Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3461

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-09-2014
Datum publicatie
24-09-2014
Zaaknummer
201301802/4/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Binnenstad Deventer" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201301802/4/R1.

Datum uitspraak: 24 september 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beleggingsmaatschappij Select B.V., gevestigd te Deventer,

appellante,

en

de raad van de gemeente Deventer,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Binnenstad Deventer" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer Select beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Select heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de behandeling van het beroep van Select afgesplitst van de behandeling van het beroep in zaak nr. 201301802/1/R1 en voortgezet onder zaak nr. 201301802/2/R1.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 maart 2014, waar Select, vertegenwoordigd door H.P. de Ruiter, bijgestaan door mr. A. Kamphuis, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door drs. J.H. Veenman-Schenk en ing. S. Kappenburg, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 28 mei 2014, zaak nr. 201301802/2/R1 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van deze tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 19 december 2012 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 2 juli 2014 heeft de raad, gevolg gevend aan de tussenuitspraak, het bestemmingsplan "Binnenstad, herziening Leeuwenbrug/Schouwburg" vastgesteld.

Select heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, bij brief van 13 augustus 2014 haar zienswijze over het besluit van 2 juli 2014 naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

De tussenuitspraak

1. Gezien overwegingen 5.6 tot en met 5.9 en 6.3 van de tussenuitspraak ziet de Afdeling in hetgeen Select heeft aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit van 19 december 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Binnenstad Deventer" wat betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd" en de aanduiding "specifieke vorm van gemengd - stedelijke voorzieningen 2" voor de percelen Leeuwenbrug 75-123, en artikel 12, lid 12.4, onder d en e, van de planregels niet berusten op een deugdelijke motivering. Gelet hierop is het beroep van Select tegen het besluit van de raad van 19 december 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Binnenstad Deventer" gegrond. Dat besluit dient wat betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd" voor de percelen Leeuwenbrug 75-123 en wat betreft artikel 12, lid 12.4, onder d en e, van de planregels wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

Het herstelbesluit

2. Bij besluit van 2 juli 2014 heeft de raad voor de percelen Leeuwenbrug 75-123 een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Daarbij zijn aan de percelen Leeuwenbrug 75-123 de bestemming "Gemengd" en onder meer gedeeltelijk de aanduidingen "specifieke vorm van horeca - horeca 2b" en "specifieke vorm van detailhandel - 1" toegekend.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a, onder 2, van de planregels zijn de gronden met de bestemming "Gemengd" ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - 1" bestemd voor detailhandel al dan niet in combinatie met horeca categorie 3b als bedoeld in Bijlage 3 Categorie-indeling Horeca, met uitzondering van perifere detailhandel, waarbij:

- deze functie alleen is toegestaan in de onderbouw en eerste bouwlaag van een gebouw;

- ten hoogste drie detailhandelsvestigingen zijn toegestaan met ieder een maximale oppervlakte van 150 m²;

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a, onder 6, zijn de gronden met de bestemming "Gemengd" ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca - horeca 2b" bestemd voor horecabedrijven die in de van de planregels deel uitmakende Bijlage 3 Categorie-indeling Horeca zijn aangeduid als categorie 2b of 3a, waarbij deze functie alleen is toegestaan in de onderbouw en de eerste bouwlaag van een gebouw, maar in de onderbouw alleen ondergeschikte functies zijn toegestaan zoals toiletten, garderobe, keuken.

3. Select heeft in haar zienswijze te kennen gegeven dat zij zich met het besluit van 2 juli 2014 kan verenigen. Gelet hierop moet het van rechtswege ontstane beroep van Select geacht worden te zijn ingetrokken.

Proceskosten

4. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beleggingsmaatschappij Select B.V. tegen het besluit van de raad van de gemeente Deventer van 19 december 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Binnenstad Deventer" gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Deventer van 19 december 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Binnenstad Deventer" wat betreft:

a. het plandeel met de bestemming "Gemengd" voor de percelen Leeuwenbrug 75-123;

b. artikel 12, lid 12.4, onder d en e, van de planregels;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Deventer tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beleggingsmaatschappij Select B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1217,50 (zegge: twaalfhonderdzeventien euro en vijftig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Deventer aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beleggingsmaatschappij Select B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt;

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. den Broeder, griffier.

w.g. Hoekstra w.g. Den Broeder

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2014

523-749.