van de planregels aangevuld. In samenhang bezien hebben deze wijzigingen tot gevolg dat het plan zich niet verzet tegen de handel in sierteeltgerelateerde producten op het perceel Noorddammerweg 95.

5. De raad is met het besluit van 2 juli 2014 geheel tegemoetgekomen aan het beroep van Edelcactus. Gelet op het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, is daarom geen beroep van rechtswege ontstaan tegen het besluit van 2 juli 2014 waarbij de raad het bestemmingsplan "Legmeerpolder" opnieuw heeft vastgesteld.

6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Amstelveen van 29 mei 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Legmeerpolder" gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Amstelveen van 29 mei 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Legmeerpolder", voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw" voor het perceel Noorddammerweg 95;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Amstelveen tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Edelcactus Beheer B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Amstelveen aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Edelcactus Beheer B.V. door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, griffier.

w.g. Drupsteen w.g. Bošnjaković

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2014

410-739.