Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:304

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-02-2014
Datum publicatie
05-02-2014
Zaaknummer
201303987/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 maart 2013 heeft het dagelijks bestuur, voor zover hier van belang, de Palestrinastraat ter hoogte van nummer 11, locatie nummer 15-09, te Amsterdam, aangewezen als locatie voor twee ondergrondse afvalcontainers voor huishoudelijk restafval.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2014/183

Uitspraak

201303987/1/A4.

Datum uitspraak: 5 februari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Amsterdam,

2. [appellant sub 2] en anderen, allen wonend te Amsterdam,

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 5 maart 2013 heeft het dagelijks bestuur, voor zover hier van belang, de Palestrinastraat ter hoogte van nummer 11, locatie nummer 15-09, te Amsterdam, aangewezen als locatie voor twee ondergrondse afvalcontainers voor huishoudelijk restafval.

Tegen dit besluit heeft [appellant sub 1] beroep ingesteld. Eveneens hebben [appellant sub 2] en anderen beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft verweerschriften ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 december 2013, waar [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen, vertegenwoordigd door [appellant sub 2] en [gemachtigden], en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. A.J.A.P. Peters en G. Westerbos, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 10.23 van de Wet milieubeheer stelt de gemeenteraad in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast.

Ingevolge artikel 4, vierde lid, van de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Amsterdam, kan het college aanwijzen met behulp van welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of met behulp van welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

Ingevolge artikel 26, tweede lid, van de Verordening op de stadsdelen van de gemeente Amsterdam, draagt het college al zijn bevoegdheden over aan het dagelijks bestuur van de stadsdelen.

2. Het dagelijks bestuur hanteert bij het aanwijzen van een locatie voor ondergrondse afvalcontainers het beleid zoals dat is vastgelegd in het Programma van Eisen ondergrondse restafvalinzameling gebied Oud-Zuid van 8 februari 2012 (hierna: het PvE). Hierin staan, voor zover hier van belang, de volgende locatiecriteria vermeld:

• de loopafstand vanaf de woning tot restafvalcontainers bedraagt niet meer dan 75 m en in uitzonderingsgevallen niet meer dan 125 m;

• het opofferen van parkeerplaatsen wordt zoveel mogelijk voorkomen. Indien er geen andere plaatsingsmogelijkheid voorhanden is, wordt de onttrokken parkeerplaats op een andere plek gecompenseerd;

• er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met omgeving/omwonenden;

• bij het bepalen van een locatie moet een zo optimaal mogelijk sluitend locatienetwerk en mogelijke capaciteitsverdeling met betrekking tot het afvalaanbod worden verkregen.

3. De locatie voor de ondergrondse afvalcontainers is gesitueerd op de parkeerplaats voor de woning Palestrinastraat 11.

4. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen kunnen zich niet verenigen met de aanwijzing van de locatie Palestrinastraat ter hoogte van nummer 11 voor het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers.

5. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat het dagelijks bestuur onvoldoende rekening heeft gehouden met de aantasting van hun woongenot vanwege het zicht op de afvalcontainers. Daarnaast stellen [appellant sub 2] en anderen zich op het standpunt dat het dagelijks bestuur onvoldoende rekening heeft gehouden met de aantasting van hun privacy vanwege de plaatsing van de ondergrondse afvalcontainers.

5.1. Het dagelijks bestuur stelt zich op het standpunt dat niet valt uit te sluiten dat er enige overlast wordt ondervonden vanwege de ondergrondse afvalcontainers, maar dat deze overlast in voldoende mate wordt beperkt. Volgens het dagelijks bestuur brengt de aanwijzing van de locatie Palestrinastraat ter hoogte van nummer 11 geen onevenredige vermindering van het uitzicht voor de bewoners van de Palestrinastraat met zich, nu een geparkeerde auto op deze plek meer zicht zal ontnemen dan de ondergrondse afvalcontainers. In dit verband wijst het dagelijks bestuur erop dat de containers een bovengrondse hoogte en breedte hebben van ongeveer 1 m en zij op 3,4 m van de gevel zijn gesitueerd. Wat betreft het privacy-aspect is het dagelijks bestuur van mening dat nu de locatie in de openbare ruimte is gelegen aan een trottoir dat voor een ieder toegankelijk is, het gebruik van de locatie als ondergronds afvalinzamelpunt geen aantasting van de privacy van de bewoners van Palestrinastraat 11 met zich brengt. Het is volgens het dagelijks bestuur bovendien niet te verwachten dat door aanwijzing van deze locatie het aantal personen dat voor de woning Palestrinastraat 11 zal wandelen zodanig drastisch zal stijgen, dat het dagelijks bestuur niet in redelijkheid tot aanwijzing van deze locatie had kunnen overgaan.

5.2. Het dagelijks bestuur heeft zich gelet op de hiervoor weergegeven motivering in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen gevreesde overlast door aantasting van hun woongenot en privacy beperkt en aanvaardbaar is. Er bestaat daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het dagelijks bestuur deze locatie vanwege de door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen gevreesde overlast niet had mogen aanwijzen als locatie voor ondergrondse afvalcontainers.

De beroepsgrond faalt.

6. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat de locatie Palestrinastraat ter hoogte van nummer 11 ongeschikt is voor het plaatsen van de ondergrondse afvalcontainers. Zij wijzen er in dit verband op dat de woningen tussen de Palestrinastraat 9 en 21 één of meer volwaardige ramen in het souterrain hebben waardoor de bewoners van deze woningen vanuit hun souterrain direct uitzicht op de straat hebben. De overige woningen in de straat hebben in het souterrain slechts een raam van maximaal 30 cm hoog op plafondhoogte waardoor niet direct op de straat wordt gekeken, aldus [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen. Daarnaast wijzen zij erop dat vanwege de plaatsing van de ondergrondse afvalcontainers een parkeerplaats wordt opgeheven, terwijl er in de Palestrinastraat en omgeving reeds een tekort aan parkeerplaatsen is vanwege het dichtbij gelegen concertgebouw. Compensatie van deze parkeerplaats elders in de wijk lost volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen niets op voor het tekort aan parkeerplaatsen in de Palestrinastraat en de directe omgeving hiervan. Voorts is het volgens hen maar zeer de vraag of de parkeerplaats wel gecompenseerd kan worden. In dit verband wijzen zij op de parkeernota "Nota Parkeren 2011" waarin is opgemerkt dat het uitbreiden van het aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte, vooral in negentiende-eeuwse wijken, lastig zal zijn.

6.1. Wat betreft de grootte van de souterrainramen stelt het dagelijks bestuur zich op het standpunt dat voor zover het gaat om kleine, hoog in het souterrain gelegen ramen, vlak boven deze ramen de ramen van de benedenwoningen zijn gelegen. Dit betekent dat de bewoners van deze woningen hetzelfde uitzicht op de containers hebben als de bewoners van de woningen met grotere souterrainramen, zodat in zoverre in dezelfde mate hinder hiervan zal worden ondervonden. Wat betreft de op te heffen parkeerplaats heeft het dagelijks bestuur in de Nota van Beantwoording die is opgesteld naar aanleiding van de naar voren gebrachte zienswijzen over het ontwerp van het besluit, opgemerkt dat deze elders in de wijk wordt gecompenseerd. In het verweerschrift heeft het dagelijks bestuur vermeld dat in de vergadering van 21 mei 2013 is besloten de financiële middelen ter beschikking te stellen om 44 nieuwe parkeerplaatsen te realiseren. Dit is volgens het dagelijks bestuur het aantal parkeerplaatsen dat als gevolg van het aanwijzingsbesluit in de wijk daadwerkelijk komt te vervallen. Voorts heeft het dagelijks bestuur ter zitting opgemerkt dat inmiddels is besloten waar de parkeerplaats wordt gecompenseerd. De locatie waar de parkeerplaats wordt gecompenseerd, is volgens het dagelijks bestuur op enkele honderden meters afstand van de Palestrinastraat gelegen.

6.2. Gelet op het gestelde door het dagelijks bestuur wat betreft de grootte van de souterrainramen en de ramen op de begane grond geeft hetgeen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen aanvoeren geen aanleiding voor het oordeel dat het dagelijks bestuur zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat ter plaatse van de locatie Palestrinastraat ter hoogte van nummer 11 vanwege de grootte van de souterrainramen niet meer hinder wordt ondervonden vanwege de afvalcontainers dan elders in de straat. Daarnaast staat gelet op hetgeen het dagelijks bestuur naar voren heeft gebracht vast dat de op te heffen parkeerplaats wordt gecompenseerd. Hiermee wordt voldaan aan het criterium van het PvE over het opofferen van parkeerplaatsen. Mede gelet op het gegeven dat alle op te heffen parkeerplaatsen in de wijk worden gecompenseerd, geeft hetgeen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen aanvoeren geen aanleiding voor het oordeel dat het dagelijks bestuur niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat compensatie van de op te heffen parkeerplaats elders in de wijk voldoende is. Er is daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het dagelijks bestuur niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat de locatie Palestrinastraat ter hoogte van nummer 11 geschikt is voor het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers.

De beroepsgrond faalt.

7. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat er alternatieven zijn voor de locatie Palestrinastraat ter hoogte van nummer 11 die geschikter zijn dan het plaatsen van de ondergrondse afvalcontainers op deze locatie. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen stellen zich in dit verband op het standpunt dat het dagelijks bestuur ten onrechte geen overschrijding heeft toegestaan van de aanbevolen loopafstand van 75 m.

Volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen kan de locatie komen te vervallen. Volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen zouden bewoners wanneer de locatie vervalt, gebruik kunnen maken van de nabijgelegen containers in de Wanningstraat en de Jacob Obrechtstraat. Om de loopafstand voor de bewoners tot de dichtstbijzijnde afvalcontainer te verkleinen, zouden volgens [appellant sub 1] de afvalcontainers in met name de Wanningstraat wat meer in de richting van de Palestrinastraat kunnen worden geplaatst. Volgens [appellant sub 2] en anderen dient wanneer de locatie vervalt, de capaciteit van deze containers verhoogd te worden.

Daarnaast kan volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen de locatie worden verplaatst naar de Jacob Obrechtstraatzijde van de Palestrinastraat. De ondergrondse afvalcontainers zouden in dat geval voor een blinde muur kunnen worden geplaatst, zodat minder bewoners hier hinder van ondervinden, aldus [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen. [appellant sub 1] wijst er voorts op dat de locatie ook kan worden verplaatst naar de stoep op de hoek van de Palestrinastraat en de Wanningstraat. Op deze locatie hoeft geen parkeerplaats te worden opgeheven, aldus [appellant sub 1].

7.1. Het dagelijks bestuur stelt zich op het standpunt dat het laten vervallen van de locatie of het opschuiven hiervan geen optie is, omdat hierdoor de aanbevolen loopafstand van 75 m wordt overschreden en [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen geen bijzondere omstandigheden hebben aangevoerd waarom hiervan afgeweken dient te worden. Volgens het dagelijks bestuur wordt niet lichtvaardig afgeweken van de aanbevolen loopafstand van 75 m, omdat dit een efficiënte bedrijfsvoering niet ten goede komt. Het verplaatsen of laten vervallen van locaties leidt ertoe dat er geen optimale verdeling meer is van het netwerk en er sprake zal zijn van een onevenredige capaciteitsverdeling van het afvalaanbod. Ten gevolge hiervan moeten containers sneller worden geleegd en bestaat er een grotere kans op zwerfafval. Daarnaast is volgens het dagelijks bestuur een grotere loopafstand dan 75 m onwenselijk. Het dagelijks bestuur heeft ter zitting opgemerkt dat een overschrijding van de aanbevolen loopafstand van 75 m tot 125 m toelaatbaar wordt geacht wanneer de plaatsingsmogelijkheid van de afvalcontainers fysiek beperkt is of wanneer een alternatieve locatie aan meer criteria van het PvE voldoet. Deze omstandigheden doen zich volgens het dagelijks bestuur niet voor. Daarbij gaat het dagelijks bestuur ervan uit dat wanneer de nabijgelegen containers in de Wanningstraat worden verplaatst dit ook niet ten goede komt aan de optimale verdeling van het netwerk. Daarnaast is het plaatsen van perscontainers om de capaciteit van de afvalcontainers in de Wanningstraat en de Jacob Obrechtstraat te verhogen, volgens het dagelijks bestuur niet mogelijk in verband met opstuwend grondwater en vanwege de hogere kosten die perscontainers met zich brengen. Voorts zal ook wanneer de locatie wordt verplaatst naar één van de hoeken van de Wanningstraat, een parkeerplaats verloren gaan omdat voor de plaatsing van de containers rekening dient te worden gehouden met de aanwezige bomen, aldus het dagelijks bestuur. De enkele omstandigheid dat, wanneer de locatie wordt verplaatst de ondergrondse afvalcontainers niet langer direct voor woningen worden geplaatst, geeft volgens het dagelijks bestuur onvoldoende aanleiding om een overschrijding van de aanbevolen loopafstand van 75 m toe te staan.

7.2. Hetgeen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen aanvoeren geeft gelet op de door het dagelijks bestuur gegeven motivering geen aanleiding voor het oordeel dat het dagelijks bestuur niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten geen overschrijding van de aanbevolen loopafstand van 75 m toe te staan. Er is daarom eveneens geen aanleiding voor het oordeel dat het dagelijks bestuur niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat de door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen genoemde alternatieven niet geschikter zijn dan de locatie Palestrinastraat ter hoogte van nummer 11.

De beroepsgrond faalt.

8. De beroepen zijn ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.H. Schoppers, ambtenaar van staat.

w.g. Michiels w.g. Schoppers

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2014

578.