Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3404

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-09-2014
Datum publicatie
17-09-2014
Zaaknummer
201310109/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 september 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Appelscha - Boerestreek" gewijzigd vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201310109/1/R4.

Datum uitspraak: 17 september 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Appelscha, en de stichting Stichting "Kameleon", gevestigd te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf,

en

de raad van de gemeente Ooststellingwerf,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 september 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Appelscha - Boerestreek" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en de Stichting beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 augustus 2014, waar de raad, vertegenwoordigd door B.J. Sieben en G. Barendregt, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1. Het plan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de herontwikkeling van de Boerestreek.

2. Bij de vaststelling van een plan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

3. [appellant] en de Stichting betogen dat de door hen gegeven reactie op een voorlichtingsavond niet is terug te vinden in de Reactienota zienswijzen.

3.1. Het organiseren van voorlichtingsavonden maakt geen deel uit van de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure. De gang van zaken omtrent deze voorlichtingsavonden ligt dan ook niet ter toetsing voor en heeft geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en het bestemmingsplan.

Het betoog faalt.

4. [appellant] en de Stichting kunnen zich niet verenigen met het plan voor zover hierin de aanduiding "plein" is toegekend aan gronden aan de Boerestreek. Volgens hen is de invulling van het voorziene plein onvoldoende duidelijk en vormt dit plein concurrentie voor het door hen geëxploiteerde evenemententerrein.

[appellant] en de Stichting betogen voorts dat als gevolg van het plan ten onrechte bomen worden gekapt en dat de thans op het plein aanwezige muziekkoepel ten onrechte wordt gesloopt.

4.1. De raad stelt dat op het desbetreffende plein een wezenlijk ander gebruik wordt beoogd dan het voornoemde evenemententerrein en dat de planregels hierover voldoende duidelijkheid verschaffen. Volgens de raad wordt in aansluiting op de mogelijkheden van het vorige bestemmingsplan slechts ingezet op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het plein.

Voor de kap van bomen en het slopen van de desbetreffende muziekkoepel zijn omgevingsvergunningen verleend die inmiddels onherroepelijk zijn, aldus de raad.

4.2. Ingevolge artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder d, van de planregels zijn de voor "Groen" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "plein" bestemd voor verkeers- en verblijfsvoorzieningen in de vorm van een plein, alsook cafés en restaurants, als onderdeel van dagrecreatieve voorzieningen.

4.3. De Afdeling begrijpt het beroep aldus dat [appellant] en de Stichting met de aanduiding "plein" in het plan vrezen voor een soortgelijk evenemententerrein als het evenemententerrein dat zij exploiteren. Op dit evenemententerrein organiseren zij onder meer kamelenmarkten, kermissen, circussen, markten en braderieën.

Gezien het bepaalde in artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder d, van de planregels voorziet het plan ter plaatse van de gronden met de aanduiding "plein" niet in een evenemententerrein. De raad heeft ter zitting toegelicht dat weliswaar af en toe een evenement op het desbetreffende plein zal plaatsvinden, maar dat dit niet anders is dan in de huidige situatie en deze evenementen voorts niet vergelijkbaar zijn met de evenementen die [appellant] en de Stichting organiseren. Dit komt de Afdeling, mede gezien de vrijwel gelijke gebruiksmogelijkheden van het plein op basis van het vorige bestemmingsplan "Appelscha - Boerestreek 1996", niet onredelijk voor.

Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] en de Stichting hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het toekennen van de aanduiding "plein" voor de desbetreffende gronden.

4.4. Voor zover [appellant] en de Stichting betogen dat ten onrechte bomen worden gekapt en de desbetreffende muziekkoepel wordt gesloopt als gevolg van de herontwikkeling van de Boerestreek, wordt overwogen dat deze aspecten geen betrekking hebben op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. Deze beroepsgronden moeten derhalve buiten beschouwing blijven.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Verhoeven, griffier.

w.g. Van der Wiel w.g. Verhoeven

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2014

690.