Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3492

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-09-2014
Datum publicatie
24-09-2014
Zaaknummer
201311351/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 september 2013, kenmerk 13.39, heeft de raad het bestemmingsplan "Rheden, witte vlekken" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201311351/1/R2.

Datum uitspraak: 24 september 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Rheden,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Rheden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 september 2013, kenmerk 13.39, heeft de raad het bestemmingsplan "Rheden, witte vlekken" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 juni 2014, waar [appellant], bijgestaan door mr. J.M. Smits, en de raad, vertegenwoordigd door D.J.L.J. van Dun, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

3. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor een aantal locaties in de kern van Rheden.

4. [appellant] richt zich tegen het plandeel met bestemming "Wonen" en de aanduidingen "dienstverlening" en "maatschappelijk" op het perceel [locatie 1] te Rheden (hierna: het perceel). In dit verband wijst [appellant] erop dat niet is gebleken dat de raad het uitgangspunt heeft verlaten van de bij het bestemmingsplan "Rheden-Oost" behorende waardenkaart, waarop de dorpsentree Arnhemsestraatweg-Groenestraat, waarvan het perceel deel uitmaakt, is aangeduid als "stedenbouwkundige waardevolle zone". Volgens [appellant] heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom de behoefte aan bescherming en verbetering van stedenbouwkundige waarden voor een klein deel binnen die zone niet meer zou gelden. Dat ter plaatse geen sterk gecultiveerde en decoratieve groenelementen aanwezig zijn, is daartoe onvoldoende nu dit er volgens [appellant] niet aan afdoet dat niet alleen bestaande stedenbouwkundige waarden behoren te worden beschermd, maar ook wordt gestreefd naar versterking of verbetering van de ruimtelijke karakteristiek. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2011 in zaak nr. 201000583/1/R2 betoogt hij dat de raad ten onrechte niet een zodanige planregeling heeft vastgesteld dat de bescherming van de stedenbouwkundige waarden van het plandeel worden gewaarborgd. Voorts wijst [appellant] erop dat in het kader van de op 8 februari 2010 verleende kapvergunning ter plaatse een herplantplicht is opgelegd hetgeen erop wijst dat het gemeentelijke beleid is gericht op het behoud van het groene karakter van het plandeel. Ten slotte voert [appellant] aan dat ter plaatse geen sprake is van bestaande rechten, die nopen tot vaststelling van het plandeel met ruime gebruiksmogelijkheden zonder inachtneming van de stedenbouwkundige waarden van het perceel.

4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat in het bestemmingsplan "Rheden-Oost" de bescherming van stedenbouwkundige waarden algemeen en in hoofdlijnen is omschreven en dat het onderhavige plan niet leidt tot aantasting van de daar beschreven waarden. In dit verband wijst de raad erop dat op het perceel geen te beschermen groen aanwezig is. Voorts stelt de raad zich op het standpunt dat, nu in het bestemmingsplan "Rheden-Oost" geen regeling is opgenomen om bestaand waardevol groen te beschermen en geen verplichting is opgenomen om op gronden met stedenbouwkundige waarden gecultiveerde en decoratieve groenelementen aan te leggen, geen aanleiding is dit in dit plan wel op te nemen. Ter zitting heeft de raad nader toegelicht dat de waardenkaart onvoldoende is verankerd in bestemmingsplan "Rheden-Oost" en dat het te ver voert nu meer bescherming te bieden aan één perceel dan aan de overige percelen die vallen binnen de waardevolle zone.

4.2. [appellant] woont aan de [locatie 2] te Rheden, grenzend aan het perceel, waarop het bestreden plandeel ziet. In de verbeelding van het plan is weergegeven dat aan de gronden betreffende het perceel de bestemming "Wonen" en de aanduidingen "dienstverlening" en "maatschappelijk" zijn toegekend.

4.3. Aan de gronden in de directe omgeving is in bestemmingsplan "Rheden-Oost", vastgesteld op 31 maart 2009, grotendeels de bestemming "Wonen" en aan enkele gronden de bestemming "Voorzieningen" toegekend. In de waardenkaart behorend bij bestemmingsplan "Rheden-Oost" is een zone aangewezen, waarbinnen het perceel valt, met een aanduiding "stedenbouwkundig waardevolle locatie".

Ingevolge artikel 1.3, lid A, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Rheden-Oost" is deze bepaling van toepassing op gronden die op de bij dit plan behorende waardenkaart zijn aangegeven als archeologisch aandachtsgebied, beschermd dorpsgezicht of anderszins als waardevol zijn aangeduid, en geldt deze naast de daaraan in deze voorschriften en op de plankaart aangegeven bestemmingen.

Ingevolge artikel 1.3, lid C, wordt voor de op de waardenkaart als stedenbouwkundig waardevol aangeduide gronden gestreefd naar een behoud en mogelijke versterking of verbetering van de ruimtelijke karakteristiek. Het betreft de oriëntatie, de vorm van de hoofdmassa, de architectuur en inrichting van het openbaar gebied.

Ingevolge artikel 1.3, lid C, sub 1, onder d, is de dorpsentree Arnhemsestraatweg-Groenestraat als stedenbouwkundig waardevolle locatie aangemerkt en is bepaald dat er wordt gestreefd naar het accentueren van de entreelocatie door een karakteristiek pand en/of terreinindeling met groen, waarbij het representatieve karakter zich bij uitstek leent voor sterk gecultiveerde en decoratieve groenelementen.

4.4. Ingevolge artikel 4, lid 4.11, onder 2, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden 2009 worden aan de kapvergunning voorschriften verbonden en kan een herplantplicht van die voorschriften deel uitmaken.

In de bij besluit van 8 februari 2010 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden verleende kapvergunning is onder punt 2 opgenomen dat er herplant plaatsvindt in het eerstvolgende plantseizoen na gereedkomen van de uitbreiding van het gebouw en renovatie van het terrein ter plaatse van de [locatie 3].

4.5. Het plandeel dat ziet op het perceel was aanvankelijk opgenomen in bestemmingsplan "Rheden-Oost". De Afdeling heeft in haar uitspraak van 16 maart 2011 in zaak nr. 201000583/1/R2 het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 27 november 2009, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Wonen" en de aanduiding "inrichting bedoeld in artikel 2.4 uitgezonderd winkels en daghoreca" wat betreft het perceel, vernietigd, omdat onvoldoende was gewaarborgd dat de stedenbouwkundige waarden van het plandeel niet werden aangetast nu geen maximum was gesteld aan het aantal mogelijk te maken parkeervoorzieningen.

4.6. Na de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2011 in zaak nr. 201000583/1/R2 heeft de raad een nieuw plan vastgesteld voor het perceel. Ter zitting heeft de raad bevestigd dat hij nog steeds uitgaat van de waardenkaart, behorend bij het bestemmingsplan "Rheden-Oost". Niet in geschil is dat de dorpsentree Arnhemsestraatweg-Groenestraat, waarvan het plandeel deel uitmaakt, op de waardenkaart is aangeduid als "stedenbouwkundig waardevolle zone". De Afdeling stelt vast dat in het onderhavige plan geen aanvullende bescherming van stedenbouwkundige waarden is opgenomen.

Dat, zoals de raad stelt, bescherming van stedenbouwkundige waarden in het bestemmingsplan "Rheden-Oost" in hoofdlijnen is omschreven, laat onverlet dat het perceel deel uitmaakt van de dorpsentree, die als stedenbouwkundig waardevol is aangeduid in de waardenkaart en waar ingevolge artikel 1.3, lid C, sub 1, onder d, van dat plan het streven is gericht op het accentueren daarvan door een karakteristiek pand en/of terreinindeling met groen. Het standpunt van de raad dat geen aanvullende bescherming behoeft te worden opgenomen nu ter plaatse geen te beschermen groen aanwezig is, gaat voorbij aan het streven naar mogelijke versterking of verbetering van de ruimtelijke karakteristiek als bedoeld in artikel 1.3, onder C, van de regels van het bestemmingsplan "Rheden-Oost". In dit verband overweegt de Afdeling dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd dat de stedenbouwkundige waarden van de hele zone, waarvan het perceel deel uitmaakt, niet worden aangetast door het plan. Voor zover de raad ter zitting heeft gewezen op de nog vast te stellen gemeentelijke structuurvisie, waarin voor de kern Rheden slechts het behoud van waardevolle bomen wordt nagestreefd, overweegt de Afdeling dat het hierbij niet gaat om ten tijde van het nemen van het besluit geldend beleid, zodat dit in zoverre niet aan het besluit ten grondslag kan worden gelegd. Voorts neemt de Afdeling in aanmerking dat kennelijk wel aanleiding is gezien om in de verleende kapvergunning ter plaatse een herplantplicht op te nemen. Dat de bescherming van stedenbouwkundige waarden volgens de raad in het bestemmingsplan "Rheden-Oost" onvoldoende is verankerd en het plan aldus in zoverre geen verslechtering met zich brengt ten opzichte van de regeling voor het omliggende gebied, leidt niet tot het oordeel dat de raad om die reden in het onderhavige plan eveneens heeft kunnen afzien van een regeling voor het perceel ter bescherming van de stedenbouwkundige waarden van de dorpsentree waarvan dit perceel deel uitmaakt. De raad diende ter waarborging van die stedenbouwkundige waarden in zoverre een nieuwe afweging te maken. Hierbij betrekt de Afdeling dat de raad ter zitting heeft toegelicht dat hij aanleiding ziet de bescherming van de stedenbouwkundige waarden met afdwingbare bepalingen alsnog te regelen in een nieuw op te stellen bestemmingsplan voor de hele kern. Voorts neemt de Afdeling in aanmerking dat de raad niet heeft gesteld dat bestaande rechten in de weg staan aan bescherming van de stedenbouwkundige waarden. Het standpunt van de raad dat welstandstoezicht voor het perceel voldoende bescherming kan bieden, kan geen stand houden nu het welstandstoezicht ziet op de beoordeling van zaken als de vormgeving en het materiaalgebruik van bouwwerken en niet op de beoordeling van de plaatsing, de aard en de kwaliteit van aanwezig groen.

Gelet op vorenstaande heeft de raad ontoereikend gemotiveerd dat het plan niet leidt tot een aantasting van de stedenbouwkundige waarden, die volgens het bestemmingsplan "Rheden-Oost" bescherming behoeven.

Het betoog slaagt.

5. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover het betreft de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Wonen" en de aanduidingen "dienstverlening" en "maatschappelijk" voor het perceel [locatie 1] te Rheden is genomen in strijd met artikel 3:46 van de Awb. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen het gebrek binnen de hierna te noemen termijn te herstellen. De raad dient daartoe met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen alsnog toereikend te motiveren waarom de bestemming "Wonen" en de aanduidingen "dienstverlening" en "maatschappelijk" passend zijn voor het perceel [locatie 1] te Rheden dan wel de planregeling voor deze gronden gewijzigd vast te stellen. Afdeling 3.4 van de Awb behoeft bij de voorbereiding van een eventueel gewijzigd besluit niet opnieuw te worden toegepast. Het gewijzigde besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt te worden.

6. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

draagt de raad van de gemeente Rheden op om binnen 16 weken na de verzending van deze uitspraak:

1. met inachtneming van overweging 5 het daar omschreven gebrek in het besluit van 24 september 2013, kenmerk 13.39, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Rheden, witte vlekken" te herstellen en

2. de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. Y.M. van Soest-Ahlers, griffier.

w.g. Hagen w.g. Van Soest-Ahlers

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2014

343-815.