Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3297

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-09-2014
Datum publicatie
03-09-2014
Zaaknummer
201310747/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 september 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Fietspad Roerdal" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:69a
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2015/145
ABkort 2014/352

Uitspraak

201310747/1/R3.

Datum uitspraak: 3 september 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Roermond,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 september 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Fietspad Roerdal" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 juli 2014, waar [appellant], bijgestaan door [gemachtigde], en de raad vertegenwoordigd door drs. C.J. Jansen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. De zaak is gelijktijdig behandeld met het beroep in zaak nr. 201310924/1/R3.

Buiten bezwaren van partijen zijn ter zitting nog stukken in het geding gebracht.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet tezamen met het bestemmingsplan "Fietspad Roerdal", zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Roerdalen, in een fietsroute door het Roerdal.

3. Ter zitting heeft [appellant] het beroep ingetrokken, voor zover het betreft de beroepsgronden gericht tegen het deel van de fietsroute op het grondgebied van de gemeente Roerdalen, waar de fietsroute de door hem gebruikte landbouwweg zal kruisen.

4. [appellant] voert aan dat bij de vaststelling van het plan onvoldoende rekening is gehouden met de verkeersveiligheid voor fietsers op het deel van het fietspad dat ligt bij de noordelijke uitbuiging van de Leropperweg en ter plaatse van de spoorwegovergang.

4.1. Ingevolge artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) vernietigt de bestuursrechter een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept.

4.2. Voor hetgeen [appellant] heeft aangevoerd over de verkeersveiligheid op het deel van de fietsroute in de gemeente Roermond geldt dat artikel 8:69a van de Awb eraan in de weg staat dat het bestreden besluit hierom wordt vernietigd. Het belang van [appellant] is gericht op een onbelemmerde voortzetting van zijn agrarische bedrijfsvoering. Het belang van verkeersveiligheid van fietsers, met uitzondering van de verkeersveiligheid op het deel van de fietsroute in de gemeente Roerdalen waar de door hem gebruikte landbouwweg wordt gekruist, houdt daarmee geen verband. Deze beroepsgrond blijft om die reden buiten beschouwing. `

5. [appellant] heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

6. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, griffier.

w.g. Michiels w.g. Van Hardeveld

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2014

413-656.