Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:354

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-02-2014
Datum publicatie
05-02-2014
Zaaknummer
201307522/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Binnenstad 2013" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201307522/1/R1.

Datum uitspraak: 5 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de commanditaire vennootschap Nera Hilversum C.V., gevestigd te Utrecht, en anderen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Hilversum,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Binnenstad 2013" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Nera en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 januari 2013, waar Nera en anderen, vertegenwoordigd door [vennoot] van de commanditaire vennootschap, en de raad, vertegenwoordigd door drs. R. Sprik, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. De raad betwist de ontvankelijkheid van het beroep van Nera en anderen, omdat zij geen zienswijze hebben ingebracht.

2. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad. Het ontwerpbestemmingsplan "Binnenstad" is met ingang van 11 januari 2013 tot en met 21 februari 2013 ter inzage gelegd.

Ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door een belanghebbende die tegen het ontwerpplan niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.

Deze omstandigheid doet zich niet voor. Geen rechtvaardiging is gelegen in het beroep van Nera en anderen op het vertrouwensbeginsel. Nera en anderen hebben niet aannemelijk hebben gemaakt dat door of namens de raad verwachtingen zijn gewekt dat het door Nera Hilversum B.V. op 8 februari 2013 ingediende bouwplan, dat deel uitmaakte van een aangepaste aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de [2 percelen], geheel in het vastgestelde plan zou worden betrokken. Los daarvan zou een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel ook niet met zich brengen dat Nera en anderen geen zienswijze tegen het ontwerpplan hadden hoeven indienen, omdat het ontwerpplan niet in de door hen gewenste ontwikkeling voorzag.

Voor het niet naar voren brengen van een zienswijze is ook geen rechtvaardiging gelegen in het betoog van Nera en anderen ter zitting dat het voormelde bouwplan als zienswijze moet worden aangemerkt tegen het ontwerpplan. De Afdeling overweegt in dat verband dat uit het bouwplan geenszins volgt dat daarmee is beoogd een zienswijze in te brengen tegen het ontwerpplan.

Het beroep is niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Melse

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2014

533-668.